
Juniperus squamata
Veel zon en lucht houden het blauwgroene naaldloof compact. Laat altijd groen op een levende tak staan en combineer zware wortel- en loofingrepen niet.
Oorspronkelijke herkomst
Van Noord-Afghanistan via de Himalaya en Tibet tot delen van China. Taiwan hoort volgens de huidige Kew-verspreiding niet tot het natuurlijke areaal.
Eigenschappen
Wintergroene bergjeneverbes met scherp naaldvormig, vaak blauw- tot grijsgroen loof en schilferige bruine bast. De natuurlijke groei varieert van lage struik tot bredere opgaande vorm.
Voor- en nadelen als bonsai
Compact blauwgroen loof, goede winterhardheid en uitstekende mogelijkheden voor bedrading, jin en shari. De scherpe naalden maken onderhoud minder comfortabel en zware fouten herstellen langzaam; volledig kaal hout loopt niet betrouwbaar opnieuw uit.
Standplaats als bonsai
Altijd buiten in volle zon tot lichte halfschaduw met veel lucht. Zeer winterhard, maar bescherm de wortelkluit tegen langdurige extreme vorst. Goed drainerend substraat gebruiken.
Groei
Matig tot sterk in zonnige omstandigheden. Sterke buitenste punten kunnen binnenloof beschaduwen; houd de kroon open en verdeel de kracht geleidelijk.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, hellend, literati, winderig, cascade/halfcascade, rotsstijl en deadwoodstijlen.
Vormsnoei
Vroege lente of late herfst. Verwijder grote takken selectief en laat op elke behouden tak gezond groen staan.
Onderhoudssnoei
Lange scheuten terugknippen naar gezonde zijgroei. Geen heggenschaar-snoei. Te dichte naaldmassa aan de basis uitdunnen.
Fijnsnoei
Sterke eindpunten selectief uitdunnen en zwakke binnenste groei sparen. Zorg voor licht en lucht tussen de scherpe naalden.
Bladsnoei / ontbladeren
Geen ontbladering. Alleen oud, bruin of ongewenst naaldloof gericht verwijderen.
Wortelsnoei
Vroege voorjaar en gematigd; fijne wortels behouden en geen zware wortelsnoei combineren met zware styling.
Knopbeheer
Werk met actieve groeipunten en de verdeling van loofmassa. Sterke zones uitdunnen en binnenste punten voor toekomstige vertakking sparen.
Bloei- en vruchtbeheer
Besachtige kegels zijn sierwaarde maar secundair. Verwijder zware vruchtbelasting bij zwakke of recent verpotte bomen.
Bedraden
Goed vormbaar, ook voor jin/shari-ontwerpen. Bescherm oude bast en levende vaatbanen bij zware buigingen; draad vaak controleren.
Bemesten
Voorjaar tot vroege herfst regelmatig en matig. Ontwikkelingsbomen mogen sterker worden gevoed dan verfijnde exemplaren.
Watergifte
Laat de bovenlaag licht opdrogen en geef vervolgens grondig water. Goede drainage is essentieel; laat de kluit nooit volledig uitdrogen of permanent nat blijven.
Substraat
Luchtig en snel drainerend, bijvoorbeeld akadama met puimsteen, lava en/of kiryu.
Verpotten
Vroege voorjaar, jonge bomen circa om de twee jaar en oudere bomen minder vaak. Wortelreductie gefaseerd uitvoeren.
Ziekten en problemen
Spint, bladluis, jeneverbesschildluis, Phytophthora, kanker en roestschimmels kunnen voorkomen. Slechte ventilatie en permanent nat substraat vergroten de kans op bruin loof en wortelproblemen.
