Citroenboom

← Terug naar Bomen
Citroenboom
B014 · Mediterraan

Citrus limon

Belangrijkste tip

Laat warmte en actieve groei het werkmoment bepalen. Bescherm de wortelkluit vooral tegen een combinatie van koude en langdurige nattigheid.

Oorspronkelijke herkomst

Aziatische oorsprong; Citrus-soorten komen hoofdzakelijk uit Zuid-, Zuidoost- en Oost-Azië.

Eigenschappen

Een citrusboom is een groenblijvende boom of struik uit het geslacht Citrus. Denk aan citroen, sinaasappel, mandarijn, limoen, grapefruit en kumquat. In België en Nederland wordt citrus meestal als kuipplant gehouden, omdat hij slecht tegen langdurige vorst kan.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn het glanzende blad, de geurende bloemen en de sierlijke vruchten. Nadelen zijn de vorstgevoeligheid, de behoefte aan veel licht en warmte en het risico op schildluis, spint en wortelrot tijdens de overwintering.

Standplaats als bonsai

Zet deze bonsai in het groeiseizoen buiten in veel zon en warmte. Bescherm hem tegen koude wind en langdurige regen. Overwinter hem zeer licht en vorstvrij; vermijd daarbij een warme, donkere huiskamer.

Groei

Groeit vooral bij warmte en veel licht. In koele overwintering staat de groei bijna stil; werk dan niet zwaar aan snoei, wortels of bemesting.

Geschikte stijlvormen

Geschikte stijlvormen zijn informeel rechtop, hellend, literati, winderig en oude struikvorm; ontwerp liefst met open kroon en karaktervolle stam.

Vormsnoei

Voer de vormsnoei in het late voorjaar of de vroege zomer uit, wanneer de boom warm staat en krachtig groeit. Snoei niet zwaar tijdens een koele overwintering.

Onderhoudssnoei

Knip lange scheuten tijdens de actieve groei regelmatig terug, maar laat voldoende blad staan voor herstel en vruchtontwikkeling.

Fijnsnoei

Knip nieuwe scheuten na het afharden terug tot twee of drie bladeren. Spaar bloeiende en vruchtdragende twijgen wanneer die in het ontwerp passen.

Bladsnoei / ontbladeren

Pas geen volledige ontbladering toe. Verwijder alleen beschadigd, ziek of te groot blad wanneer de boom sterk groeit.

Wortelsnoei

Voer wortelsnoei in het late voorjaar uit, wanneer de nachten zacht zijn en de groei duidelijk is hervat. Werk terughoudend en bescherm de boom daarna tegen kou.

Knopbeheer

Dun te sterke groeischeuten uit en behoud voldoende bloeiknoppen. Verdeel de groeikracht over de hele kroon.

Bloei- en vruchtbeheer

Beperk het aantal vruchten bij kleine of jonge bonsai, zodat takken en wortels niet uitgeput raken. Verwijder beschadigde vruchten en ongewenste wortelopslag.

Bedraden

Bedraad jonge, soepele takken tijdens actieve groei. Controleer vaak op insnoeren en buig oudere, brosser wordende takken in kleine stappen.

Bemesten

Bemest van het voorjaar tot de nazomer regelmatig met een uitgebalanceerde bonsaimest. Pas de hoeveelheid aan de ontwikkelingsfase aan: sterker in de opbouwfase en gematigder bij verfijnde bomen. Bemest niet direct na het verpotten of bij droogtestress.

Watergifte

Geef grondig water zodra de bovenste laag van het substraat licht is opgedroogd. Laat de wortelkluit niet volledig uitdrogen, maar voorkom dat zij voortdurend nat blijft. Pas de watergift aan temperatuur, wind, blad- of naaldmassa en schaalgrootte aan.

Substraat

Gebruik een zeer luchtig en mineraal substraat met een snelle afwatering, bijvoorbeeld akadama met puimsteen en lava. Voorkom een groot aandeel fijne, organische potgrond, vooral bij een koele overwintering.

Verpotten

Verpot in het late voorjaar, wanneer de nachten zacht zijn en de boom duidelijk actief groeit. Werk terughoudend aan de wortels en bescherm de boom na afloop tegen koude en felle middagzon. Verpot alleen wanneer de wortelkluit of de conditie van het substraat daar aanleiding toe geeft.

Ziekten en problemen

Mogelijke problemen zijn bladluis, spint, meeldauw, wortelrot, droogtestress en taksterfte na te zware ingrepen. Goede luchtcirculatie, correcte watergift en schoon gereedschap verkleinen de risico’s.