
Fraxinus americana
De correcte Nederlandse naam voor Fraxinus americana is Amerikaanse es. Stuur de tegenoverstaande knopparen vroeg om verdikkingen te vermijden en kies vanwege het grote samengestelde blad bij voorkeur een middelgrote of grotere bonsai.
Oorspronkelijke herkomst
Oost-Canada tot het centrale en oostelijke deel van de Verenigde Staten, met een kleine natuurlijke uitbreiding tot Noordoost-Mexico.
Eigenschappen
Amerikaanse es is een grote bladverliezende es met tegenoverstaande knoppen en samengestelde bladeren met meestal vijf tot negen deelblaadjes. De herfstkleur kan geel, roodpaars tot purper worden. De soort vormt gevleugelde zaden (samara’s).
Voor- en nadelen als bonsai
Voordelen zijn krachtige groei, goede snoeireactie, een mooie grijze bast en sterke herfstkleur. Nadelen zijn de grote samengestelde bladeren en grove internodiën, waardoor vooral middelgrote tot grote bonsai overtuigen, en de ernstige vatbaarheid voor de essenprachtkever in Noord-Amerika.
Standplaats als bonsai
Buiten in volle zon tot lichte halfschaduw. Houd de wortels gelijkmatig vochtig maar goed gedraineerd. De soort is zeer winterhard; bescherm een kleine schaal wel tegen extreme vorst en uitdrogende wind.
Groei
Krachtige voorjaars- en zomergroei met sterke apicale dominantie. Door sterke toppen vroeg te remmen en zwakkere binnen-/ondertakken langer te laten groeien kan de kroon worden verfijnd.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, bezemvorm, hellend, meerstammig en bos/groep. Middelgroot tot groot is passend vanwege het samengestelde blad.
Vormsnoei
Grote structuurcorrecties uitvoeren in de bladloze rustperiode. Vermijd zeer grote wonden op verfijnde bomen en bouw takken geleidelijk op.
Onderhoudssnoei
Nieuwe scheuten terugknippen nadat zij enkele bladparen hebben gevormd. Sterke topscheuten eerder remmen dan onderste en binnenste takken.
Fijnsnoei
Knip jonge scheuten terug op goed gerichte tegenoverstaande knoppen; verwijder waar nodig één knop uit een paar om verdikkingen en tegenoverstaande takken op dezelfde plek te voorkomen.
Bladsnoei / ontbladeren
Volledige ontbladering alleen als gevorderde techniek op een zeer sterke boom; selectieve bladverwijdering is veiliger. Verwijder eventueel afzonderlijke deelblaadjes om licht in de kroon te brengen.
Wortelsnoei
Verpot vroeg in het voorjaar vóór sterke knopopening. Jonge bomen verdragen redelijke wortelsnoei; behoud bij oudere bomen voldoende fijne wortels en combineer niet met een zware kroonreductie.
Knopbeheer
Door de tegenoverstaande knopstand kunnen gemakkelijk verdikkingen ontstaan. Selecteer knoppen vroeg: laat op een knoop niet onnodig meerdere scheuten in dezelfde richting ontstaan.
Bloei- en vruchtbeheer
Bloei en samara’s zijn meestal ondergeschikt aan de bonsaivorm. Verwijder zware zaadproductie bij een kleine of verzwakte boom.
Bedraden
Bedraad jonge takken in rust of na het afharden. Controleer snel op insnoeren; sterke groei kan draadsporen veroorzaken.
Bemesten
Tijdens actieve groei regelmatig uitgebalanceerd bemesten. In de opbouwfase mag voeding steviger zijn; voor verfijning gematigder om lange internodiën en grof blad te beperken.
Watergifte
Gelijkmatig vochtig houden. Geef grondig zodra de bovenlaag begint op te drogen en voorkom zowel volledige uitdroging als langdurig zuurstofarm waterloggend substraat.
Substraat
Luchtig, stabiel en goed drainerend met voldoende vochtvasthoudend vermogen, bijvoorbeeld akadama met puimsteen/lava.
Verpotten
Vroeg in het voorjaar vóór het uitlopen, doorgaans om de twee à drie jaar bij jonge bomen en minder vaak bij oudere exemplaren, afhankelijk van wortelvulling.
Ziekten en problemen
De essenprachtkever (Agrilus planipennis) is in Noord-Amerika een zeer ernstige bedreiging voor Fraxinus americana. In Europa kan ook essentaksterfte optreden, al is Amerikaanse es doorgaans minder zwaar aangetast dan gewone es. Verder zijn honingzwam, droogtestress en algemene blad-/stamplagen mogelijk.
