Rode dophei

← Terug naar Bomen
Rode dophei
Zuurminnende bloeier

Erica cinerea

Belangrijkste tip

Veel zon, zuur en luchtig substraat, weinig voeding en nooit hard terugsnoeien in kaal oud hout. De fijne wortelkluit mag niet uitdrogen.

Oorspronkelijke herkomst

Noord- en West-Europa. Erica cinerea komt van nature onder meer voor in België, Nederland, de Britse eilanden, Frankrijk, Duitsland, Noorwegen, Portugal en Spanje.

Eigenschappen

Rode dophei is een lage, wintergroene heidestruik met zeer fijne naaldachtige bladeren en urnvormige bloemen, meestal paarsroze tot roodpaars. De soort bloeit hoofdzakelijk van de vroege zomer tot in de vroege herfst. Voor bonsai is hij vooral interessant als kleine struik-, rots- of landschapsbonsai.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn het zeer kleine blad, de rijke bloei en de natuurlijke oude-heide-uitstraling. Nadelen zijn het fijne wortelstelsel, de gevoeligheid voor uitdroging en natte voeten en vooral het slechte herstel wanneer te diep in kaal oud hout wordt gesnoeid.

Standplaats als bonsai

Zet buiten in volle zon of zeer lichte halfschaduw. Volle zon geeft de compactste groei en beste bloei, mits de kleine schaal niet uitdroogt. Bescherm de wortelkluit in een bonsaischaal tegen langdurige strenge vorst en tegen oververhitting op zeer hete dagen.

Groei

Compacte, fijne groei. Bloemen verschijnen aan de scheuten van het seizoen; na de bloei kan licht worden teruggesnoeid om de struik dicht en jong te houden.

Geschikte stijlvormen

Kleine meerstammige vorm, informeel rechtop, hellend, halfcascade, rotsbeplanting en landschaps-/heidecomposities.

Vormsnoei

Snoei direct na de bloei licht terug. Knip uitsluitend in groen, bebladerd hout en vermijd zware vormsnoei tot in kale oude stammen of takken, omdat Erica daar slecht uit terugloopt.

Onderhoudssnoei

Geef jaarlijks na de bloei een lichte knipbeurt om de plant compact en bossig te houden. Verwijder uitgebloeide topjes en uitstekende jonge groei, maar laat voldoende groen staan.

Fijnsnoei

Dun alleen te dichte jonge scheuten uit en behoud fijne binnenvertakking. Werk met kleine schaarbeurten in plaats van één zware terugsnoei.

Bladsnoei / ontbladeren

Niet ontbladeren. Verwijder alleen dood, ziek of beschadigd loof.

Wortelsnoei

Behandel het fijne haarwortelstelsel zeer voorzichtig. Snoei slechts matig bij verpotten en voorkom dat de wortels tijdens het werk uitdrogen.

Knopbeheer

Geen klassiek knopbeheer nodig. Stuur de groeikracht vooral door lichte snoei na de bloei en door voldoende licht in de kroon.

Bloei- en vruchtbeheer

Verwijder uitgebloeide bloemen wanneer zaadvorming niet gewenst is. Bij een zwakke of net verpotte plant kan een deel van de bloei worden verwijderd om herstel voorrang te geven.

Bedraden

Alleen dunne, jonge takken voorzichtig bedraden. Het hout is fijn en kan breken; vorm bij voorkeur vooral met snoei en gebruik draad kortdurend.

Bemesten

Erica heeft weinig voeding nodig. Geef in een bonsaischaal tijdens actieve groei slechts een milde, kalkarme mest voor zuurminnende planten. Overbemesting geeft grove, zwakke groei en kan de fijne wortels beschadigen.

Watergifte

Houd gelijkmatig licht vochtig maar nooit drijfnat. Laat de kleine wortelkluit niet volledig uitdrogen. Regenwater of ander kalkarm water is het veiligst, vooral wanneer het leidingwater hard is.

Substraat

Zuur tot neutraal, luchtig en sterk drainerend maar met voldoende vochtbuffer. Kanuma met puimsteen is bruikbaar. Vermijd kalkrijke materialen en compacte potgrond.

Verpotten

Verpot alleen wanneer nodig, bij voorkeur in het vroege voorjaar voordat de sterke groei begint. Werk snel, houd de fijne wortels vochtig en combineer verpotten niet met zware bovengrondse snoei.

Ziekten en problemen

Phytophthora-wortelrot en andere schimmels kunnen optreden bij te natte omstandigheden. Verder zijn uitdroging, chlorose door een te hoge pH en terugval na snoei in oud kaal hout belangrijke risico’s. Erica cinerea is doorgaans weinig gevoelig voor plagen.