Kruipende jeneverbes

← Terug naar Bomen
Kruipende jeneverbes
Conifeer

Juniperus procumbens

Belangrijkste tip

Gebruik de natuurlijke kruipgroei voor cascade en shohin. Altijd buiten houden, selectief snoeien en nooit een levende tak volledig kaal zetten.

Oorspronkelijke herkomst

West- en Zuid-Korea en Zuid-Japan tot de Nansei-eilanden.

Eigenschappen

Laag groeiende, spreidende jeneverbes met compact, meestal stekelig naaldvormig loof. De soort en vooral cultivars zoals Nana worden veel als bonsai gebruikt. Hij is wintergroen en kan sterke kronkelende lijnen ontwikkelen met bedrading.

Voor- en nadelen als bonsai

Zeer geschikt voor shohin, hellende en cascadevormen door de natuurlijke kruipgroei, compacte naalden en goede buigbaarheid. Nadelen zijn scherpe naalden, trage reactie op fouten en geen betrouwbare terugknop op volledig kaal hout.

Standplaats als bonsai

Altijd buiten in volle zon tot zeer veel licht, met lucht rond de kroon. Bescherm de wortels bij langdurige extreme vorst. Niet langdurig binnenshuis houden.

Groei

Groeit vooral naar buiten en omlaag. Sterke eindpunten domineren; door licht in de kroon en selectieve snoei kan binnenste vertakking behouden blijven.

Geschikte stijlvormen

Cascade, halfcascade, hellend, informeel rechtop, literati en compacte shohin/deadwoodstijlen.

Vormsnoei

Vroege lente of late herfst. Verwijder structurele takken selectief en laat op alle behouden takken gezond loof staan.

Onderhoudssnoei

Te lange scheuten terugknippen tot een gezonde zijgroei. Niet als haag scheren. Dichte loofmassa aan de basis uitdunnen zodat binnenste delen niet afsterven.

Fijnsnoei

Selectief sterke groeipunten en overlappende twijgen uitdunnen; zwakke binnenste groei behouden. Vermijd massaal knijpen van groeipunten.

Bladsnoei / ontbladeren

Geen ontbladering. Oud of bruin loof selectief verwijderen.

Wortelsnoei

Vroege voorjaar en gematigd. Behoud fijne wortels en combineer geen zwaar wortelwerk met zware styling.

Knopbeheer

Werk met groeipunten en loofdichtheid; sterk groeiende uiteinden uitdunnen en zwakke binnenste punten licht geven.

Bloei- en vruchtbeheer

Besachtige kegels zijn ondergeschikt. Behoud ze op sterke bomen als sierdetail of verwijder ze wanneer herstel prioriteit heeft.

Bedraden

Zeer geschikt voor bedrading en cascadevorming. Bescherm takken bij sterke buigingen en let op insnoeren tijdens groeiperioden.

Bemesten

Van voorjaar tot vroege herfst regelmatig en matig voeden; ontwikkelingsmateriaal mag sterker worden bemest.

Watergifte

Laat de bovenlaag licht opdrogen voordat opnieuw grondig wordt gegoten. Geen permanent natte wortels, maar de kleine schaal nooit volledig laten uitdrogen.

Substraat

Luchtig en snel drainerend: akadama met puimsteen, lava en/of kiryu.

Verpotten

Vroege voorjaar, doorgaans om de twee jaar bij jonge bomen en minder vaak bij oudere exemplaren. Wortels niet agressief snoeien.

Ziekten en problemen

Spint, jeneverbesschildluis, bladluizen, Phytophthora, kanker en roestschimmels kunnen voorkomen. Dichte slecht geventileerde loofmassa en te nat substraat vergroten problemen.