
Ligustrum ovalifolium
Een sterke beginners- én trainingssoort. Snoei vaak voor fijne vertakking, maar laat enkele scheuten staan tot na de zomer als je bloemen en vruchten wilt zien.
Oorspronkelijke herkomst
Japan. In Korea en grote delen van Europa is de soort ingevoerd en vaak verwilderd.
Eigenschappen
Ligustrum ovalifolium is een sterke struik of kleine boom uit de olijffamilie. Hij is afhankelijk van winterkou halfwintergroen tot bladverliezend, maakt tegenoverstaande ovale bladeren, witte geurende zomerbloemen en later zwarte vruchten. De vruchten zijn niet eetbaar en kunnen bij inname klachten veroorzaken.
Voor- en nadelen als bonsai
Zeer vergevingsgezind, groeit snel, loopt goed terug en verdraagt zowel stevige tak- als wortelsnoei. Daardoor uitstekend trainingsmateriaal. Nadelen zijn snelle verdikking waardoor draad insnoert en een soms grof silhouet wanneer de groei niet regelmatig wordt teruggenomen.
Standplaats als bonsai
Buiten op een lichte plaats met minstens een deel van de dag directe zon. Halfsschaduw wordt verdragen. Bescherm een kleine schaal tegen langdurige strenge vorst; in zachte winters kan het blad grotendeels blijven zitten.
Groei
Sterk en snel met meerdere groeigolven. Na terugknippen ontstaan gemakkelijk nieuwe scheuten, ook dichter bij oud hout, waardoor fijne vertakking relatief snel kan worden opgebouwd.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, bezemstijl, meerstammig, clump, hellend, cascade en shohin tot middelgrote loofboombonsai.
Vormsnoei
Stevige structuurcorrecties kunnen in de rustperiode of vroeg in het voorjaar. Liguster verdraagt hard terugzetten goed, maar laat een verzwakte of pas verpotte boom eerst herstellen.
Onderhoudssnoei
Tijdens het groeiseizoen regelmatig lange scheuten terugknippen. Wil je bloemen zien, laat dan vanaf het voorjaar enkele scheuten doorgroeien en snoei die pas na de zomerbloei terug.
Fijnsnoei
Laat nieuwe scheuten vier tot zes bladeren maken en knip vervolgens terug tot één à twee bladparen. Dit stimuleert compacte ramificatie.
Bladsnoei / ontbladeren
Een sterke liguster kan gedeeltelijk of zelfs volledig worden ontbladerd, maar dit is geen jaarlijkse noodzaak. Alleen toepassen bij zeer gezonde bomen in vroege zomer en niet samen met zware andere ingrepen.
Wortelsnoei
Verdraagt wortelsnoei goed. Verpot in het voorjaar en behoud voldoende fijne wortels; bij sterke jonge planten kan de wortelkluit duidelijk worden teruggenomen.
Knopbeheer
Dun te dichte nieuwe scheuten vroeg uit om zwellingen en onoverzichtelijke vertakking te voorkomen. Behoud groei op zwakke binnenste takken.
Bloei- en vruchtbeheer
Voor bloei de uiteinden niet voortdurend vóór de zomer snoeien. Na bloei kunnen trossen worden verwijderd of enkele vruchten worden behouden; bij kleine bonsai zware vruchtzetting uitdunnen.
Bedraden
Bedraden is goed mogelijk, maar de zachte bast en snelle verdikking vragen frequente controle. Gebruik voor dikkere takken eventueel spandraden om littekens te beperken.
Bemesten
Van voorjaar tot nazomer regelmatig bemesten. Organische vaste mest maandelijks of een passende vloeibare voeding kan worden gebruikt. Verminder in de winter wanneer de groei stilvalt.
Watergifte
Op warme dagen heeft liguster veel water nodig. Geef grondig zodra het substraat begint op te drogen en laat de wortelkluit nooit volledig uitdrogen. In winter minder water geven maar ook dan niet kurkdroog laten worden.
Substraat
Niet veeleisend zolang drainage goed is. Een standaard bonsaimengsel van akadama, puimsteen en lava is geschikt.
Verpotten
Gemiddeld om de twee à drie jaar in het voorjaar; zeer jonge sterke bomen eventueel vaker. De soort verdraagt wortelsnoei bovengemiddeld goed.
Ziekten en problemen
Let op bladluis, schildluis, witte vlieg en snuitkevers. Meeldauw of verwelkingsproblemen kunnen voorkomen bij slechte omstandigheden. Kalkrijk water kan chlorose veroorzaken. De zwarte vruchten zijn matig giftig bij inname.
