DIGITAAL MAKEN

3D Printing

Van digitaal model tot een tastbaar onderdeel. Materialen, instellingen, foto’s, cursusmateriaal en praktische 3D-printinformatie uit de werkplaats.

3D PRINTING

Vier onderdelen voor de werkplaats.

01

Materialen & instellingen

Filamenten, printtemperaturen, bedtemperatuur, snelheid, laaghoogte en praktische startinstellingen per materiaal.

Open instellingen →

02

Foto’s

Een overzicht van prints, werkstukken, prototypes en projecten uit de 3D-printwerkplaats.

Open foto’s →

03

Cursus

Van een eigen 3D-design en materiaalkeuze tot Cura, supports, printen en nabewerken op de Ultimaker 3 Extended.

Start cursus →

04

Overige

Onderhoud, storingen en praktische reparaties voor de Ultimaker 3 Extended, plus aanvullende werkplaatsinformatie.

Open onderhoud →


MATERIALEN & INSTELLINGEN

Printprofielen Ultimaker 3 Extended

Kies het filament en de gemonteerde AA print core. De module toont een praktisch Cura-startprofiel voor PLA, ABS, colorFabb nGen en PET/PETG met nozzle 0,25, 0,4 of 0,8 mm.

Startpunt, geen absolute waarheid: filamentkleur, leeftijd, vocht, modelgeometrie en Cura-versie kunnen aanpassing vragen. Gebruik bij materiaal van derden altijd de actuele gegevens van de filamentfabrikant als bovengrens.


Profielen laden…

Basis: officiële Ultimaker 3 materiaalcompatibiliteit en Cura-materiaalprofielen; colorFabb nGen-richtlijnen voor nGen. PET is hier als generiek PET/PETG-profiel opgenomen omdat formuleringen per fabrikant verschillen.

FOTO’S

3D-printgalerie

Dit onderdeel staat klaar voor foto’s van prints en projecten.


HANDLEIDING / CURSUS

3D Printing van ontwerp tot eindproduct

Een praktische cursus voor de Ultimaker 3 Extended. Je begint bij het idee en de functie van een onderdeel, tekent een printbaar 3D-model, kiest het juiste materiaal, maakt de print klaar in UltiMaker Cura en eindigt met een gecontroleerde print en nabewerking.

Printer in deze cursus: Ultimaker 3 Extended, FFF-techniek, 2,85 mm filament, verwarmde glasplaat en dual extrusion met verwisselbare print cores. Het maximale bouwvolume is 215 × 215 × 300 mm met één nozzle en 197 × 215 × 300 mm bij dual extrusion.
01

De Ultimaker 3 Extended begrijpenWat kan de printer en waar moet je in je ontwerp rekening mee houden?

De Ultimaker 3 Extended is een FFF-printer: een thermoplastisch filament wordt gesmolten en laag voor laag opgebouwd. De machine heeft twee printposities. De tweede print core kan automatisch omhoog worden getild wanneer hij niet wordt gebruikt.

Bouwvolume215 × 215 × 300 mm met één nozzle; 197 × 215 × 300 mm bij dual extrusion.
Filament2,85 mm. Ultimaker-spoelen kunnen via NFC worden herkend.
Print coresAA voor bouwmateriaal; BB voor PVA-support. 0,4 mm is de standaardmaat.
BouwplaatVerwarmde glazen bouwplaat. Een goede eerste laag begint met een schone, vlakke plaat.

Werkplaats-tip: ontwerp niet eerst “mooi” en denk pas daarna aan de printer. Neem bouwvolume, nozzle, oriëntatie en materiaal vanaf het eerste CAD-schetsje mee.

02

Van idee naar duidelijke ontwerpopdrachtBepaal eerst wat het onderdeel werkelijk moet doen.

Schrijf vóór het tekenen kort op wat je wilt maken. Een siermodel vraagt andere keuzes dan een machinebeugel, een flexibel beschermkapje of een onderdeel dat warm wordt.

  • Functie: decoratief, pasmodel, prototype, gereedschap of eindonderdeel?
  • Belasting: druk, trek, buiging, slag of voortdurende beweging?
  • Omgeving: binnen/buiten, warmte, vocht, olie of chemicaliën?
  • Nauwkeurigheid: moet iets alleen passen of moet het maatvast aansluiten?
  • Uiterlijk: moeten laaglijnen minimaal zichtbaar zijn of is snelheid belangrijker?
  • Montage: schroeven, clips, lijm, perspassing of meerdere geprinte delen?

Pas nadat deze eisen duidelijk zijn kies je materiaal, printoriëntatie en wandopbouw.

03

Het 3D-design tekenenVan schets naar maatvast CAD-model.

Voor technische onderdelen is parametrisch CAD meestal de beste route. Denk aan Fusion 360, FreeCAD, Onshape, SolidWorks, Inventor of CATIA. Voor eenvoudige vormen kan Tinkercad voldoende zijn; organische modellen worden vaak in Blender of vergelijkbare modelleersoftware gemaakt.

  1. Maak een 2D-schets met vaste maatvoering.
  2. Leg relaties vast: horizontaal, verticaal, concentrisch en symmetrisch.
  3. Extrudeer of revolveer de basisschets.
  4. Voeg gaten, uitsparingen, ribben, afrondingen en afschuiningen toe.
  5. Controleer kritisch dunne wanden en scherpe spanningshoeken.
  6. Bewaar het originele parametrische CAD-bestand; STL is alleen een afgeleide voor productie.

Ontwerptip: bouw maatvoering logisch op rond functionele referenties. Dan kun je een gat, passing of wanddikte later aanpassen zonder het hele model opnieuw te tekenen.

04

Ontwerpen voor FFF-printenWanddikte, overhang, bruggen, toleranties en modulair ontwerpen.
  • Minimale wand: ontwerp een wand niet dunner dan de gebruikte nozzle. Bij een 0,4 mm nozzle is 0,4 mm dus het absolute geometrische minimum; functionele wanden zijn doorgaans duidelijk dikker.
  • Overhang: houd rekening met de bekende 45°-richtlijn. Ontwerp steile overhangen zo mogelijk weg of plan support.
  • Bridging: maak vrije overspanningen zo kort mogelijk. Lange horizontale bruggen zijn betrouwbaarder met support.
  • Onderzijde: een groter contactvlak geeft doorgaans betere hechting. Gebruik waar zinvol een afschuining en eventueel een brim.
  • Toleranties: pasdelen vragen proefprints. Meet met een schuifmaat en corrigeer je CAD-model op basis van de werkelijke machine/materiaalcombinatie.
  • Modulair: een groot onderdeel kan worden opgesplitst in losse delen. Daardoor ben je niet beperkt tot 215 × 215 × 300 mm en kun je slijtstukken afzonderlijk vervangen.

Belangrijk: FFF-onderdelen zijn anisotroop. De laaghechting in Z-richting is meestal de zwakkere richting. Draai een functioneel onderdeel daarom zo dat de belangrijkste belasting zoveel mogelijk in de XY-lagen loopt.

05

Model exporteren voor CuraSTL, 3MF en voldoende resolutie.

Exporteer het model uit je CAD-programma in millimeters. STL is universeel, maar bevat alleen geometrie. 3MF kan meer projectinformatie bewaren en is vaak handiger wanneer je meerdere onderdelen of extruders gebruikt.

  • Controleer dat de schaal 1:1 is.
  • Gebruik een voldoende fijne mesh zodat cirkels niet zichtbaar hoekig worden.
  • Controleer het model op open vlakken of niet-manifold geometrie.
  • Exporteer onderdelen die met twee materialen worden geprint als logisch gescheiden bodies/meshes.
06

UltiMaker Cura instellenPrinterprofiel, print core en materiaal moeten kloppen voordat je gaat slicen.
  1. Voeg in Cura de Ultimaker 3 Extended toe als printer.
  2. Selecteer de werkelijk gemonteerde print core(s).
  3. Kies het materiaal dat daadwerkelijk in de feeder zit.
  4. Importeer het model en controleer afmetingen en oriëntatie.
  5. Kies eerst een standaard Quality-profiel. Ga pas daarna naar Custom voor doelgerichte aanpassingen.

Bij Ultimaker-materiaal kan de printer het materiaal via NFC herkennen en die informatie aan Cura doorgeven. Dat vermindert de kans dat een profiel en werkelijk filament niet overeenkomen.

07

Het juiste materiaal voor het doel kiezenNiet “welk filament heb ik liggen?”, maar “welke eigenschap heb ik nodig?”
PLAMakkelijk, maatvast en mooi. Goed voor modellen, prototypes, mallen en onderdelen zonder hoge warmtelast.
ABSTaai en beter bestand tegen warmte. Geschikt voor functionele prototypes; gevoeliger voor krimp en warping.
CPESterk, maatvast en chemisch resistent. Goede keuze voor functionele en mechanische onderdelen.
CPE+Sterker en hittebestendiger dan CPE. Voor zwaarder belaste technische onderdelen.
NylonTaai, slagvast, slijtvast en relatief flexibel. Goed voor gereedschap, scharnierende of mechanische delen.
PCHoge sterkte en warmteresistentie. Voor technische onderdelen, mallen en toepassingen waar PLA/ABS tekortschiet.
TPU 95AFlexibel maar sterk. Voor buffers, beschermdelen, grepen en onderdelen die rubberachtig moeten reageren.
PPLicht, chemisch resistent en vermoeiingsbestendig. Interessant voor levende scharnieren; hechting vraagt extra aandacht.
PVAWateroplosbaar supportmateriaal. Op de Ultimaker 3 wordt hiervoor de BB-print core gebruikt.
BreakawaySupportmateriaal dat je na het printen mechanisch verwijdert. Handig als je niet wilt wachten op het oplossen van PVA.

Eenvoudige keuze: begin met PLA wanneer je geen bijzondere mechanische, thermische of chemische eisen hebt. Kies pas een technisch filament wanneer de toepassing dat nodig maakt.

08

Print core en nozzle kiezenDetail, snelheid en materiaalcompatibiliteit.

De 0,4 mm print core is de allround keuze. De Ultimaker 3 ondersteunt daarnaast kleinere en grotere nozzlevarianten; compatibiliteit verschilt per materiaal.

0,25 mmVoor kleine details en fijne geometrie. Langzamer en niet ieder materiaal is officieel ondersteund.
0,40 mmStandaard en meest veelzijdig. De officiële materiaalcompatibiliteit is hier het breedst.
0,80 mmVoor sneller printen en robuuste onderdelen met dikkere lijnen. Minder geschikt voor fijne details.
AA / BBAA is bedoeld voor bouwmateriaal en Breakaway; BB is specifiek bedoeld voor PVA.

Abrasieve composietfilamenten: gebruik die niet zomaar in een standaard AA/BB core. Controleer altijd of de gebruikte print core expliciet geschikt is voor het gevulde filament.

09

Oriëntatie, support en hechtingDe ligging op het bed bepaalt sterkte, uiterlijk, support en printtijd.
  • Leg een groot, vlak en stabiel oppervlak op de bouwplaat wanneer dat technisch mogelijk is.
  • Draai een belast onderdeel zo dat de hoofdspanningen niet vooral de laagverbindingen uit elkaar trekken.
  • Minimaliseer support door het model slim te draaien.
  • Gebruik een brim wanneer een klein contactvlak of krimpgevoelig materiaal extra hechting nodig heeft.
  • Controleer in Cura laag voor laag of gaten, bruggen en dunne details daadwerkelijk worden gesliced.

De beste oriëntatie is dus zelden alleen “de vlakste kant naar beneden”. Sterkte, support, maatvoering en oppervlaktekwaliteit moeten samen worden afgewogen.

10

Belangrijkste Cura-instellingenWelke parameters veranderen werkelijk het resultaat?
Layer HeightKleinere laag = meer detail, langere print. Grotere laag = sneller en grover.
Wall ThicknessMeer wandlijnen verhogen vaak de praktische sterkte efficiënter dan extreem veel infill.
Top / BottomVoldoende massieve lagen voorkomen een open of zwakke boven- en onderzijde.
InfillGebruik alleen zoveel als de functie vraagt. Een prototype kan veel lichter dan een belast onderdeel.
Print SpeedLangzamer kan kleine details en lastige materialen verbeteren; sneller bespaart tijd.
SupportAlleen waar nodig. Kies bij dual extrusion passend PVA of Breakaway als supportmateriaal.
Build Plate AdhesionSkirt voor controle, brim voor extra randhechting, raft alleen wanneer het echt nodig is.
TemperaturenBegin met het Cura-profiel van het gekozen materiaal. Voor derde-partij filament volg je de fabrikant en maak je daarna proefprints.

Werkmethodiek: verander bij het tunen steeds één belangrijke parameter tegelijk. Anders weet je na een betere of slechtere print niet welke wijziging het effect veroorzaakte.

11

Dual extrusion met PVA of BreakawayGebruik de tweede print core wanneer de geometrie het echt nodig heeft.

De kracht van de Ultimaker 3 Extended is het automatisch wisselen tussen twee print cores. Dat maakt oplosbare of afbreekbare support mogelijk.

  • PVA: wordt geprint met de BB-core en lost op in water. Vooral nuttig bij interne holtes en support die moeilijk bereikbaar is.
  • Breakaway: wordt mechanisch verwijderd. Sneller na te bewerken, maar je moet wel bij het support kunnen komen.
  • Prime tower: kan in Cura helpen beide nozzles goed gevuld te houden en oozing/onderextrusie bij wisselen te beperken.
  • Dual extrusion verkleint de beschikbare X-breedte naar 197 mm en kost extra printtijd.

Gebruik dual extrusion bewust: als hetzelfde ontwerp zonder support of met eenvoudig één-materiaal-support kan worden geprint, is dat meestal sneller en eenvoudiger.

12

De printer klaarzettenMateriaal, glasplaat, print core en leveling controleren.







Gebruik voor de bouwplaat de voorbereiding die bij het gekozen materiaal hoort. Materialen verschillen sterk in hechting; volg daarom het materiaalprofiel en de aanbevelingen van de filamentfabrikant.

13

De eerste laag beoordelen en de print bewakenDe eerste minuten bepalen vaak of een lange print succesvol wordt.
  • De eerste lijnen moeten gelijkmatig aan het glas hechten zonder los te trekken.
  • Te weinig contact kan wijzen op leveling, vuil, hechting of een verkeerde eerste-laaginstelling.
  • Controleer bij dual extrusion of beide materialen schoon worden gewisseld en de supportlaag op de juiste positie komt.
  • Luister naar feederslippen en controleer of de spoel vrij kan afrollen.
  • Een lange print hoort niet onbeheerd in een onveilige omgeving te draaien. Zorg dat de printer technisch in orde is en houd passende controle.
14

Print verwijderen en nabewerkenVan bouwplaat naar bruikbaar onderdeel.
  1. Laat bouwplaat en onderdeel voldoende afkoelen.
  2. Verwijder het onderdeel zonder de glasplaat te forceren.
  3. Verwijder brim, support of Breakaway zorgvuldig met passend gereedschap.
  4. Los PVA-support op in water wanneer het ontwerp met PVA is geprint.
  5. Ontbraam en schuur functionele pasvlakken alleen waar nodig.
  6. Meet kritische maten en noteer afwijkingen voor een eventuele CAD-correctie.

Een geslaagde print is niet per definitie een maatvast onderdeel. Voor functionele delen hoort meten en terugkoppelen naar het ontwerp bij het proces.

15

Veelvoorkomende printfouten oplossenSymptoom → eerstvolgende controle.
Print laat losControleer glasplaat, leveling, eerste laag, contactoppervlak en of een brim nodig is.
WarpingMateriaal krimpt. Verbeter hechting, oriëntatie en ontwerp van de bodem; vermijd onnodig scherpe hoeken.
Under-extrusionControleer filament, feeder, print core, temperatuurprofiel en mogelijke verstopping.
StringingControleer materiaalconditie, temperatuur, travel/retraction en dual-extrusion wissels.
Slechte maatvoeringMeet teststukken; controleer krimp, gatmaat, oriëntatie en mechanische kalibratie.
Support beschadigt oppervlakPas supportafstand aan of gebruik PVA/Breakaway wanneer het materiaal en de geometrie dat toelaten.
Kleine details vervormenGebruik eventueel een kleinere nozzle, lagere snelheid en voldoende koeltijd per laag.
Print breekt tussen lagenControleer oriëntatie, materiaalconditie, temperatuur en of het onderdeel beter anders kan worden ontworpen.

16

Praktijkproject: ontwerp en print een montagebeugelPas de hele cursus toe in één klein functioneel onderdeel.

Opdracht: teken een eenvoudige L-vormige montagebeugel met twee bevestigingsgaten en een verstevigingsrib.

  1. Noteer belasting, buitmaten en gatdiameters.
  2. Maak een parametrische CAD-schets en extrudeer de basis.
  3. Voeg een rib en afgeronde binnenhoek toe om spanningen beter te verdelen.
  4. Kies PLA voor een eenvoudige proefpassing; kies later CPE, Nylon of een ander technisch materiaal wanneer de functie daarom vraagt.
  5. Exporteer naar STL of 3MF en open in Cura.
  6. Oriënteer de beugel zodat de belangrijkste belasting gunstig ten opzichte van de lagen loopt.
  7. Slice met een standaard 0,4 mm profiel en bekijk de Preview laag voor laag.
  8. Print, meet de gaten en buitenmaten en noteer het verschil met CAD.
  9. Pas het model aan en print versie 2. Dat itereren is een essentieel onderdeel van 3D Printing.

Bronnen en naslag

Deze cursus is specifiek opgebouwd rond de Ultimaker 3 Extended. Printerafmetingen, print-corecompatibiliteit en ondersteunde materiaalcombinaties zijn gecontroleerd aan de officiële Ultimaker 3 handleiding. Ontwerprichtlijnen zoals nozzle/wanddikte, de 45°-richtlijn, tolerantietests en modulair ontwerpen zijn gebaseerd op UltiMaker’s ontwerpdocument voor FFF.

Ultimaker 3 / 3 Extended User Manual ↗ · How to design for FFF ↗ · Materiaalkeuze ↗


ONDERHOUD & REPARATIE

Ultimaker 3 Extended onderhouds- en reparatiehandleiding

Een praktische werkplaatshandleiding om de Ultimaker 3 Extended betrouwbaar te houden, slijtage vroeg te herkennen en veel voorkomende storingen systematisch op te lossen.

Uitgangspunt: de onderhoudsfrequenties hieronder zijn gebaseerd op de officiële Ultimaker 3-handleiding en circa 1.500 printuren per jaar. Bij intensiever gebruik voer je onderhoud vaker uit.

Iedere maand

  • Printer reinigen
  • Glasplaat en bodem controleren
  • Gladde X/Y-assen en printkopassen licht smeren

Iedere 3 maanden

  • Speling op X/Y-assen controleren
  • Korte riemen op spanning controleren
  • Voorste printkopventilator reinigen
  • Siliconen nozzle cover controleren
  • Z-spindel smeren
  • Print cores reinigen

Ieder jaar

  • Feeders intern reinigen
  • Bowden-tubes vervangen
  • Slijtdelen en ventilatoren inspecteren
  • Kalibraties opnieuw controleren
01

Veilig beginnenMaak de machine veilig vóór je onderhoud of reparatie uitvoert.
  • Laat print cores en glasplaat eerst volledig afkoelen wanneer je niet bewust een verwarmde reinigingsprocedure uitvoert.
  • Zet de printer uit en trek de netvoeding los voordat je mechanische delen demonteert, ventilatoren vervangt of bij bedrading komt.
  • Verwijder filament via het printermenu voordat je feeder of Bowden-tube losneemt.
  • Leg schroeven en kleine onderdelen per stap apart. Maak eventueel foto’s vóór demontage.
  • Forceer geen connectoren, print cores of Bowden-koppelingen.
Stop en schakel professionele hulp in bij brandschade, beschadigde netvoeding, defecte voedingsadapter, verbrande elektronica, losse netspanningsdelen of wanneer een reparatie buiten je technische ervaring valt.

02

Printer en glasplaat reinigenVuil, filamentresten en vet veroorzaken verrassend veel storingen.
  1. Verwijder losse filamentresten en priming blobs uit de machine.
  2. Let extra op de bodem rond de Z-eindschakelaar. Los materiaal kan het homen van de bouwplaat hinderen.
  3. Neem frame, assen en buitenzijde af met een zachte droge of licht vochtige doek.
  4. Haal de glasplaat uit de machine en reinig beide zijden zorgvuldig. Verwijder lijmresten volledig voordat je opnieuw levelt.
  5. Controleer de glasplaat op splinters, diepe krassen en beschadigde randen. Vervang een onveilige plaat.

Werkplaats-tip: voorkom olie op het printoppervlak. Verwijder de glasplaat voordat je assen smeert.

03

X/Y-assen smerenEen droge geleiding kan ribbels, geluid en onrustige beweging veroorzaken.
  1. Maak de gladde assen eerst schoon met een pluisvrije doek.
  2. Breng een kleine druppel machineolie/Unilube aan op elke X- en Y-as en op de twee assen door de printkop.
  3. Beweeg de printkop met de hand rustig over het volledige bereik om de olie te verdelen.
  4. Veeg zichtbaar overtollige olie weg.

Niet doen: gebruik geen Magnalube op de gladde assen. De officiële handleiding waarschuwt dat dit de coating en werking kan beïnvloeden.

04

Z-spindel smerenMagnalube hoort op de schroefdraadspindel, niet op de gladde assen.
  1. Breng de bouwplaat naar beneden.
  2. Breng een kleine hoeveelheid Magnalube verdeeld op de Z-lead screw aan.
  3. Gebruik System → Build plate → Raise / Lower om de plaat omhoog en omlaag te bewegen en het vet te verdelen.
  4. Verwijder grote klodders of vuil dat aan oud vet kleeft.
05

Speling op de X/Y-assen controlerenTikkende assen of maatfouten kunnen wijzen op losse pulleys.

De vier hoofdassen horen zijdelings niet in het frame te kunnen verschuiven. Controleer elke as terwijl de printkop uit de weg staat.

  • Voel je beweging of hoor je een pulley tegen het frame tikken, dan is de as/pulley-uitlijning niet meer correct.
  • Controleer stelschroeven van pulleys alleen met passend gereedschap en zonder de as te beschadigen.
  • Na correctie: controleer XY-kalibratie en print een maatvast teststuk.

Diagnose: terugkerende shifts, diagonale maatfouten of een klik bij richtingswissels zijn redenen om assen, pulleys en riemen samen te controleren.

06

Korte riemen controleren en spannenTe slappe motorriemen geven onnauwkeurige X/Y-beweging.

De twee korte riemen horen duidelijk op spanning te staan en ongeveer gelijk aan te voelen. De officiële handleiding beschrijft dat ze bij aanslaan licht moeten resoneren en niet eenvoudig dubbel tegen elkaar gedrukt mogen kunnen worden.

  1. Controleer eerst visueel op rafels, scheuren en glazige tandvlakken.
  2. Bij onvoldoende spanning: draai de vier motorbouten slechts zover los dat de motor kan schuiven.
  3. Druk de motor stevig naar beneden om spanning op te bouwen.
  4. Draai de vier bouten kruislings vast terwijl je de positie vasthoudt.
  5. Herhaal voor de andere motor en vergelijk beide riemspanningen.
07

Ventilatoren en siliconen nozzle coverKoeling en temperatuurstabiliteit hangen af van kleine onderdelen.
  • Open de fan bracket pas als de print cores koud zijn en de printer uit staat.
  • Controleer de voorste ventilator op filamentdraden. Verwijder zichtbare resten voorzichtig met een pincet.
  • De ventilator moet vrij doordraaien. Blijft hij haken of stopt hij abrupt, vervang hem wanneer reinigen niet helpt.
  • Controleer de siliconen nozzle cover op scheuren, vervorming en ontbrekende stukken.
  • Een beschadigde cover kan temperatuurinstabiliteit en materiaalophoping rond de print cores veroorzaken.
08

Print core reinigenBij vervuiling, onderextrusie of een gedeeltelijke verstopping.

Gebruik bij voorkeur de ingebouwde procedure van de printer: System → Maintenance → PrintCore. De machine begeleidt het verwarmen, hot pull en cold pull-proces.

  • Hot pull: verwijdert grotere hoeveelheden gedegradeerd materiaal.
  • Cold pull: trekt resterende kleine deeltjes uit het smeltkanaal.
  • Gebruik geschikt cleaning filament of het door Ultimaker voorgeschreven materiaal.
  • Herhaal wanneer de uitgetrokken tip nog vervuild of onregelmatig is.

Vervang de print core wanneer hij mechanisch beschadigd is, blijft lekken rond de nozzle, niet meer betrouwbaar verwarmt of na correcte reiniging structureel verstopt blijft.

09

Feeders reinigenFilamentpoeder en slijpsel veroorzaken slip en onderextrusie.
  1. Unload het materiaal via het menu en schakel de printer uit.
  2. Haal de Bowden-tube uit de feeder door de clip te verwijderen en de collet in te drukken.
  3. Zet de feeder-tension indicator vóór demontage op de hoogste markering om veerspanning te verminderen.
  4. Demonteer de feeder en verwijder filamentdeeltjes met doek, wattenstaafje, kwast of zachte tandenborstel.
  5. Maak het kartelwiel en het kleine motor-tandwiel schoon.
  6. Breng volgens de Ultimaker-handleiding een kleine hoeveelheid Magnalube aan op het tandwiel van de feedermotor.
  7. Monteer opnieuw en zet de feeder-tension indicator terug op de middelste markering.
10

Bowden-tubes vervangenSlijtage verhoogt wrijving en maakt materiaaltransport minder voorspelbaar.

Ultimaker adviseert bij het jaarlijkse feederonderhoud ook de Bowden-tubes te vervangen.

  • Controleer oude tubes op diepe groeven, bruine plekken, knikken en beschadigde uiteinden.
  • Druk de nieuwe tube volledig in de koppeling voordat je de clamp clip terugplaatst.
  • Controleer dat de tube vrij loopt en bij volle X/Y-beweging niet knikt of klemt.
  • Voer na montage materiaal opnieuw in en controleer de extrusie.
11

Under-extrusion of feeder tiktWerk van eenvoudig naar mechanisch.
Filament beschadigdUnload en inspecteer het filament. Verwijder een platgeslepen stuk en laad opnieuw.
Feeder vervuildReinig kartelwiel en behuizing. Controleer feeder-tension.
Bowden geeft weerstandInspecteer op groeven, knikken en vervuiling; vervang bij slijtage.
Print core verstoptVoer de ingebouwde print-core-reiniging uit.
Materiaal vochtigDroog of vervang het filament volgens materiaalspecificatie.
Profiel foutControleer materiaal, print core, temperatuur, snelheid en flow in Cura.

12

Print core wordt niet herkend of verwarmt nietControleer eerst contact en core, daarna pas elektronica.
  1. Laat de core afkoelen, unload materiaal en verwijder hem volgens het printermenu.
  2. Inspecteer de elektrische contactvlakken op vuil of beschadiging. Niet schuren met agressief materiaal.
  3. Plaats de core opnieuw volledig en controleer of de vergrendeling sluit.
  4. Test de core eventueel in de andere geschikte positie of test een bekende goede core.
  5. Blijft dezelfde core fout geven: vervang/repareer de core. Blijft dezelfde printersleuf fout geven: printkopbedrading/elektronica laten onderzoeken.
13

Bouwplaat, leveling en Z-problemenBij slechte eerste laag, schrapende nozzle of Z-homingfouten.
  • Controleer eerst of de glasplaat correct in de klemmen ligt en geen vuil onder zich heeft.
  • Controleer of er niets rond de Z-eindschakelaar of onder de bouwplaat ligt.
  • Voer opnieuw build-plate leveling/active leveling uit volgens het printermenu.
  • Controleer de Z-lead screw op vervuiling en juiste smering.
  • Bij stotteren of blokkeren: printer uitschakelen en mechanische geleiding, spindelmoer en koppeling inspecteren.
14

Laagverschuiving, maatfout of rammelende bewegingRiemen, pulleys, assen en uitlijning nalopen.
  1. Controleer dat het model/Cura-profiel niet de oorzaak is.
  2. Controleer korte riemen op gelijke spanning.
  3. Controleer hoofdriemen op beschadigde tanden of rafels.
  4. Controleer X/Y-assen op axiale speling.
  5. Controleer pulleys en stelschroeven op loslopen.
  6. Controleer of de printkop overal soepel beweegt zonder zwaar punt.
  7. Voer na mechanische correctie XY-kalibratie uit en controleer een maatvast testmodel.
15

Handige reservedelen op voorraadKleine slijtdelen voorkomen lang wachten bij een storing.
Bowden-tubes2 stuks
Siliconen nozzle coversmeerdere
Clamp clips / colletskleine koppeldelen
Print core AA 0.4bekende goede reserve
Print core BB 0.4voor PVA
Cleaning filamentvoor core-reiniging
Front-/radial fansbij defecte koeling
Glasplaatreserve bij schade

UltiMaker heeft de hardwarebestanden en stuklijst van de Ultimaker 3 Extended openbaar gemaakt. Dat is nuttig om onderdelen en constructie te identificeren voordat je een mechanische reparatie uitvoert.

16

Na iedere reparatieControleer systematisch voordat je weer een lange print start.