
Pinus contorta
Draaiden is aantoonbaar een single-flush pine. Laat nieuwe groei eerst ontwikkelen en verkort die met behoud van nieuwe naalden; volledige decandling kan takken ernstig verzwakken.
Oorspronkelijke herkomst
Westelijk Noord-Amerika, van subarctisch Alaska/Canada zuidwaarts tot Noord-Baja California in Mexico.
Eigenschappen
Draaiden (lodgepole pine) is een twee-naaldige Noord-Amerikaanse den met korte vaak gedraaide naalden. De soort is variabel: kust- en bergvormen verschillen in habitus, maar alle geven een uitgesproken ruige dennenuitstraling.
Voor- en nadelen als bonsai
Goede bonsaisoort door relatief korte naalden, natuurlijke beweging en goede vormbaarheid. Vereist specifiek dennenbeheer en voldoende zon. Pinus contorta is een single-flush pine en mag niet volledig worden gedecandleerd zoals Japanse zwarte den.
Standplaats als bonsai
Het hele jaar buiten in volle zon. Zeer koudebestendig; in hete klimaten kan bescherming tegen extreme middagwarmte nuttig zijn. Zorg voor uitstekende drainage.
Groei
Eén voorjaarsflush. Bij gezonde bomen kan gericht snoeien na uitharding terugknop stimuleren, maar volledige decandling is geen standaardtechniek.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, hellend, literati, winderig, cascade/halfcascade en ruige berg-/kustdenstijl.
Vormsnoei
Zware snoei het best late zomer tot herfst. Behoud op iedere tak voldoende gezonde naalden en vermijd gelijktijdig zwaar wortelwerk.
Onderhoudssnoei
Selecteer overtollige scheuten en knoppen, meestal tot twee goed geplaatste uiteinden. Oude naalden selectief uitdunnen om licht binnen te brengen.
Fijnsnoei
Single-flush: laat kaarsen ontwikkelen tot de nieuwe naalden beginnen uit te harden en verkort sterke groei tot een passende lengte met behoud van nieuwe naalden. Verwijder niet de hele kaars voor een tweede flush.
Bladsnoei / ontbladeren
Geen ontbladering. Alleen selectieve naaldverwijdering op sterke delen; spaar zwakke binnenzones.
Wortelsnoei
Voorjaar bij zwellende knoppen. Behoud mycorrhiza en een kern gezonde wortelgrond; werk niet te agressief.
Knopbeheer
Verwijder kransen met te veel knoppen en behoud meestal twee in gewenste richting. Binnenknoppen zijn waardevol voor compacte vertakking.
Bloei- en vruchtbeheer
Kegels zijn niet nodig voor bonsaiontwikkeling; verwijder ze op jonge of verzwakte bomen.
Bedraden
Late zomer tot herfst is zeer geschikt voor vorming. De soort laat zich goed bedraden; bescherm bast en jonge knoppen.
Bemesten
Jonge bomen van voorjaar tot herfst voeden. Bij verfijnde single-flush bomen kan voeding worden uitgesteld tot na het afharden van de nieuwe groei om naalden compact te houden.
Watergifte
Water wanneer het oppervlak opdroogt; niet permanent verzadigd. In zon en wind dagelijks controleren. De soort verdraagt enige droogte maar een bonsaischaal mag niet volledig uitdrogen.
Substraat
Zeer luchtig en goed drainerend, bij voorkeur zuur tot neutraal: akadama, puimsteen en lava/kiryu.
Verpotten
Voorjaar bij knopzwelling; oude bomen alleen wanneer drainage of worteldichtheid dat nodig maakt. Niet alle oude grond/mycorrhiza verwijderen.
Ziekten en problemen
Adelgiden, coniferenbladluis, zaagwespen, dennenlotmot, honingzwam en naaldschot/needle cast kunnen optreden. Vermijd te nat substraat en zware ingrepen in één seizoen.
