
Chaenomeles japonica
Snoei na de bloei, behoud kort oud bloemhout en dun vruchten sterk uit. Volle zon geeft de beste bloei.
Oorspronkelijke herkomst
Zuid-centraal Korea en Japan, met name Honshu en Kyushu.
Eigenschappen
Japanse sierkwee is een lage, bladverliezende en meestal doornige struik met opvallende vroege voorjaarsbloei en later geurige geelgroene kweeachtige vruchten. De kleine bladeren en korte internodiën maken hem zeer geschikt voor kleine bloeiende bonsai.
Voor- en nadelen als bonsai
Voordelen zijn vroege bloei, kleine bladeren, sterke terugloop en aantrekkelijke vruchten. Nadelen zijn doorns, sterke wortel-/basisscheuten en het risico dat te veel bloemen of vruchten een kleine boom uitputten.
Standplaats als bonsai
Buiten in volle zon voor maximale bloei en vruchtzetting; lichte halfschaduw wordt verdragen. Bescherm open bloemen tegen zware late vorst en voorkom dat de schaal in zomer uitdroogt.
Groei
Maakt krachtig nieuwe scheuten vanaf takken en basis. Bloemen staan op ouder kort hout en korte sporen; dat hout moet bij snoei bewust worden behouden.
Geschikte stijlvormen
Shohin, informeel rechtop, meerstammig, hellend, halfcascade en bloeiende struikvorm.
Vormsnoei
Voer grotere vormcorrecties na de bloei uit. Oud hout kan worden ingekort, maar behoud voldoende bloeisporen en bruikbare jonge scheuten.
Onderhoudssnoei
Na de bloei lange nieuwe scheuten inkorten en ongewenste basisopslag verwijderen. Spaar kort bloemhout voor het volgende seizoen.
Fijnsnoei
Dun jonge scheuten uit en bouw korte vertakking op. Laat aan bloeiende takken voldoende oud hout en knoppen staan.
Bladsnoei / ontbladeren
Volledige ontbladering is niet nodig. Hoogstens selectief blad verwijderen bij een zeer sterke boom om licht in de kroon te brengen.
Wortelsnoei
Wortels snoeien bij verpotten in het vroege voorjaar. Chaenomeles maakt sterke wortels; corrigeer dikke wortels geleidelijk en behoud veel fijne wortels.
Knopbeheer
Bloemknoppen en groeiknoppen onderscheiden en sterke overtollige scheuten verwijderen. Spaar knoppen op kort oud hout voor bloei.
Bloei- en vruchtbeheer
Dun de vruchten sterk uit bij kleine bonsai. De vruchten zijn zwaar en kunnen dunne takken belasten. Uitgebloeide bloemen kunnen worden verwijderd wanneer vruchten niet gewenst zijn.
Bedraden
Jonge takken zijn goed te bedraden; let op doorns en op snelle verdikking. Oudere takken liever geleidelijk vormen.
Bemesten
Na de bloei en tijdens actieve groei regelmatig gematigd bemesten. Vermijd extreem veel stikstof wanneer compacte bloei en vruchtzetting het doel zijn.
Watergifte
Gelijkmatig vochtig houden, vooral tijdens bloei, vruchtontwikkeling en warme zomerdagen. Goede drainage blijft noodzakelijk.
Substraat
Luchtig, goed drainerend en redelijk vochtvasthoudend. Een standaardmengsel van akadama, puimsteen en lava werkt goed. Zeer alkalisch substraat kan chlorose geven.
Verpotten
Vroeg in het voorjaar vóór krachtige uitloop. Jonge bomen kunnen relatief vaak worden verpot vanwege sterke wortelgroei; oudere exemplaren alleen wanneer nodig.
Ziekten en problemen
RHS noemt onder meer bladluis, schildluis, bacterievuur, bloesemrot/blossom wilt, bruinrot en honingzwam. Let daarnaast op chlorose bij te alkalische omstandigheden en op takbelasting door zware vruchten.
