Carmona retusa

← Terug naar Bomen
Carmona retusa
B009 · Binnen/tropisch

Ehretia microphylla

Belangrijkste tip

Geef deze bonsai zoveel mogelijk licht en voldoende warmte. Voer zware snoei en wortelwerk alleen uit wanneer de boom actief groeit.

Oorspronkelijke herkomst

Oost- en Zuidoost-Azië; bekend als Fukien tea/Fukienthee in bonsai.

Eigenschappen

Carmona retusa is de bonsainaam die je vaak ziet voor de Fukien tea tree. Botanisch wordt hij tegenwoordig vaak als Ehretia microphylla gezien; Carmona retusa staat bij Kew als synoniem. In bonsaiwinkels kom je ook Carmona microphylla tegen.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn de sterke reactie op snoei, het goede herstelvermogen en de geschiktheid voor een warme, lichte binnenruimte. Nadelen zijn de gevoeligheid voor kou, lichtgebrek, tocht en langdurig nat substraat.

Standplaats als bonsai

Zet deze bonsai op een zeer lichte, warme en tochtvrije plaats. Bescherm hem tegen temperaturen onder ongeveer 12 °C. In de zomer mag hij buiten staan zodra de nachten voldoende warm zijn; laat hem geleidelijk aan direct zonlicht wennen.

Groei

Groeit sterk bij warmte en licht, maar valt bijna stil bij kou en weinig licht.

Geschikte stijlvormen

Geschikte stijlvormen zijn informeel rechtop, bezemvorm, shohin, wortel-over-rots en compacte kamerbonsai.

Vormsnoei

Voer de vormsnoei uit tijdens een periode van sterke, actieve groei, bij voorkeur van het late voorjaar tot en met de zomer.

Onderhoudssnoei

Knip lange scheuten regelmatig terug zodra zij meerdere nieuwe bladeren hebben gevormd. Laat de boom tussendoor voldoende herstellen.

Fijnsnoei

Knip sterke scheuten terug tot twee of drie bladeren om korte internodiën en fijne vertakking te bevorderen. Werk alleen wanneer de boom warm en licht staat.

Bladsnoei / ontbladeren

Pas gedeeltelijke ontbladering alleen toe bij een sterke, gezonde boom die warm en zeer licht staat. Volledige ontbladering is geen standaardbehandeling.

Wortelsnoei

Voer wortelsnoei in de late lente of vroege zomer uit, wanneer de boom actief groeit. Kort de wortels geleidelijk in en bescherm de boom daarna tegen kou en felle zon.

Knopbeheer

Verwijder te sterke eindknoppen en scheuten om de groeikracht over de kroon te verdelen. Spaar zwakke delen totdat zij voldoende kracht hebben.

Bloei- en vruchtbeheer

Bloei en vruchten zijn bij deze soort ondergeschikt aan de gezondheid en vorm van de boom. Verwijder ze wanneer zij een zwakke boom te veel energie kosten.

Bedraden

Bedraad tijdens actieve groei en controleer de draad vaak, omdat jonge takken snel dikker kunnen worden. Verwijder de draad voordat hij in de bast snijdt.

Bemesten

Bemest tijdens actieve groei regelmatig maar matig. Verminder de dosering wanneer licht en temperatuur in de winter lager zijn. Bemest niet kort na het verpotten en voorkom zoutophoping in het substraat.

Watergifte

Geef royaal water zodra de bovenste laag van het substraat licht begint op te drogen. Laat overtollig water volledig weglopen. Voorkom zowel langdurige droogte als een voortdurend natte wortelkluit.

Substraat

Gebruik een luchtig en goed drainerend bonsaisubstraat, bijvoorbeeld een mengsel van akadama, puimsteen en lava. Vermijd zware potgrond die lang nat en zuurstofarm blijft.

Verpotten

Verpot bij voorkeur in de late lente of vroege zomer, wanneer de boom warm staat en actief groeit. Jonge bomen worden meestal om de één tot twee jaar verpot; oudere exemplaren minder vaak. Verwijder nooit meer wortels dan de conditie van de boom toelaat.

Ziekten en problemen

Mogelijke problemen zijn bladval door lichtgebrek, kou of tocht, wortelrot door te nat substraat, en aantasting door spint, schildluis of wolluis. Een lichte, warme standplaats en goede luchtcirculatie beperken deze risico’s.