Azalea

← Terug naar Bomen
Azalea
Zuurminnende bloeier

Rhododendron indicum

Belangrijkste tip

Geen kalk. Laat de kluit nooit volledig uitdrogen en doe de hoofdsnoei direct na de bloei.

Oorspronkelijke herkomst

Japan: westelijk en centraal Honshu en Kyushu.

Eigenschappen

Azalea behoort tot Rhododendron. Voor bonsai is vooral de Satsuki-groep rond Rhododendron indicum bekend. De soort vormt fijne vertakking, kleine bladeren en rijke bloei en is van nature sterker aan de basis dan in de top.

Voor- en nadelen als bonsai

Plus: spectaculaire bloei, fijne vertakking en zeer geschikt voor compacte bonsai. Aandachtspunten: gevoelig voor kalk en uitdroging, bros hout en een snoeitijdstip dat direct invloed heeft op de bloei van het volgende jaar.

Standplaats als bonsai

Buiten op een lichte plek. Zon is goed, maar geef tijdens hete zomerdagen schaduw op het warmste deel van de dag. Bescherm bloemen tegen hete zon en zware regen en bescherm potwortels bij strenge vorst.

Groei

De belangrijkste scheutgroei volgt rond en na de bloei. In de zomer worden de bloemknoppen voor het volgende jaar aangelegd.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, meerstammig, koepelvorm, halfcascade en wortel-over-rots; de vorm moet de bloei ondersteunen.

Vormsnoei

Direct na de bloei. Sterke reductie kan, maar werk op oud kaal hout voorzichtig en gefaseerd.

Onderhoudssnoei

Na de bloei tot vroege zomer. Later alleen lichte correcties als bloei voor volgend jaar belangrijk is.

Fijnsnoei

Direct na de bloei; nieuwe scheuten terugnemen voordat de bloemknoppen voor volgend jaar worden aangelegd.

Bladsnoei / ontbladeren

Niet toepassen.

Wortelsnoei

In het voorjaar of direct na de bloei; fijne, dichte wortelmat voorzichtig behandelen.

Knopbeheer

Uitgebloeide bloemen en vruchtbeginsels direct verwijderen; vanaf de zomer nieuwe bloemknoppen sparen.

Bloei- en vruchtbeheer

Bloei is hoofdwaarde. Tijdens bloei geen zware snoei en daarna meteen de hoofdsnoei uitvoeren.

Bedraden

Het hout is bros. Bedraad en buig voorzichtig, bij voorkeur na de bloei of op jonge soepele scheuten. Gebruik waar nodig span- of trekdraden in plaats van sterke buigingen.

Bemesten

Gebruik voeding voor azalea/rhododendron of een passende organische bonsaivoeding. Tijdens de bloei stoppen of sterk verminderen; na de bloei weer opbouwen. Vermijd kalkrijke producten.

Watergifte

Niet laten uitdrogen, maar ook niet permanent nat houden. Gebruik bij voorkeur regenwater of ander kalkarm water en controleer de kleine bonsaischaal dagelijks bij warm weer.

Substraat

Zuur, kalkvrij en luchtig. Kanuma is de klassieke keuze; een vergelijkbaar zuur en goed drainerend mengsel kan ook.

Verpotten

Ongeveer elke twee jaar, in het voorjaar of direct na de bloei. De fijne, dichte wortelmat voorzichtig behandelen en niet grof uit elkaar trekken.

Ziekten en problemen

Veelvoorkomend zijn chlorose door te hoge pH of kalkrijk water, droogtestress en wortelproblemen door te nat substraat. Bladeren en bloemen zijn schadelijk bij opname.