Pistacia lentiscus
Volle zon, warmte, uitstekende drainage en een lichte vorstvrije winterstand zijn de basis. Niet verwarren met Pistacia vera: de mastiekboom is Pistacia lentiscus.
Oorspronkelijke herkomst
Canarische Eilanden en het Middellandse Zeegebied. Pistacia lentiscus is daar een groenblijvende struik of kleine boom van droge, zonnige en rotsachtige standplaatsen.
Eigenschappen
Groenblijvende mediterrane struik of kleine boom uit de pruikenboomfamilie met leerachtige geveerde bladeren, aromatische twijgen en hars. Oudere exemplaren ontwikkelen een grillige stam en ruwe bast. De soort is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen staan doorgaans op afzonderlijke planten.
Voor- en nadelen als bonsai
Sterke punten zijn het kleine leerachtige blad, de mediterrane uitstraling, goede vertakkingsmogelijkheden en karaktervolle oude stammen. Aandachtspunten zijn vorstgevoelige wortels in een schaal, trage verdikking en risico op wortelproblemen wanneer de boom in koel weer langdurig nat staat.
Standplaats als bonsai
Buiten in volle zon en veel lucht tijdens het groeiseizoen. Bescherm een bonsai tegen vorst; overwinter zeer licht, koel en bij voorkeur vorstvrij. Een warme donkere woonkamer is ongeschikt.
Groei
Groeit vooral actief bij warmte en veel licht. Jonge scheuten kunnen in een gunstige zomer krachtig verlengen; oude stammen verdikken geleidelijk.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, hellend, literati, meerstammig en natuurlijke mediterrane struikvorm. Oude stammen lenen zich goed voor een grillig en verweerd beeld.
Vormsnoei
Grotere structuurcorrecties uitvoeren wanneer de boom gezond is en de groei op gang komt, bij voorkeur in het voorjaar. Werk gefaseerd bij oud materiaal en behoud voldoende actief loof op takken die moeten blijven.
Onderhoudssnoei
Tijdens warme actieve groei lange scheuten terugnemen om compacte vertakking te stimuleren. Laat zwakke takken langer doorgroeien en knip sterke toppen eerder terug.
Fijnsnoei
Na afharding van nieuwe groei selectief terugknippen op goed geplaatste bladparen en binnenwaartse of kruisende scheuten verwijderen.
Bladsnoei / ontbladeren
Volledige ontbladering is niet standaard nodig. Alleen bij een zeer sterke gezonde boom eventueel gedeeltelijk blad verwijderen om licht in een dichte kroon te brengen.
Wortelsnoei
Voorzichtig wortelsnoeien tijdens verpotten, liefst wanneer het weer stabiel warm wordt. Behoud voldoende fijne wortels en combineer geen zwaar wortelwerk met een zware krooncorrectie.
Knopbeheer
Overtollige scheuten bij knooppunten vroeg selecteren en zwakkere binnenknoppen sparen voor compacte vertakking.
Bloei- en vruchtbeheer
Mannelijke en vrouwelijke planten zijn gescheiden. Vruchtvorming is voor bonsai ondergeschikt; bij een kleine of zwakke vrouwelijke boom zware vruchtbelasting beperken.
Bedraden
Jonge takken tijdens actieve groei voorzichtig bedraden. Oud hout wordt stugger; gebruik zo nodig span-/trekdraden en controleer regelmatig op insnoeren.
Bemesten
Van voorjaar tot nazomer regelmatig maar gematigd bemesten. Gebruik een evenwichtige organische of verdunde vloeibare mest en bouw richting koelere overwintering af.
Watergifte
Grondig water geven en daarna de bovenlaag enigszins laten opdrogen. Een gevestigde mastiekboom verdraagt droogte, maar een kleine bonsaischaal mag bij hitte niet volledig uitdrogen. Vermijd vooral langdurig koud en nat substraat.
Substraat
Zeer luchtig en snel drainerend mineraal bonsaimengsel, bijvoorbeeld akadama met puimsteen en lava. Een klein organisch aandeel kan worden gebruikt zolang de drainage uitstekend blijft.
Verpotten
Om de twee à drie jaar of wanneer de wortelkluit dit vraagt. Verpot wanneer de boom actief kan herstellen en bescherm daarna tegen koude, felle wind en uitdroging.
Ziekten en problemen
Let op schildluis, wolluis en spint, vooral bij overwintering onder glas. Wortelrot ontstaat vooral door te nat substraat bij lage temperatuur. Controleer ook op bladschimmels bij slechte luchtcirculatie.
