Japanse notenboom

← Terug naar Bomen
Japanse notenboom
Loofboom

Ginkgo biloba

Belangrijkste tip

Houd Ginkgo het hele jaar buiten, geef van voorjaar tot herfst ruim water zonder de kluit voortdurend drijfnat te houden en wees terughoudend met grote snoeiwonden. Lange scheuten kunnen na vijf tot zes bladeren worden teruggezet tot één of twee bladeren. Volledige ontbladering is geen standaardtechniek voor deze soort.

Oorspronkelijke herkomst

Van nature uit Zuidoost-China, met de huidige door Kew geaccepteerde natuurlijke verspreiding in Zhejiang. De soort wordt al eeuwen in China gekweekt en is later in onder meer Japan en Korea ingevoerd.

Eigenschappen

Een bladverliezende naaktzadige boom en de enige levende soort van de familie Ginkgoaceae. Kenmerkend zijn waaiervormige bladeren, goudgele herfstkleur, late voorjaarsuitloop en groei met zowel lange scheuten als korte spoortakjes. Ginkgo is tweehuizig: mannelijke bomen vormen pollenstructuren en vrouwelijke bomen dragen zaadknoppen; botanisch zijn dit geen bloemen of echte vruchten.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn de zeer herkenbare bladvorm, sterke herfstkleur, goede winterhardheid, hoge weerstand tegen luchtverontreiniging en geringe gevoeligheid voor ziekten en plagen. Oudere exemplaren kunnen een indrukwekkende bast en karakteristieke verdikkingen, zogeheten chi-chi, ontwikkelen. Nadelen zijn de relatief grote bladeren, trage stamverdikking, beperkte fijne vertakking en de neiging tot lange, rechte scheuten. Grote snoeiwonden sluiten slecht. Daarom is de soort vooral geschikt voor middelgrote en grotere bonsai, meerstammige vormen en bosbeplantingen.

Standplaats als bonsai

Het hele jaar buiten. Zet de boom bij voorkeur zonnig; jonge, pas verpotte of verzwakte bomen staan tijdelijk beter in lichte halfschaduw. Bescherm de wortelkluit in een kleine bonsaischaal tegen langdurige strenge vorst en scherm uitgelopen blad af bij late nachtvorst. Voorkom een voortdurend hete, uitdrogende standplaats en bescherm tegen harde, droge wind.

Groei

Groeit langzaam tot matig en loopt in het voorjaar relatief laat uit. De boom vormt lange scheuten voor lengtegroei en korte spoortakjes waarop vaak meerdere bladeren dicht bij elkaar staan. De apicale groei is meestal sterker dan de lagere groei. Zonder sturing worden scheuten lang, recht en grof; fijne vertakking ontstaat langzaam.

Geschikte stijlvormen

Vooral geschikt voor de formeel rechtopgaande stijl (Chokkan), informeel rechtopgaand (Moyogi), bezem- of vlamvorm, meerstammig (Kabudachi) en bosstijl (Yose-ue). Sterk neerwaartse takken, cascadevormen en zeer verfijnde loofkussens passen minder goed bij de natuurlijke groei.

Vormsnoei

Voer grotere vormsnoei bij voorkeur uit na bladval in de herfst of in de vroege rustperiode. Lichte correcties kunnen ook later in de winter zolang de boom volledig in rust is. Vermijd grote wonden, omdat Ginkgo die langzaam en vaak onvolledig sluit. Werk bij dikke takken gefaseerd en behoud voldoende groeipunten om terugsterven te voorkomen.

Onderhoudssnoei

Laat een sterke nieuwe scheut vijf tot zes bladeren maken en kort hem daarna terug tot één of twee bladeren. Laat zwakke of laag geplaatste scheuten langer doorgroeien om kracht op te bouwen. Verwijder ongewenste rechtopgaande, kruisende en naar binnen groeiende scheuten vroeg, zolang de wonden klein blijven.

Fijnsnoei

Dun op sterke plaatsen overtollige scheuten en bladclusters uit, maar behoud de korte spoortakjes die voor compactheid zorgen. Knijp uitsluitend krachtige lange scheuten terug nadat het blad is afgehard. Te vaak knijpen verzwakt de boom en levert zelden de zeer fijne vertakking op die bij esdoorns mogelijk is.

Bladsnoei / ontbladeren

Voer geen volledige ontbladering uit. Ginkgo reageert daarop minder betrouwbaar dan veel loofbomen en kan daardoor sterk verzwakken. Bij een gezonde, volwassen boom mogen in de vroege zomer alleen enkele uitzonderlijk grote of licht blokkerende bladeren worden verwijderd. Laat altijd ruim voldoende gezond blad staan.

Wortelsnoei

Snoei de wortels in het vroege voorjaar, vlak vóór of tijdens het zwellen van de knoppen. Werk matig en behoud veel fijne wortels. Verwijder vooral dode, cirkelende en sterk neerwaartse wortels. Combineer een stevige wortelsnoei niet met zware taksnoei of ontbladering.

Knopbeheer

Controleer knopclusters vóór het uitlopen en behoud op één punt bij voorkeur maximaal twee goed geplaatste knoppen. Verwijder naar binnen gerichte of elkaar verdringende knoppen en rem de top sterker dan zwakke lage takken. Bescherm waardevolle korte spoortakjes, omdat juist daar de compacte groei ontstaat.

Bloei- en vruchtbeheer

Ginkgo is tweehuizig en wordt pas op hogere leeftijd reproductief. Een vrouwelijke boom kan na bestuiving zaden vormen met een vlezige, sterk ruikende buitenlaag; botanisch zijn dit geen vruchten. Verwijder zaden desgewenst vroeg en draag handschoenen bij het opruimen van de vlezige zaadhuid, die huidirritatie kan veroorzaken.

Bedraden

Bedraden kan in de rustperiode of tijdens het groeiseizoen, maar de zachte bast beschadigt en tekent gemakkelijk. Gebruik daarom passend draad, breng zo nodig bescherming aan en controleer minstens wekelijks tijdens sterke groei. Verwijder draad vóór insnoeren. Span- en tuidraden zijn vaak veiliger voor oudere takken; buig dikke takken geleidelijk.

Bemesten

Begin met bemesten zodra de knoppen openen. In de opbouwfase mag in het voorjaar een normale, iets stikstofrijkere voeding worden gegeven om voldoende lange scheuten te verkrijgen. Bij een verfijnde boom bemest je gematigder om blad en internodiën niet onnodig grof te maken. Voed regelmatig tot de nazomer, bouw stikstof daarna af en stop wanneer het blad in de herfst geel kleurt. Bemest niet direct na verpotten.

Watergifte

Ginkgo gebruikt van het voorjaar tot de herfst relatief veel water. Houd het substraat gelijkmatig vochtig, maar niet voortdurend drijfnat. Geef ruim water zodra de bovenlaag begint op te drogen en laat overtollig water volledig weglopen. In de winter blijft de kluit licht vochtig; voorkom zowel uitdroging als langdurig natte, koude wortels.

Substraat

Gebruik een luchtig, goed drainerend maar voldoende vochthoudend mengsel. Een bruikbaar uitgangspunt is akadama met puimsteen en lava in ongeveer gelijke delen, eventueel met iets meer akadama bij een warme, droge standplaats. De soort verdraagt een brede pH, maar een verdichte of zuurstofarme kluit moet worden voorkomen.

Verpotten

Jonge, krachtige bomen kunnen jaarlijks tot om de twee jaar worden verpot; oudere bonsai meestal om de twee tot vijf jaar, afhankelijk van worteldichtheid en drainage. Verpot in het vroege voorjaar vóór het uitlopen, snoei de wortels gematigd en bescherm de boom daarna tegen harde wind en late vorst.

Ziekten en problemen

Ginkgo is doorgaans zeer resistent tegen insecten en schimmelziekten. Zelden kan honingzwam voorkomen. De meest voorkomende bonsaiproblemen zijn wortelrot door langdurig nat substraat, bladrandschade door droogte of hete wind, vorstschade aan jong blad, te grove groei door overbemesting en blijvende draadlittekens. Slechte wondsluiting na grote snoei is een soortspecifiek aandachtspunt.