
Citrus reticulata
Mandarijn is aantrekkelijk voor fruitbonsai door relatief bescheiden vruchtmaat. Geef maximaal licht en laat een kleine boom nooit te veel vruchten dragen.
Oorspronkelijke herkomst
Zuidoost-China, van Guangxi tot Hunan en Jiangxi.
Eigenschappen
Citrus reticulata is een groenblijvende subtropische struik of kleine boom en een belangrijke voorouder van veel gecultiveerde citrus. Hij heeft aromatisch blad, geurende witte bloemen en relatief kleine oranje vruchten.
Voor- en nadelen als bonsai
Door de kleinere vruchten en vaak fijnere groei beter in schaal te brengen dan sinaasappel of pompelmoes. Wel vraagt hij veel licht, warmte, kalkarm water en vorstvrije overwintering.
Standplaats als bonsai
In het groeiseizoen buiten in volle zon en beschut. Overwinter zeer licht en vorstvrij; rond 10 °C of warmer is voor een bonsaiwortelkluit een veilige richtlijn.
Groei
Krachtige subtropische groei bij warmte. Regelmatig terugknippen levert compacte vertakking; wintergroei is beperkt wanneer koel wordt overwinterd.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, bezemachtig, hellend, meerstammig en natuurlijke fruitboomstijl.
Vormsnoei
Vormsnoei in voorjaar/vroege zomer bij actieve groei. Grote ingrepen niet combineren met zwaar wortelwerk of zware vruchtbelasting.
Onderhoudssnoei
Knip krachtige scheuten terug nadat enkele bladeren zijn gevormd; laat zwakke en vruchtdragende twijgen voldoende energie opbouwen.
Fijnsnoei
Regelmatige lichte clip-and-grow tijdens actieve groei, meestal terug naar twee à drie bladeren.
Bladsnoei / ontbladeren
Geen volledige ontbladering. Alleen selectief blad verwijderen voor licht, gezondheid of proportie.
Wortelsnoei
Voorjaar bij duidelijk hervatte groei; matig wortelwerk en daarna warm en beschut houden.
Knopbeheer
Dun te sterke groeiknoppen uit en behoud bruikbare bloemknoppen. Verwijder opslag onder een entplaats.
Bloei- en vruchtbeheer
Vruchten zijn kleiner dan bij veel andere citrus maar kunnen een kleine bonsai nog steeds uitputten. Dun bij jonge of zwakke bomen en behoud alleen vruchten op voldoende sterke takken.
Bedraden
Jonge takken voorzichtig bedraden; oudere takken geleidelijk buigen en draad vaak controleren.
Bemesten
Regelmatig citrus- of uitgebalanceerde voeding tijdens actieve groei, inclusief sporenelementen. Minder in koelere winterrust.
Watergifte
Regelmatig water geven zodra het oppervlak licht opdroogt; niet permanent nat. Kalkarm water helpt chlorose voorkomen.
Substraat
Luchtig, licht zuur en goed drainerend: akadama met puimsteen/lava en eventueel een klein organisch aandeel.
Verpotten
Voorjaar, doorgaans om de twee à drie jaar afhankelijk van wortelgroei en substraatconditie.
Ziekten en problemen
Spint, schildluis, wolluis, bladluis, citrusmineermot, chlorose en wortelrot bij koude nattigheid.
