
Acer palmatum
Bescherm tegen hete middagzon en droge wind, laat de kluit niet uitdrogen en doe zware snoei in herfst/vroege winter om sterke voorjaarssapstroom te vermijden.
Oorspronkelijke herkomst
Zuidwest-Korea en Centraal- en Zuid-Japan. De soort is in delen van China geïntroduceerd, maar Kew rekent China niet tot het natuurlijke areaal.
Eigenschappen
Acer palmatum is een bladverliezende esdoorn met tegenoverstaande, handvormig gelobde bladeren, fijne twijgen en vaak sterke voorjaars- en herfstkleuren. Er bestaan honderden cultivars met verschillen in blad, kleur, groeikracht en bast.
Voor- en nadelen als bonsai
Een klassieke bonsaisoort dankzij fijn blad, goede vertakking, prachtige seizoenskleur en sterke nebari-ontwikkeling. Aandachtspunten zijn bladverbranding door hitte/wind, gevoelige dunne bast, lange internodiën bij overbemesting en risico op Verticillium.
Standplaats als bonsai
Buiten op een lichte, luchtige plek met ochtendzon en bescherming tegen verzengende middagzon, vooral boven ongeveer 30 °C. Bescherm tegen droge wind en tegen langdurige zware vorst van de wortelkluit.
Groei
Sterke eerste groeispurt in het voorjaar. Door knoppen vroeg te selecteren en scheuten tijdig terug te nemen blijven internodiën kort en wordt de kroon fijner.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, bezemvorm, dubbel- en meerstammig, bos/groep, hellend en wortel-over-rots.
Vormsnoei
Doe zware snoei na bladval in de herfst of vroege winter en bij voorkeur vóór januari. Vermijd zware snoei in late winter en voorjaar, wanneer Acer sterk kan bloeden.
Onderhoudssnoei
Knijp of snoei sterke scheuten tijdens het groeiseizoen terug, maar laat zwakke takken langer groeien. Verwijder kruisende of naar binnen groeiende twijgen tijdig.
Fijnsnoei
Selecteer in het voorjaar waar nodig één van twee tegenoverstaande knoppen om verdikkingen te voorkomen. Knip verhoute scheuten terug tot één of twee bladparen voor fijne ramificatie.
Bladsnoei / ontbladeren
Volledige ontbladering alleen bij een zeer sterke, gezonde boom en niet jaarlijks. Gedeeltelijke ontbladering van grote of dicht opeenstaande bladeren is meestal veiliger voor verfijning.
Wortelsnoei
Verpot in het vroege voorjaar zodra de knoppen beginnen te zwellen. De wortels groeien krachtig; snoei ze doelgericht maar behoud voldoende fijne wortels en combineer dit niet met zware bovengrondse ingrepen.
Knopbeheer
Door de tegenoverstaande knopstand kunnen verdikkingen en knobbels ontstaan. Selecteer daarom vroeg de gewenste knoppen en beperk sterke toppen om de energie te verdelen.
Bloei- en vruchtbeheer
Bloemen en gevleugelde zaden zijn meestal niet het hoofddoel. Verwijder een zware zaadzetting bij jonge of zwakke bomen zodat energie naar vertakking en herstel gaat.
Bedraden
Bedraad jonge takken voorzichtig; de dunne bast beschadigt en littekent gemakkelijk. Controleer draad vaak en gebruik waar mogelijk snoei en tuidraden voor subtiele correcties.
Bemesten
Bemest vanaf het voorjaar tot de nazomer gelijkmatig. Gebruik bij verfijnde bomen gematigde stikstof om lange internodiën en grote bladeren te voorkomen. Geef geen zware voeding direct na verpotten.
Watergifte
Laat de wortelkluit nooit volledig uitdrogen. Tijdens warme groeidagen kan dagelijks of vaker water nodig zijn; geef telkens grondig en zorg voor uitstekende drainage.
Substraat
Een vochtvasthoudend maar luchtig mengsel van akadama, puimsteen en lava werkt goed. Vermijd compact, langdurig nat substraat.
Verpotten
Jonge en krachtig groeiende bomen vaak om de twee jaar, oudere verfijnde bomen minder vaak. Verpot in het vroege voorjaar bij zwellende knoppen.
Ziekten en problemen
Bladluizen, schaalinsecten, bladschroei en wortelproblemen kunnen voorkomen. Verticillium-verwelking is een ernstige bodemgebonden schimmelziekte. Verspreiding gebeurt vooral via besmette grond en gronddeeltjes, bijvoorbeeld aan gereedschap, potten en schoenen. Houd verdachte bomen en gebruikte grond strikt gescheiden.
