Japanse cipres

← Terug naar Bomen
Japanse cipres
B094 · Conifeer

Chamaecyparis pisifera 'Squarrosa'

Belangrijkste tip

Laat altijd groen loof op een behouden tak staan en houd de kroon open. Combineer geen zware wortelsnoei, taksnoei en loofreductie in dezelfde herstelperiode.

Oorspronkelijke herkomst

De soort Chamaecyparis pisifera komt van nature voor in Japan, vooral op Honshu en Kyushu. 'Squarrosa' is een oude tuincultivar met zacht, blauwgroen jeugdig loof.

Eigenschappen

Deze wintergroene schijncipres heeft fijn, zacht en vaak blauwgroen loof dat grotendeels uit jeugdige, naaldachtige blaadjes bestaat. De groei is opgaand tot breed kegelvormig. De roodbruine bast en de fijne loofstructuur kunnen bij oudere exemplaren veel karakter geven. Binnenin de kroon kan loof afsterven wanneer daar te weinig licht en lucht komt.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn het fijne loof, de goede vormbaarheid en het rustige, wintergroene silhouet. Nadelen zijn dat kaal oud hout niet betrouwbaar opnieuw uitloopt, oudere takken bros kunnen worden en dicht loof snel van binnen bruin wordt.

Standplaats als bonsai

Zet deze bonsai het hele jaar buiten in volle zon tot lichte halfschaduw, met goede luchtcirculatie. Bescherm de schaal tegen langdurige strenge vorst, uitdrogende wind en extreme zomerhitte. De boom is niet geschikt als kamerbonsai.

Groei

Groeit vooral in het voorjaar en de vroege zomer. Sterke scheuten kunnen snel verlengen, terwijl beschaduwde binnenste twijgen verzwakken. Houd daarom de kroon open en verdeel de groeikracht geleidelijk.

Geschikte stijlvormen

Geschikte stijlvormen zijn formeel rechtop, informeel rechtop, hellend, winderig, groepsbeplanting en een compacte oude-boomvorm.

Vormsnoei

Voer zware vormsnoei bij voorkeur uit in de late winter, het vroege voorjaar of aan het einde van de zomer. Laat op iedere behouden tak voldoende groen loof staan en snoei niet terug tot volledig kaal hout.

Onderhoudssnoei

Knip lange uitlopers selectief terug tot een zijtakje met gezond loof. Scheer de kroon niet als een heg. Verwijder regelmatig dood binnenloof en zorg dat licht diep in de kroon kan komen.

Fijnsnoei

Dun te dichte groeipunten en kleine twijgen selectief uit. Werk met een scherpe schaar en behoud gezonde eindgroei op zwakke takken. Fijnsnoei is vooral bedoeld om licht, lucht en korte vertakking te behouden.

Bladsnoei / ontbladeren

Pas geen ontbladering toe. Verwijder alleen bruin, dood of beschadigd loof en beperk de hoeveelheid groen die in één keer wordt weggenomen.

Wortelsnoei

Voer een matige wortelsnoei vroeg in het voorjaar uit, vlak voordat de groei hervat. Verwijder niet te veel fijne wortels en combineer wortelsnoei niet met zware tak- of loofreductie.

Knopbeheer

Dun overtollige groeipunten uit en behoud zwakkere binnenknoppen. Laat sterke uiteinden niet alle energie opeisen, maar verwijder nooit alle actieve punten van een tak.

Bloei- en vruchtbeheer

De kleine kegels zijn meestal ondergeschikt aan het ontwerp. Verwijder een overmatige kegelzetting wanneer die de boom verzwakt of de fijne vorm verstoort.

Bedraden

Bedraad bij voorkeur van de herfst tot het vroege voorjaar of nadat jonge groei is afgehard. Buig oudere takken geleidelijk omdat zij bros kunnen zijn. Controleer de draad vaak op insnoeren.

Bemesten

Bemest van het voorjaar tot de vroege herfst regelmatig en matig. Gebruik in de opbouwfase meer voeding dan in de verfijningsfase. Vermijd een sterke stikstofgift laat in het seizoen en bemest niet direct na wortelsnoei.

Watergifte

Houd het substraat gelijkmatig licht vochtig. Geef ruim water zodra de bovenlaag begint op te drogen en laat overtollig water goed weglopen. Laat de kluit niet volledig uitdrogen, maar voorkom ook langdurige waterverzadiging.

Substraat

Gebruik een luchtig, korrelig en goed drainerend substraat dat toch voldoende vocht vasthoudt, bijvoorbeeld akadama met puimsteen en lava. Een licht zuur tot neutraal mengsel is geschikt.

Verpotten

Verpot in het vroege voorjaar, vlak voordat de groei duidelijk hervat. Jonge bomen kunnen om de twee tot drie jaar worden verpot; oudere bomen alleen wanneer de wortelkluit of het substraat daar aanleiding toe geeft. Kort de wortels geleidelijk in.

Ziekten en problemen

Mogelijke problemen zijn spint, bladluis, schildluis, schimmelaantastingen, wortelrot en bruine looftoppen door droogte, wind, zout of een te nat substraat. Dicht en donker binnenloof kan afsterven.