Prunus mume
Snoei vooral direct na de bloei en geef daarna voldoende groei om nieuw bloeihout te maken. Veel zon en een droge kroon met luchtcirculatie helpen de spectaculaire vroege bloei gezond te houden.
Oorspronkelijke herkomst
Van nature van Zuid-centraal China tot Noord-Indochina; de soort wordt al eeuwen intensief gekweekt in China, Japan en Korea.
Eigenschappen
Bladverliezende Prunus die beroemd is om zeer vroege, vaak sterk geurende witte, roze of rode bloemen op kaal hout. De bast wordt op leeftijd donker en karaktervol. Het is botanisch nauwer verwant aan abrikoos dan aan pruim.
Voor- en nadelen als bonsai
Een klassieke bloeiende bonsai met uitzonderlijke winter-/voorjaarsbloei en sterke oude bast. Nadelen zijn relatief lastige terugknop op sommige oude takken, lange jonge scheuten, broos hout en gevoeligheid voor typische Prunus-ziekten.
Standplaats als bonsai
Het hele jaar buiten in volle zon tot lichte halfschaduw. Veel zon helpt bloemknopvorming. Bescherm geopende bloemen tegen zware vorst en de schaal tegen langdurige extreme winterkou.
Groei
Na de bloei volgt krachtige vegetatieve groei. Bloemknoppen voor het volgende seizoen worden op voldoende ontwikkeld hout gevormd, waardoor de snoeitiming cruciaal is.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, hellend, literati, halfcascade en compacte oude bloeiboomvorm.
Vormsnoei
Belangrijkste vormsnoei direct na de bloei, vóór de sterke voorjaarsgroei. Hierdoor kan de boom nieuw hout ontwikkelen waarop later opnieuw bloemknoppen ontstaan. Grote Prunus-wonden zo klein mogelijk houden.
Onderhoudssnoei
Na de bloei lange scheuten terugzetten en vervolgens gedurende het seizoen opnieuw inkorten wanneer ze buiten het silhouet groeien. Laat gewenste verlengingsscheuten langer staan voor verdikking.
Fijnsnoei
Nieuwe scheuten selecteren op positie en internodelengte. Vermijd voortdurend kort knippen van al het nieuwe hout als bloei gewenst is.
Bladsnoei / ontbladeren
Geen volledige ontbladering als standaard. Alleen beschadigd, ziek of lichtblokkerend blad selectief verwijderen.
Wortelsnoei
Voorzichtig bij verpotten in het vroege voorjaar, vóór sterke bladgroei. Behoud fijne wortels en combineer geen agressief wortelwerk met zware kroonreductie.
Knopbeheer
In late zomer/herfst bloemknoppen leren onderscheiden van bladknoppen en ze sparen. Na de bloei ongewenste knopclusters uitdunnen.
Bloei- en vruchtbeheer
Bloei is de belangrijkste sierwaarde. Verwijder uitgebloeide bloemen en eventuele zware vruchtzetting wanneer maximale groei en herstel gewenst zijn. Houd bij snoei rekening met bloemknoppen voor volgend seizoen.
Bedraden
Jonge takken voorzichtig bedraden nadat ze enigszins zijn afgehard. Oud Prunus-hout is bros; zware buigingen liever met spandraden en gefaseerd uitvoeren.
Bemesten
Tijdens volle bloei weinig of niet bemesten. Direct na de bloei normale voeding geven voor nieuwe groei en herstel; vanaf middenzomer gematigder om bloemknopvorming en afrijping te ondersteunen.
Watergifte
Gelijkmatig vochtig houden, vooral tijdens groei en warme perioden. Niet volledig laten uitdrogen maar ook geen langdurig natte, zuurstofarme wortelkluit.
Substraat
Luchtig, goed drainerend en matig vochtvasthoudend, bijvoorbeeld akadama, puimsteen en lava.
Verpotten
Jonge bomen ongeveer om de twee tot drie jaar en oudere exemplaren om de drie tot vijf jaar. Verpot in vroege voorjaar rond het einde van de bloei en vóór krachtige nieuwe groei.
Ziekten en problemen
Zoals andere Prunus gevoelig voor bacteriekanker, zilverblad, gomvorming, bladluis, schildluis, spint en schimmelproblemen. Vermijd grote natte snoeiwonden en slechte luchtcirculatie.
