Pseudocydonia sinensis
Veel zon, veel water in de zomer en vroeg vruchtdunnen. De combinatie van afschilferende bast en enkele goed geplaatste vruchten maakt deze soort bijzonder sterk als bonsai.
Oorspronkelijke herkomst
Centraal- en Zuid-China. De soort is later als sier- en fruitboom ingevoerd in onder meer Japan en Korea.
Eigenschappen
Bladverliezende boom of grote struik met afschilferende, gevlekte bast, glanzend fijn gezaagd blad, roze bloemen en grote geelgroene aromatische vruchten. Oudere stammen kunnen zeer decoratieve mozaïekbast ontwikkelen.
Voor- en nadelen als bonsai
Uitstekende bloei-/vruchtbonsai door fraaie bast, herfstkleur en grote aromatische vruchten. De sterke groei en grote vruchten vragen een middelgrote tot grote boom; jonge takken zijn goed vormbaar maar oudere takken worden stijf.
Standplaats als bonsai
Buiten in volle zon tot lichte halfschaduw en met goede luchtcirculatie. Zon bevordert bloei, vrucht en bastkleur. Bescherm de wortelkluit in een bonsaischaal tegen langdurige zware vorst en koude uitdrogende wind.
Groei
Krachtige voorjaars- en zomergroei met lange scheuten. Regelmatig snoeien is nodig om internodiën te verkorten en de kroon compact te houden.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, bezemvorm, hellend, meerstammig en middelgrote tot grote natuurlijke loofboomstijl.
Vormsnoei
Grote structuurcorrecties in late winter/vroege voorjaar vóór sterke groei of direct na de bloei wanneer dat voor de bloemstructuur beter uitkomt. Grote wonden zorgvuldig afwerken.
Onderhoudssnoei
Nieuwe scheuten laten verlengen en vervolgens terugzetten tot twee of drie bladeren. Voor vruchtvorming voldoende kort bloei-/vruchthout sparen.
Fijnsnoei
Sterke scheuten aan de buitenzijde eerder terugnemen en binnenste zwakke groei sparen. Ongewenste waterloten vroeg verwijderen.
Bladsnoei / ontbladeren
Geen standaard volledige ontbladering. Bij een zeer sterke boom kan beperkt blad worden uitgedund voor licht en verhouding, maar niet tegelijk met zware wortel- of vormsnoei.
Wortelsnoei
In het vroege voorjaar vóór uitlopen. Verwijder dikke cirkelende wortels geleidelijk en behoud voldoende fijne wortels.
Knopbeheer
Na de winter en na de bloei ongewenste knopclusters uitdunnen. Spaar korte knoppen/sporen wanneer bloei en vrucht gewenst zijn.
Bloei- en vruchtbeheer
Bloemen verschijnen in het voorjaar; de vruchten worden groot en zwaar. Laat op een kleine of jonge bonsai slechts zeer weinig vruchten rijpen en dun vroeg om takbreuk en uitputting te voorkomen.
Bedraden
Jonge scheuten zijn goed te bedraden. Oud hout wordt stug; gebruik daar liever spandraden en geleidelijke buiging. Controleer draad tijdens snelle groei vaak.
Bemesten
Regelmatig van voorjaar tot vroege herfst. Voor een ontwikkelingsboom normale gebalanceerde voeding; bij een vruchtdragende bonsai voldoende kalium maar geen excessieve stikstofgift.
Watergifte
De wortelkluit steeds licht vochtig houden. Tijdens bloei en vooral vruchtontwikkeling zeer veel water nodig; nooit volledig laten uitdrogen. Tegelijk moet overtollig water snel kunnen weglopen.
Substraat
Luchtig en goed drainerend maar vochtvasthoudend, bijvoorbeeld akadama met puimsteen en lava.
Verpotten
Om de twee jaar bij jonge bomen, oudere bomen minder vaak. Verpot in het vroege voorjaar vóór nieuwe groei en snoei wortels gematigd.
Ziekten en problemen
Bladluis, spint, schildluis, meeldauw, bladvlekken en wortelrot bij slechte drainage kunnen optreden. Grote vruchten kunnen dunne takken breken.
