
Citrus maxima
Zie pompelmoes vooral als grote fruitbonsai. De soort wordt niet vanzelf fijn; schaalgrootte en zeer sterke vruchtdunning zijn doorslaggevend.
Oorspronkelijke herkomst
Assam en de oostelijke Himalaya via Myanmar, Thailand en Laos tot Cambodja en Vietnam.
Eigenschappen
Pompelmoes/pomelo is een groenblijvende tropische citrusboom en een van de oorspronkelijke citrussoorten. Hij vormt grote bladeren en zeer grote vruchten en groeit van nature in een warm, vochtig klimaat.
Voor- en nadelen als bonsai
Interessant door bloemen, glanzend blad en spectaculaire vruchten, maar de grote blad- en vruchtmaat maakt hem ongeschikt voor kleine bonsai. Het best als grote bonsai of trainingsboom; vruchtbelasting moet sterk worden beperkt.
Standplaats als bonsai
Zomers zeer zonnig en warm buiten. Overwinter zeer licht en bij voorkeur boven ongeveer 10 °C; volledig vorstvrij. Bescherm tegen koude natte wortels.
Groei
Krachtig bij warmte en voeding en vaak grover dan mandarijn of kumquat. Voor bonsai is consequente scheutselectie nodig om internodiën en bladmaat enigszins te beheersen.
Geschikte stijlvormen
Vooral middelgroot tot groot informeel rechtop, bezemachtig of natuurlijke fruitboomstijl.
Vormsnoei
Sterkere correcties in voorjaar/vroege zomer bij krachtige groei. Vermijd zwaar snoeien tegelijk met wortelsnoei of zware vruchtbelasting.
Onderhoudssnoei
Knip sterke nieuwe scheuten na afharding terug; laat zwakke en vruchtdragende takken voldoende blad behouden.
Fijnsnoei
Terugknippen tot enkele bladeren kan vertakking verbeteren, maar verwacht geen zeer fijne schaal door de natuurlijke bladgrootte.
Bladsnoei / ontbladeren
Niet volledig ontbladeren. Alleen selectief groot of storend blad verwijderen bij een zeer sterke plant.
Wortelsnoei
Matig in warm voorjaar bij actieve groei. Grote wortelreductie vermijden.
Knopbeheer
Selecteer sterke scheuten en bloemknoppen zodat de kroon niet te grof wordt. Verwijder opslag onder een entplaats.
Bloei- en vruchtbeheer
Zeer belangrijk: pompelmoesvruchten zijn extreem groot in verhouding tot bonsai. Op kleine/middelgrote bomen vruchtzetting vrijwel volledig verwijderen; op grote sterke bonsai hoogstens enkele vruchten laten staan.
Bedraden
Jonge takken voorzichtig bedraden; oudere takken kunnen stijf zijn en moeten geleidelijk worden gevormd.
Bemesten
Regelmatig citrusmest in het groeiseizoen; voor vruchtdragende bomen voldoende voeding, maar overmatige stikstof vermijden als compacte groei gewenst is.
Watergifte
Tijdens warm groeiseizoen gelijkmatig vochtig houden, maar niet permanent waterverzadigd. In winter minder water. Kalkarm water heeft de voorkeur.
Substraat
Luchtig, goed drainerend en licht zuur met voldoende vochtbuffer, bijvoorbeeld akadama, puimsteen en lava.
Verpotten
Voorjaar bij actieve groei, meestal om de twee à drie jaar of naar behoefte. Na wortelwerk warm en uit koude wind houden.
Ziekten en problemen
Spint, schildluis, wolluis, citrusmineermot, chlorose en wortelrot. Grote vruchten kunnen takken breken of de boom sterk uitputten.
