
Cryptomeria japonica
Behandel Cryptomeria niet als een droge den of jeneverbes: laat de kluit tijdens de groei nooit uitdrogen. Houd de kroon open met frequent, licht onderhoud in plaats van incidenteel zware reductie.
Oorspronkelijke herkomst
China (van Sichuan tot noordwestelijk Zhejiang) en Centraal- en Zuid-Japan.
Eigenschappen
De Japanse ceder of sugi (Cryptomeria japonica) is een groenblijvende conifeer uit de cipresfamilie en geen echte Cedrus. Hij heeft fijne, priemvormige naalden, vezelige roodbruine schors en kan in de winter tijdelijk brons- tot purperbruin verkleuren.
Voor- en nadelen als bonsai
Pluspunten zijn de fijne loofstructuur, goede terugknopvorming, fraaie bast en geschiktheid voor formeel rechtop en bosbeplantingen. Aandachtspunten zijn een hoge waterbehoefte, gevoeligheid voor droge hitte en vorst in een ondiepe schaal, en stijve/brosse oudere takken.
Standplaats als bonsai
Buiten op een lichte, zonnige plek. Geef tijdens hete zomerweken halfschaduw en een hogere luchtvochtigheid; droge hitte wordt slecht verdragen. Bescherm de wortels in een ondiepe schaal tegen zware vorst.
Groei
Krachtige, verlengende groei met veel nieuwe groeipunten. Regelmatige pinching en uitdunning zijn nodig om licht en lucht tot in de kroon te houden.
Geschikte stijlvormen
Vooral formeel rechtop, informeel rechtop, dubbelstam, bos/groep en rotsbeplanting.
Vormsnoei
Vroege lente is geschikt voor grotere structuurcorrecties, vóór de sterke nieuwe groei. Laat voldoende gezonde loofmassa staan en voer niet tegelijk zwaar wortelwerk uit.
Onderhoudssnoei
Knijp of verkort nieuwe scheuten tijdens het groeiseizoen wanneer ze ongeveer één tot twee centimeter zijn verlengd. Verwijder scheuten aan takonderzijden en overtollig oud loof om binnenin licht en lucht te behouden.
Fijnsnoei
Werk regelmatig en licht. Selecteer groeipunten en voorkom dichte kluwens; Cryptomeria kan goed terugknoppen wanneer de boom sterk is.
Bladsnoei / ontbladeren
Niet ontbladeren. Verwijder uitsluitend oud, beschadigd of te dicht geplaatst loof en behoud actieve groeipunten.
Wortelsnoei
Wortels groeien gematigd. Snoei ze bij verpotten terughoudend en verwijder nooit in één keer een groot deel van de wortelmassa.
Knopbeheer
Dun te veel nieuwe groeipunten uit en verdeel de kracht over de kroon. Houd zwakke binnentakken langer intact.
Bloei- en vruchtbeheer
Kegels zijn bij bonsai meestal ondergeschikt. Verwijder een zware kegelzetting bij jonge of verzwakte bomen.
Bedraden
Jonge takken zijn goed te bedraden; oudere takken worden stijf en bros. Aluminiumdraad en eventueel tuidraden beperken beschadiging van het fijne loof. Controleer regelmatig op insnoeren.
Bemesten
Tijdens de groeiperiode regelmatig bemesten: bijvoorbeeld maandelijks vaste organische mest of vaker een zwakke vloeibare voeding. Verminder voeding na zwaar wortelwerk en laat de boom in het najaar goed afharden.
Watergifte
De Japanse ceder heeft in het groeiseizoen veel water nodig en de wortelkluit mag niet uitdrogen. Gebruik bij hard leidingwater liefst regenwater. Zorg tegelijk voor drainage zodat de wortels voldoende zuurstof houden.
Substraat
Luchtig, goed drainerend en licht zuur tot neutraal. Akadama met puimsteen/lava is geschikt; het mengsel moet vocht vasthouden zonder zuurstofarm te worden.
Verpotten
Jonge bomen doorgaans om de twee à drie jaar, oudere minder vaak. Verpot in het voorjaar en snoei de wortels niet agressief.
Ziekten en problemen
Spint, schildluis en meeldauw kunnen voorkomen. Bruin loof kan ook ontstaan door droogte, droge hitte, wortelschade of vorst; winterse bronsverkleuring kan daarentegen normaal zijn.
