Fukienthee / Carmona

← Terug naar Bomen
Fukienthee / Carmona
Binnen/tropisch

Ehretia microphylla

Belangrijkste tip

Licht, warmte en correcte watergift bepalen het succes. Fukienthee is een tropische bonsai: zet hem niet op een koude vensterbank en laat de wortels nooit langdurig kletsnat staan.

Oorspronkelijke herkomst

Van India via Zuidoost-Azië en Zuid-China/Taiwan tot de Nansei-eilanden en de Salomonseilanden. De soort wordt in bonsai vaak Carmona of Fukienthee genoemd.

Eigenschappen

Fukienthee (Ehretia microphylla; oudere bonsainaam Carmona) is een tropische/subtropische groenblijvende struik of kleine boom met klein glanzend blad, fijne beharing, kleine witte bloemen en later kleine bessen.

Voor- en nadelen als bonsai

Pluspunten zijn klein blad, fijne vertakking, witte bloempjes en compacte groei. Nadelen zijn een sterke gevoeligheid voor lichttekort, kou, droge binnenlucht, waterfouten en plotselinge standplaatswisselingen. Het is geen gemakkelijke beginnersboom.

Standplaats als bonsai

Zeer licht en warm. Binnen direct bij het lichtste raam of onder een goede groeilamp. Rond 20 °C is ideaal; laat de temperatuur niet langdurig veel lager worden. Buiten kan alleen tijdens warme zomerperiodes met voldoende warme nachten.

Groei

Groeit door bij voldoende warmte en licht, maar verzwakt snel bij donkere winteromstandigheden. Regelmatige lichte snoei geeft de beste fijne vertakking.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, bezemvorm, shohin, dubbelstam en wortel-over-rots. Een compacte kroon past goed bij het kleine blad.

Vormsnoei

Zwaardere snoei alleen uitvoeren bij sterke actieve groei en veel licht. Laat voldoende gezond blad staan en vermijd zware ingrepen tijdens donkere wintermaanden.

Onderhoudssnoei

Laat nieuwe scheuten circa zes tot acht bladeren ontwikkelen en snoei terug naar twee of drie bladeren. Regelmatig licht snoeien werkt beter dan incidenteel zeer hard terugsnoeien.

Fijnsnoei

Nieuwe groei terugnemen tot twee bladeren zodra voldoende lengte en kracht is opgebouwd. Zwakke binnenste scheuten sparen om de kroon niet van binnen kaal te maken.

Bladsnoei / ontbladeren

Geen volledige ontbladering toepassen. Alleen beschadigde, zieke of plaatselijk storende bladeren verwijderen.

Wortelsnoei

Verpot bij warme, krachtige groei, meestal in het voorjaar. De fijne wortels zijn gevoelig: werk matig en verwijder niet tegelijk een groot deel van wortels en kroon.

Knopbeheer

Sterke uiteinden terugnemen om binnenvertakking te behouden. Bloemknoppen mogen blijven wanneer de boom gezond is.

Bloei- en vruchtbeheer

De kleine witte bloemen en rode tot donkere bessen zijn sierwaarde. Bij een zwakke boom bloemen of bessen beperken zodat energie naar herstel kan gaan.

Bedraden

Jonge scheuten zijn vormbaar; oudere takken worden bros. Bedraad bij actieve groei, buig in kleine stappen en controleer snel op insnoeren.

Bemesten

Tijdens actieve groei regelmatig maar licht bemesten. Bij weinig winterlicht of stilstaande groei sterk verminderen. Voorkom zoutophoping door te hoge concentraties en bemest niet direct na wortelwerk.

Watergifte

Houd de kluit licht vochtig maar nooit constant nat. Laat de bovenlaag iets opdrogen en geef dan grondig water. Volledig uitdrogen kan snel bladval geven; permanent nat substraat veroorzaakt wortelproblemen.

Substraat

Luchtig en drainerend maar enigszins vochtvasthoudend, bijvoorbeeld akadama met puimsteen/lava en eventueel een beperkt fijn organisch aandeel. Geen dichte kamerplantenpotgrond.

Verpotten

Ongeveer om de twee jaar of wanneer de kluit dichtgroeit, bij voorkeur tijdens warme actieve groei. Werk voorzichtig met de fijne wortels en houd de boom daarna warm en zeer licht.

Ziekten en problemen

Veel voorkomende problemen zijn bladval door kou, lichttekort of waterstress, wortelrot, spint, schildluis, witte vlieg en chlorose. Droge verwarmingslucht vergroot vooral in de winter het risico op spint.