
Prunus laurocerasus
Gebruik deze soort liever voor een wat grotere bonsai. Houd de kroon open, knip bladeren niet dwars door en onthoud dat vooral de pitten schadelijk zijn bij inname.
Oorspronkelijke herkomst
Van de noordwestelijke Balkan en Bulgarije via Turkije en de Kaukasus tot Noord-Iran.
Eigenschappen
Prunus laurocerasus is een krachtige wintergroene Prunus met grote glanzende bladeren, witte bloemtrossen en later donkerrode tot zwarte steenvruchten. De grote bladeren maken hem vooral geschikt voor middelgrote tot grote bonsai. De pitten en andere plantdelen bevatten schadelijke cyanogene stoffen; niet eten en snoeiafval buiten bereik van dieren houden.
Voor- en nadelen als bonsai
Voordelen zijn sterke groei, wintergroen blad, goede snoeitolerantie en oude stammen uit haagmateriaal. Nadelen zijn het grote blad, grovere vertakking en giftigheid van vooral de pitten; voor zeer kleine bonsai is de schaalverhouding minder gunstig.
Standplaats als bonsai
Buiten in zon tot halfschaduw. In volle zon wordt de groei compacter, maar bescherm kleine schalen tegen uitdroging. De soort verdraagt schaduw redelijk goed en is winterhard, al verdienen bonsaiwortels extra bescherming bij langdurige strenge vorst.
Groei
Sterk en dicht, met meerdere groeigolven. Door regelmatige scheutselectie en veel licht kan het blad kleiner en de kroon opener worden gehouden.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, meerstammig, clump, bezemachtige struikvorm en middelgrote tot grote natuurlijke loofboomstijl.
Vormsnoei
Belangrijke vormsnoei bij voorkeur laat voorjaar tot vroege zomer, wanneer de boom actief groeit en wonden goed sluiten. Gebruik schoon gereedschap en draag handschoenen bij gevoeligheid voor plantensap.
Onderhoudssnoei
Knip sterke lange scheuten terug en dun dichte binnenvertakking uit. Knip bij een bonsai bladeren liever afzonderlijk dan hele bladen dwars door te knippen zoals bij een haag; dat geeft een netter beeld.
Fijnsnoei
Laat nieuwe scheuten enkele bladeren ontwikkelen en knip terug op een goed gerichte knop of bladoksel. Sterke topgroei eerder remmen dan zwakke binnenvertakking.
Bladsnoei / ontbladeren
Geen routinematige volledige ontbladering. Grote oude of beschadigde bladeren kunnen selectief worden verwijderd om licht in de kroon te brengen.
Wortelsnoei
Vroege voorjaar vóór sterke nieuwe groei. De soort is krachtig, maar behoud voldoende fijne wortels en combineer zwaar wortelwerk niet met een grote kroonreductie.
Knopbeheer
Dun te dichte nieuwe knoppen en waterloten vroeg uit. Behoud binnenknoppen om vertakking dichter bij de stam te ontwikkelen.
Bloei- en vruchtbeheer
Bloei en vruchten zijn optioneel. Verwijder bloem- of vruchtclusters wanneer de boom klein, verzwakt of pas verpot is. Houd pitten en vruchten buiten bereik van huisdieren en kinderen.
Bedraden
Jonge takken kunnen worden bedraad nadat zij zijn afgehard; oudere takken worden stijf. Bescherm de bast en controleer snel op insnoeren door de sterke groei.
Bemesten
Van voorjaar tot nazomer regelmatig evenwichtig bemesten. Een boom in opbouw mag krachtiger worden gevoerd; voor kleinere bladeren bij een verfijnde boom gematigder voeren.
Watergifte
Houd gelijkmatig vochtig maar goed gedraineerd. Laat de schaal niet volledig uitdrogen tijdens warme groei, maar voorkom langdurig drassige wortels.
Substraat
Een standaard luchtig bonsaimengsel van akadama, puimsteen en lava werkt goed. De soort is tolerant voor verschillende pH-waarden zolang drainage en zuurstof goed zijn.
Verpotten
Verpot in het vroege voorjaar vóór sterke groei, gemiddeld om de twee à drie jaar bij jonge bomen en minder vaak bij oudere exemplaren.
Ziekten en problemen
Let op taxuskever, bladminerende motten, meeldauw en andere laurierbladziekten. Gaten of vlekken in het blad kunnen door meerdere schimmel- of bacteriële aantastingen ontstaan. Prunus laurocerasus geldt ook als risicogastheer voor Xylella fastidiosa waar die ziekte voorkomt.
