Chinese iep

← Terug naar Bomen
Chinese iep
Fijne loofboom

Ulmus parvifolia

Belangrijkste tip

Een van de meest vergevingsgezinde loofbonsai. Veel licht en regelmatig clip-and-grow leveren de beste fijne vertakking; laat de kluit niet langdurig uitdrogen of kletsnat staan.

Oorspronkelijke herkomst

Centraal- en Zuid-China tot Vietnam, Zuid-Korea, Japan (Honshu en Kyushu/Nansei-regio) en Taiwan.

Eigenschappen

De Chinese iep (Ulmus parvifolia) is een kleinbladige loofboom met fijne vertakkingsmogelijkheden en een op oudere bomen afschilferende, gevlekte bast. De soort loopt sterk terug op oud hout en is daardoor zeer geschikt voor bonsai.

Voor- en nadelen als bonsai

Pluspunten zijn klein blad, snelle vertakking, sterke terugloop op oud hout en goede tolerantie voor snoei en wortelwerk. Nadelen zijn snelle verdikking van jonge scheuten, uitdroging in kleine schalen en wisselende winterhardheid tussen herkomsten.

Standplaats als bonsai

Buiten in volle zon tot halfschaduw. In gematigd klimaat kunnen winterharde exemplaren buiten overwinteren met bescherming van de schaal. Bomen die jarenlang warm binnen zijn gehouden geleidelijk aan buitenomstandigheden laten wennen.

Groei

Snel groeiend in voorjaar en zomer en zeer geschikt voor clip-and-grow. Veel licht helpt korte internodiën en fijnere bladeren te behouden.

Geschikte stijlvormen

Geschikte stijlvormen zijn informeel rechtop, bezemvorm, hellend, meerstammig, bos/groep en natuurlijke loofboomstijl.

Vormsnoei

Structurele snoei kan in de rustperiode of vroeg in het voorjaar worden uitgevoerd. Chinese iep loopt doorgaans goed terug uit ouder hout.

Onderhoudssnoei

Laat nieuwe scheuten drie tot vier knopen/bladparen verlengen en snoei terug naar één of twee bladeren. Herhaal tijdens sterke groei om een dichte fijne kroon te ontwikkelen.

Fijnsnoei

Sterke toppen eerder terugnemen en zwakke binnenste scheuten meer lengte gunnen. Zo blijft licht en kracht over de kroon verdeeld.

Bladsnoei / ontbladeren

Pas gedeeltelijke of volledige ontbladering alleen toe bij een sterke, gezonde boom en op een geschikt moment in het groeiseizoen. Ontblader niet ieder jaar automatisch.

Wortelsnoei

Voer wortelsnoei vroeg in het voorjaar uit, vlak voordat de knoppen openen. Kort dikke wortels geleidelijk in en behoud voldoende fijne haarwortels.

Knopbeheer

Dun te sterke of te dicht geplaatste knoppen uit en behoud knoppen op zwakke takken. Verdeel de groeikracht evenwichtig over de kroon.

Bloei- en vruchtbeheer

Bloemen en vruchten zijn bij deze soort meestal ondergeschikt aan de vorm. Verwijder een overmatige vruchtzetting wanneer die de boom verzwakt.

Bedraden

Bedraad in de rustperiode of nadat de jonge groei is afgehard. Bescherm de bast en verwijder de draad voordat hij insnoert.

Bemesten

Bemest van het voorjaar tot de nazomer regelmatig met een uitgebalanceerde bonsaimest. Pas de hoeveelheid aan de ontwikkelingsfase aan: sterker in de opbouwfase en gematigder bij verfijnde bomen. Bemest niet direct na het verpotten of bij droogtestress.

Watergifte

Geef grondig water zodra de bovenste laag van het substraat licht begint op te drogen. Laat overtollig water uit de schaal lopen en voorkom dat de wortelkluit volledig uitdroogt. Werk niet met een vast schema, maar controleer de boom dagelijks.

Substraat

Gebruik een luchtig en stabiel bonsaisubstraat dat water vasthoudt en tegelijk goed afwatert. Een mengsel van akadama, puimsteen en lava is een bruikbaar uitgangspunt; pas de verhouding aan de soort, schaal en standplaats aan.

Verpotten

Verpot in het vroege voorjaar, vlak voordat de knoppen openen of de groei duidelijk hervat. Jonge, snelgroeiende bomen worden vaker verpot dan oude, verfijnde bonsai. Kort de wortels geleidelijk in en verpot alleen wanneer de wortelkluit of het substraat daar aanleiding toe geeft.

Ziekten en problemen

Mogelijke problemen zijn bladluis, spint en andere zuigende insecten, bladval door standplaats- of waterstress en wortelproblemen bij voortdurend nat substraat. Chinese iep is doorgaans robuust, maar binnenteelt met weinig licht geeft lange zwakke scheuten.