Kaempfer-azalea

← Terug naar Bomen
Kaempfer-azalea
Zuurminnende bloeier

Rhododendron kaempferi

Belangrijkste tip

Kaempfer-azalea groeit losser dan Kyushu-azalea. Snoei direct na de bloei, bescherm de later gevormde bloemknoppen en gebruik altijd zuur substraat en kalkarm water.

Oorspronkelijke herkomst

Japan, van zuidelijk Hokkaido via Honshu en Shikoku tot Kyushu en Yakushima.

Eigenschappen

Een Japanse azalea met twee typen blad: grotere voorjaarsbladeren die grotendeels afvallen en kleinere zomerbladeren die deels kunnen overwinteren. De bloemen zijn vaak zalmrood tot oranjerood of roze en verschijnen in mei-juni. De groei is losser en opgaander dan bij de compacte Kyushu-azalea.

Voor- en nadelen als bonsai

Rijke opvallende bloei, fijne zomerbladeren en goede vertakking. De wat grovere, opgaande natuurlijke groei vraagt meer selectie dan R. kiusianum. De fijne wortels blijven gevoelig voor kalk, uitdroging en te nat substraat.

Standplaats als bonsai

Buiten op een lichte plaats, liefst met ochtendzon en bescherming tegen zeer hete middagzon. Goede luchtcirculatie en een gelijkmatig vochtige wortelkluit zijn belangrijk. Potwortels beschermen bij langdurige strenge vorst.

Groei

Voorjaarsgroei draagt grotere, vaak afvallende bladeren; later ontstaan kleinere zomerbladeren. Na de bloei volgt sterke vegetatieve groei en in de zomer worden de bloemknoppen voor het volgende jaar aangelegd.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, meerstammig, koepelvorm, shohin/middelgrote bonsai, hellend en halfcascade.

Vormsnoei

Hoofdsnoei direct na de bloei. Lang opgaande scheuten inkorten en structuur selecteren voordat bloemknoppen voor het volgende jaar worden vastgelegd.

Onderhoudssnoei

Na de bloei uitgebloeide bloemen en zaaddozen verwijderen en nieuwe scheuten terugnemen. Vanaf middenzomer weinig snoeien als je bloemen wilt behouden.

Fijnsnoei

Clusterende scheuten uitdunnen en sterke basale groei eerder terugnemen dan zwakke topgroei. Fijne zomervertakking sparen.

Bladsnoei / ontbladeren

Geen volledige ontbladering als standaard. De soort verliest zelf een deel van de voorjaarsbladeren; verwijder alleen beschadigd of ongewenst blad gericht.

Wortelsnoei

Voorzichtig tijdens verpotten. De fijne wortelmat geleidelijk reduceren en niet agressief uit elkaar trekken.

Knopbeheer

Na de bloei groeischeuten selecteren. Vanaf de zomer bloemknoppen herkennen en sparen; late snoei vermindert de volgende bloei.

Bloei- en vruchtbeheer

Verwijder uitgebloeide bloemen en vruchtbeginsels. Op een ontwikkelings- of herstelboom bloemknoppen uitdunnen zodat groei en wortelherstel prioriteit krijgen.

Bedraden

Jonge twijgen voorzichtig bedraden na de bloei. Oudere takken zijn bros; liever geleidelijk buigen en draad vaak controleren.

Bemesten

Milde zuurminnende/azaleavoeding. Tijdens de volle bloei weinig of niet bemesten; na de bloei hervatten. Geen kalkrijke meststoffen.

Watergifte

Gelijkmatig vochtig houden met kalkarm water, liefst regenwater. Niet volledig laten uitdrogen en evenmin langdurig drassig houden.

Substraat

Zuur, kalkvrij en luchtig; Kanuma is zeer geschikt, eventueel gecombineerd met puimsteen.

Verpotten

In het vroege voorjaar of direct na de bloei, afhankelijk van conditie en klimaat. Fijne wortels voorzichtig behandelen; niet tegelijk extreem hard snoeien en wortelen.

Ziekten en problemen

Chlorose door kalk/hoge pH, wortelrot, uitdroging, bladverbranding, taxuskever, kantwants, schildluis, bladluis en rhododendronschimmels zoals meeldauw, petal blight en knopsterfte kunnen voorkomen. Plantdelen zijn schadelijk bij opname.