Japanse storax

← Terug naar Bomen
Japanse storax
Bloei/vrucht

Styrax japonicus

Belangrijkste tip

Gebruik soortspecifiek Styrax-japonicusadvies: vochtige maar luchtige wortels, slechts beperkte snoei en de belangrijkste correcties direct na de bloei.

Oorspronkelijke herkomst

Van Nepal via China, Korea en Japan tot Taiwan, Laos, Vietnam, Myanmar en de noordelijke Filipijnen.

Eigenschappen

Styrax japonicus is een bladverliezende kleine boom met sierlijke horizontale takken, ovale bladeren en hangende, meestal witte klokvormige geurende bloemen in late lente of vroege zomer. Dit is de Japanse storax; de oudere tekst over Styrax officinalis hoorde bij een andere soort en is verwijderd.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn elegante vertakking, mooie bloemen en een natuurlijke kleine-boomvorm. Nadelen zijn dat jonge takken relatief snel verdikken, bloemknoppen bij verkeerd snoeien verloren gaan en droogte in een kleine schaal snel zichtbaar wordt.

Standplaats als bonsai

Buiten in zon tot lichte halfschaduw. Een plek met ochtendzon en bescherming tegen zeer hete middagzon is gunstig in warme zomers. Bescherm tegen koude, uitdrogende wind en houd de kluit gelijkmatig vochtig.

Groei

Sterke voorjaarsgroei, gevolgd door bloei in late lente/vroege zomer. De kroon ontwikkelt van nature horizontale en licht afhangende zijtakken.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, hellend, meerstammig, natuurlijke loofboomstijl en middelgrote bloeiende bonsai.

Vormsnoei

Omdat RHS voor Styrax japonicus slechts minimale snoei adviseert, structurele correcties beperkt houden en bij voorkeur direct na de bloei uitvoeren wanneer herstel actief is.

Onderhoudssnoei

Na de bloei te lange scheuten terugnemen en kruisende of naar binnen groeiende twijgen verwijderen. Later in het seizoen voorzichtig zijn met toekomstige bloemknoppen.

Fijnsnoei

Nieuwe scheuten na bladharding selectief terugknippen. Behoud fijne horizontale takken en voorkom knobbels door meerdere takken uit hetzelfde punt.

Bladsnoei / ontbladeren

Geen standaard volledige ontbladering. Selectieve bladsnoei alleen bij sterke exemplaren.

Wortelsnoei

Vroeg in het voorjaar vóór uitlopen. Werk gematigd en behoud veel fijne wortels, vooral bij oudere bloeiende bonsai.

Knopbeheer

Selecteer overtollige groeiknoppen en spaar bloemknoppen zodra die herkenbaar zijn. Houd licht in de binnenkroon.

Bloei- en vruchtbeheer

Laat een gezonde boom bloeien, maar verwijder overmatige vruchtzetting bij kleine of verzwakte exemplaren. Uitgebloeide bloemen kunnen worden verwijderd wanneer zaad niet gewenst is.

Bedraden

Jonge takken na de bloei of na bladharding voorzichtig bedraden. Controleer regelmatig omdat de takken in groeiseizoen snel dikker kunnen worden.

Bemesten

In voorjaar en na de bloei regelmatig gematigd bemesten. Een te hoge stikstofgift kan lange scheuten en minder compacte bloei geven.

Watergifte

Houd tijdens groei en bloei gelijkmatig vochtig. Styrax houdt van vochtige maar goed drainerende grond; laat de bonsaikluit niet volledig uitdrogen.

Substraat

Luchtig, humusrijk en vochtvasthoudend maar goed drainerend. Een bonsaimengsel op basis van akadama en puimsteen met een bescheiden organisch aandeel is geschikt.

Verpotten

Vroeg in het voorjaar vóór het openen van de knoppen. Alleen verpotten wanneer wortelkluit of substraat dit nodig maken en geen zware kroonsnoei tegelijk uitvoeren.

Ziekten en problemen

RHS beschouwt de soort als doorgaans plaagvrij; honingzwam kan in besmette tuinen voorkomen. In bonsai zijn uitdroging, wortelstress en verlies van bloei door verkeerd getimede snoei praktische aandachtspunten.