Aardbeienboom

← Terug naar Bomen
Aardbeienboom
Mediterraan

Arbutus unedo

Belangrijkste tip

Veel zon, zeer goede drainage en beschutting tegen koude wind. Houd snoei en wortelwerk gematigd.

Oorspronkelijke herkomst

Middellandse Zeegebied; van Zuidwest-Europa en Noord-Afrika tot delen van de oostelijke Middellandse Zee.

Eigenschappen

Wintergroene struik of kleine boom met leerachtig blad, roodbruine afschilferende bast, witte tot lichtroze urnvormige bloemen en rood-oranje vruchten. Bloei en rijpende vruchten kunnen tegelijk aan de boom staan.

Voor- en nadelen als bonsai

Plus: wintergroen, karaktervolle bast, bloemen en vruchten en een natuurlijke mediterrane uitstraling. Aandachtspunten: vrij trage groei, gevoelig voor langdurig koude en natte wortels en liever geen zware snoei- of wortelingrepen in één keer.

Standplaats als bonsai

Buiten in volle zon, liefst beschut tegen koude uitdrogende wind. In een bonsaischaal de wortels extra beschermen bij strenge vorst. Zeer goede drainage is noodzakelijk.

Groei

Langzaam tot matig. De sterkste groei valt in warme, lichte perioden; bij lage temperaturen vertraagt de groei duidelijk.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, hellend, literati, winderige stijl en natuurlijke oude-struikvorm.

Vormsnoei

Eind winter-vroege voorjaar, na de strengste vorst. Grote ingrepen gefaseerd uitvoeren.

Onderhoudssnoei

Lichte correcties tijdens actieve groei. Houd snoei beperkt en spaar bloem- en vruchtdragende delen als presentatie gewenst is.

Fijnsnoei

Voorjaar-zomer tijdens actieve groei; nieuwe scheuten selectief terugnemen.

Bladsnoei / ontbladeren

Niet toepassen als standaardtechniek.

Wortelsnoei

Bij verpotten in het vroege voorjaar; matig snoeien en de wortelkluit niet volledig uiteenhalen.

Knopbeheer

Sterke eindgroei terugnemen nadat scheuten zijn uitgehard; zwakke binnenknoppen sparen.

Bloei- en vruchtbeheer

Vruchtbelasting beperken bij kleine of zwakke bomen; snoei afstemmen op bloei en vruchten.

Bedraden

Bedraad vooral jonge, soepele takken. Bescherm de bast, zet dikke takken geleidelijk en controleer regelmatig op insnoeren.

Bemesten

Matig voeden tijdens actieve groei. In koude stilstand niet bemesten. De bestaande productdoseringen in het schema blijven leidend en worden bij hitte, droogte of zwakke groei verlaagd.

Watergifte

Gelijkmatig vochtig houden tijdens actieve groei, maar nooit langdurig nat. Laat de bovenlaag licht opdrogen. In de winter spaarzamer water geven zonder de kluit volledig te laten uitdrogen.

Substraat

Luchtig, zeer goed drainerend en toch enigszins vochtvasthoudend. Een mineraal bonsaimengsel met bijvoorbeeld akadama, puimsteen en lava is geschikt; vermijd dicht en langdurig nat substraat.

Verpotten

Verpot wanneer de wortelkluit dit vraagt, bij voorkeur in het vroege voorjaar. Wortels matig snoeien en de kern van de wortelkluit niet onnodig volledig uiteenhalen.

Ziekten en problemen

Let vooral op wortelproblemen door slechte drainage, bladluis, Arbutus-bladvlekkenziekte en honingzwam. Bij warme beschutte overwintering kunnen ook schildluis en spint optreden.