
Cercidiphyllum japonicum
De hartjesboom vraagt meer aandacht voor water dan de algemene loofboomregel suggereert. Laat de kluit nooit volledig uitdrogen en bescherm jonge uitloop tegen late vorst.
Oorspronkelijke herkomst
China en Japan.
Eigenschappen
Cercidiphyllum japonicum is een bladverliezende boom met tegenoverstaande, rond-hartvormige bladeren. Jong blad kan brons getint zijn; in de herfst verkleurt het geel, oranje en roze en afgevallen blad kan naar gebrande suiker of karamel ruiken. Bloemen en vruchten zijn onopvallend.
Voor- en nadelen als bonsai
Pluspunten: elegante vertakking, opvallende herfstkleur en karakteristieke geur van afgevallen blad. Nadelen: relatief groot blad, hoge vochtbehoefte, gevoeligheid voor uitdroging en late vorstschade; daardoor vooral geschikt als middelgrote of grote bonsai.
Standplaats als bonsai
Buiten in zon tot halfschaduw, liefst beschut tegen zeer hete droge wind. In warme perioden is lichte middagschaduw gunstig. Bescherm uitlopende bladeren tegen late nachtvorst.
Groei
Vlotte voorjaarsgroei met zachte jonge scheuten. Houd de boom gelijkmatig vochtig en snoei tijdig om lange internodiën te beperken. Voor verfijning is voldoende licht zonder uitdroging belangrijk.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, bezemvorm, meerstammig, groep/bos en natuurlijke loofboomvormen. Door de bladgrootte vooral middelgrote en grote bonsai.
Vormsnoei
Voer structurele snoei vooral in de bladloze rustperiode of vroeg in het voorjaar vóór sterke uitloop uit. Werk grote veranderingen geleidelijk uit; de soort hoeft niet zwaar te worden gesnoeid om zijn natuurlijke elegante vorm te behouden.
Onderhoudssnoei
Knip te lange nieuwe scheuten terug nadat de eerste groei is afgehard. Houd zwakke binnenste takken langer en dun dicht groeiende delen uit voor licht en lucht.
Fijnsnoei
Selecteer korte internodiën en verwijder ongewenste dubbele of kruisende twijgen. Laat een natuurlijke loofboomstructuur ontstaan in plaats van zeer vlakke loofpads.
Bladsnoei / ontbladeren
Geen routinematige volledige ontbladering. Verwijder eventueel selectief grote bladeren op een sterke boom om licht in de kroon te brengen, maar voorkom extra droogtestress.
Wortelsnoei
Verpot en snoei wortels in het vroege voorjaar vóór de sterke uitloop. Kort grove wortels geleidelijk in en behoud voldoende fijne wortels; na verpotten extra beschermen tegen uitdroging en late vorst.
Knopbeheer
Dun te veel knoppen op één punt uit en behoud knoppen op zwakke binnenste takken. Rem sterke topscheuten om de groeikracht over de kroon te verdelen.
Bloei- en vruchtbeheer
De bloemen en vruchten zijn klein en voor bonsai niet de hoofdwaarde. Vorm, herfstkleur en bladstructuur zijn belangrijker.
Bedraden
Bedraad jonge, afgeharde takken voorzichtig. Controleer regelmatig en voorkom insnoeren; clip-and-grow past goed bij de natuurlijke vertakking.
Bemesten
Bemest regelmatig maar gematigd tijdens de actieve groei. Een verfijnde boom niet overmatig stikstof geven, omdat dit grote bladeren en lange scheuten bevordert.
Watergifte
Deze soort houdt van een voortdurend licht vochtige wortelomgeving en is gevoelig voor droogte. Geef grondig water zodra de bovenlaag begint op te drogen; laat de kluit in zomer en wind nooit volledig uitdrogen, maar zorg wel voor drainage.
Substraat
Vochtvasthoudend maar goed drainerend, bij voorkeur licht zuur tot neutraal. Een mengsel van akadama en puimsteen met passende vochtbuffer werkt goed; vermijd sterk kalkrijke, verdichte grond.
Verpotten
Verpot in het vroege voorjaar vóór de groei sterk op gang komt. Jonge bomen ongeveer om de twee tot drie jaar; oudere exemplaren minder vaak op basis van worteldichtheid en drainage.
Ziekten en problemen
Over het algemeen weinig plaaggevoelig. Belangrijkste problemen zijn uitdroging, bladschroei en late vorstschade aan jong blad. In ongunstige omstandigheden kan honingzwam een probleem zijn.
