
Fagus sylvatica
Laat de kluit nooit volledig uitdrogen. De gladde bast littekent snel en zware snoei moet altijd knoppen op de resterende twijg laten.
Oorspronkelijke herkomst
Europa; verspreid van West- en Midden-Europa tot aan de Kaukasus.
Eigenschappen
Bladverliezende boom met gladde grijze bast, frisgroen voorjaarsblad en koper- tot bruin herfstblad. Beuk vormt op termijn een dichte, fijne kroon en houdt vaak droog blad in de winter vast.
Voor- en nadelen als bonsai
Plus: mooie bast, sterke wintertakstructuur, fraaie herfstkleur en zeer geschikt voor natuurlijke loofboom- en bosstijlen. Aandachtspunten: mag niet uitdrogen, jonge gladde bast littekent snel en bladverkleining vraagt geduld.
Standplaats als bonsai
Buiten in zon tot halfschaduw met goede luchtcirculatie. Bescherm in een bonsaischaal de wortels tegen zeer strenge vorst en voorkom langdurige uitdrogende hitte.
Groei
Sterke voorjaarsgroei gevolgd door rustiger zomergroei. Fijne vertakking ontstaat door gezonde wortels, voldoende licht en consequent terugknippen na bladharding.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, bezemvorm, hellend, meerstammig, bos/groep en natuurlijke Europese loofboomstijl.
Vormsnoei
Bij voorkeur vóór knopopening in het vroege voorjaar. Bij herfst-/wintersnoei altijd knoppen op de overblijvende twijg laten staan en grote wonden beperken.
Onderhoudssnoei
Tijdens voorjaar en zomer licht en regelmatig terugknippen voor korte internodiën. Zwakke binnenste groei sparen.
Fijnsnoei
Na bladharding, meestal late voorjaar-vroege zomer; sterke nieuwe scheuten terugknippen tot ongeveer twee bladeren.
Bladsnoei / ontbladeren
Geen volledige ontbladering als standaard. Alleen gedeeltelijk bij een sterke, gezonde en niet recent verpotte boom.
Wortelsnoei
In het voorjaar vlak vóór knopopening; gematigd wortelsnoeien.
Knopbeheer
Sterke topknoppen reduceren en zwakke binnenknoppen sparen om de groeikracht te verdelen.
Bloei- en vruchtbeheer
Niet de hoofdwaarde; energie vooral naar gezonde vertakking en bladkwaliteit sturen.
Bedraden
Bedraden kan, maar de gladde bast beschadigt snel. Bescherm de bast en verwijder draad voordat deze zichtbaar insnoert.
Bemesten
Regelmatig voeden in het groeiseizoen. Voor verfijning lichter doseren dan bij opkweek en niet forceren tijdens hitte, droogte of direct na verpotten.
Watergifte
Water zodra het substraat begint op te drogen. De kluit mag nooit volledig uitdrogen, maar permanent nat substraat geeft eveneens wortelproblemen.
Substraat
Luchtig, goed drainerend maar voldoende vochtvasthoudend. Een mengsel van akadama met puimsteen en/of lava is geschikt; pas korrelgrootte aan de schaal en groeifase aan.
Verpotten
Jonge bomen meestal om de twee tot drie jaar, oudere bomen minder vaak. Verpot in het voorjaar vóór het openen van de knoppen en voer wortelsnoei gematigd uit.
Ziekten en problemen
Let op wollige luis/schildluis, meeldauw en wortelrot bij te nat substraat. Kalkrijk water kan chlorose bevorderen en draad kan snel blijvende bastlittekens veroorzaken.
