Chinese moerbei

← Terug naar Bomen
Chinese moerbei
Loofboom

Morus alba

Belangrijkste tip

Volle zon en regelmatig terugknippen helpen om de zeer krachtige soort compact te houden. Gebruik de sterke groei voor stamopbouw, maar rem op tijd voor verfijning.

Oorspronkelijke herkomst

Centraal-China. Morus alba is door eeuwenlange teelt, onder andere voor de zijderups, zeer wijd verspreid geraakt.

Eigenschappen

Witte of Chinese moerbei is een snelgroeiende bladverliezende boom met variabel gevormd blad, krachtige terugloop na snoei en op oudere bomen een ruwe karaktervolle bast. De vruchten kunnen wit, roze, rood of donker verkleuren afhankelijk van cultivar.

Voor- en nadelen als bonsai

Pluspunten zijn snelle stamverdikking, sterke terugloop en goede reactie op snoei. Nadelen zijn relatief groot blad, lange internodiën bij te rijke groei en snelle vergroving van jonge takken. Daarom vooral geschikt als middelgrote of grotere bonsai.

Standplaats als bonsai

Buiten in volle zon voor compacte groei en goede gezondheid. Tijdens extreme zomerhitte kan bescherming van een kleine schaal tegen uitdroging nodig zijn; de soort zelf verdraagt veel zon goed.

Groei

Zeer sterke voorjaar- en zomergroei. Laat in de opbouwfase scheuten langer doorgroeien voor verdikking en snoei in de verfijningsfase vaker terug om internodiën en bladgrootte te beperken.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, bezemvorm, hellend, meerstammig en natuurlijke loofboomstijl. Vanwege blad- en vruchtgrootte meestal overtuigender als middelgrote of grote bonsai.

Vormsnoei

Grote structuurcorrecties bij voorkeur in late herfst of vroege winter wanneer de boom in rust is. Zeer late winter- of vroege voorjaarssnoei kan meer sapverlies geven.

Onderhoudssnoei

Tijdens het groeiseizoen sterke nieuwe scheuten terugnemen zodra voldoende lengte is opgebouwd. Sterke topgroei remmen en zwakkere binnenvertakking sparen.

Fijnsnoei

Na het afharden van nieuwe groei terugsnoeien tot twee of drie bladeren. Op zwakke takken meer blad laten staan om kracht op te bouwen.

Bladsnoei / ontbladeren

Volledige ontbladering niet routinematig toepassen. Bij een zeer sterke gezonde boom kan plaatselijk of gedeeltelijk blad worden verwijderd om licht in de kroon te brengen en grove bladeren te vervangen.

Wortelsnoei

Verpot vlak voor de voorjaarsgroei en snoei sterke dikke wortels geleidelijk terug. Behoud voldoende fijne wortels; jonge moerbeien herstellen doorgaans krachtig.

Knopbeheer

Sterke eindknoppen/scheuten vroeg selecteren en ongewenste waterloten verwijderen. Gebruik de sterke terugloop op ouder hout om nieuwe vertakking op gewenste plaatsen op te bouwen.

Bloei- en vruchtbeheer

Vruchten kunnen sierwaarde hebben maar kosten energie en kunnen groot zijn ten opzichte van een kleine bonsai. Bij jonge of verfijnde bomen vruchtbelasting beperken.

Bedraden

Jonge takken zijn goed te bedraden maar verdikken snel. Controleer vaak op insnoeren; oudere takken liever geleidelijk met snoei en guy-wires vormen.

Bemesten

Tijdens actieve groei regelmatig bemesten. In opbouwfase mag de voeding ruimer; voor verfijning gematigder om te grove bladeren en internodiën te voorkomen. In rust niet bemesten.

Watergifte

In volle bladstand gelijkmatig vochtig houden en bij warm weer royaal water geven. Laat de kluit niet volledig uitdrogen, maar voorkom permanent nat, zuurstofarm substraat.

Substraat

Luchtig en goed drainerend maar voldoende vochtvasthoudend, bijvoorbeeld akadama met puimsteen/lava. Voor een snelgroeiende opkweekboom kan iets meer vochtvasthoudend materiaal worden gebruikt.

Verpotten

Jonge bomen om de één tot twee jaar indien de kluit snel dichtgroeit; oudere bomen minder vaak. Verpot vlak vóór actieve voorjaarsgroei en pas de wortelsnoei aan de conditie van de boom aan.

Ziekten en problemen

Mogelijke problemen zijn bladluis, schildluis, spint, meeldauw en bladvlekken. Uitdroging kan bladschade geven; voortdurend nat substraat veroorzaakt wortelproblemen. Zeer krachtige groei kan de fijne bonsaistructuur snel grof maken.