Echte tijm

← Terug naar Bomen
Echte tijm
Mediterraan

Thymus vulgaris

Belangrijkste tip

Volle zon, zeer goede drainage en sober water/voeding. Knip alleen licht in groen hout; oude kale stengels lopen na harde snoei vaak niet meer uit.

Oorspronkelijke herkomst

Zuidwest-Europa en Zuidoost-Italië. De soort is op veel plaatsen daarbuiten als keukenkruid ingeburgerd of aangeplant.

Eigenschappen

Echte tijm is een kleine, wintergroene tot halfwintergroene aromatische dwergstruik met zeer kleine blaadjes en roze tot lila bloemen. Oude stengels verhouten snel en kunnen een verrassend oude uitstraling krijgen.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn extreem klein blad, geur, bloemen en een natuurlijke miniatuurstruikvorm. Nadelen zijn dun, bros hout, beperkte levensduur van oude takdelen en het slechte herstel na harde snoei diep in kaal oud hout.

Standplaats als bonsai

Buiten in volle zon, warm en luchtig. Bescherm een kleine schaal tegen langdurige winterse waterverzadiging en extreme vorst. Goede ventilatie is belangrijk.

Groei

Compacte scheutgroei in voorjaar en zomer. Regelmatig licht knippen stimuleert vertakking; oude, kale stengels lopen na zware snoei niet betrouwbaar opnieuw uit.

Geschikte stijlvormen

Shohin/mame, meerstammig, rotsbeplanting, hellend, halfcascade en oude mediterrane dwergstruikvorm.

Vormsnoei

Licht vormsnoeien in midden/late voorjaar en eventueel direct na de bloei. Snoei niet hard terug tot diep in oud kaal hout.

Onderhoudssnoei

Knip jonge groene toppen regelmatig licht terug. Na de bloei uitgebloeide stelen verwijderen om de plant compact te houden.

Fijnsnoei

Met een fijne schaar jonge scheutjes selecteren en inkorten. Behoud altijd groene groei op oude takjes.

Bladsnoei / ontbladeren

Niet ontbladeren; het blad is van nature zeer klein.

Wortelsnoei

Zeer terughoudend wortelsnoeien in het voorjaar. Kleine tijmplanten hebben een fijne wortelkluit die snel uitdroogt; combineer geen zwaar wortelwerk met zware kroonsnoei.

Knopbeheer

Geen afzonderlijke knoptechniek nodig. De kroon wordt gestuurd door regelmatige lichte snoei van groene scheuten.

Bloei- en vruchtbeheer

Bloei kan volledig worden getoond. Na de bloei de bloemstelen terugknippen wanneer zaad niet gewenst is.

Bedraden

Bedrading slechts beperkt gebruiken. Dun oud hout breekt snel; vorm voornamelijk met snoei en eventueel heel dun draad op jonge scheuten.

Bemesten

Sober bemesten. Een lichte, uitgebalanceerde voeding tijdens actieve groei is voldoende; te rijke voeding maakt tijm lang en slap.

Watergifte

Tussen gietbeurten de bovenlaag laten opdrogen, daarna grondig water geven. De kluit mag niet langdurig nat blijven, maar een mame- of shohinschaal ook niet volledig laten uitdrogen.

Substraat

Zeer luchtig, mineraal en snel drainerend, bijvoorbeeld puimsteen/lava met akadama. Vermijd compacte, voortdurend natte potgrond.

Verpotten

In het voorjaar wanneer de groei herneemt. Werk voorzichtig aan de fijne wortels en zet de plant na verpotten tijdelijk uit harde wind.

Ziekten en problemen

Vooral wortel- en stengelrot bij te natte omstandigheden, uitdroging in zeer kleine schalen en terugval na snoei in oud kaal hout. Tijm is doorgaans weinig gevoelig voor plagen wanneer hij zonnig en luchtig staat.