Rode dophei

← Terug naar Bomen
Rode dophei
B056 · Zuurminnende bloeier

Erica cinerea

Belangrijkste tip

Gebruik kalkarm water en een zuur substraat. Snoei direct na de bloei en bescherm het fijne wortelstelsel tegen uitdroging.

Oorspronkelijke herkomst

Rode dophei komt van nature voor in Noord- en West-Europa. De soort groeit vooral op zonnige, voedselarme en zure heidegrond.

Eigenschappen

Erica cinerea is een lage, wintergroene dwergstruik met smalle bladeren en kleine, klokvormige bloemen. De soort groeit compact, maar maakt fijn en kwetsbaar hout. Als bonsai is rode dophei vooral geschikt voor kleine landschapsvormen en informele struikvormen.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn de rijke bloei, het compacte blad en de mogelijkheid om een fijne kroon op te bouwen. Nadelen zijn de gevoeligheid voor kalk, uitdroging en verkeerd getimede snoei.

Standplaats als bonsai

Zet deze bonsai buiten op een lichte plaats met ochtendzon en bescherming tegen felle middagzon. Bescherm de schaal tegen uitdroging, harde wind en langdurige strenge vorst. Gebruik kalkarm water en een zuur substraat.

Groei

Groei concentreert zich rond en na de bloei. Nieuwe scheuten bepalen de bloemknoppen voor het volgende jaar.

Geschikte stijlvormen

Geschikte stijlvormen zijn informeel rechtop, meerstammig, koepelvorm, halfcascade en wortel-over-rots; bloei moet zichtbaar blijven.

Vormsnoei

Voer de vormsnoei direct na de bloei uit. Snoei niet diep terug in kaal oud hout zonder zichtbare knoppen of groene scheuten.

Onderhoudssnoei

Knip nieuwe scheuten na de bloei terug en rond de onderhoudssnoei uiterlijk in juli af. Late snoei kan bloemknoppen voor het volgende jaar verwijderen.

Fijnsnoei

Dun na de bloei te dichte scheuten uit en knip sterke groei terug tot een passende vertakking. Spaar zwakke takken en toekomstige bloemknoppen.

Bladsnoei / ontbladeren

Pas geen volledige ontbladering toe. Verwijder alleen beschadigd, ziek of storend blad.

Wortelsnoei

Voer wortelsnoei direct na de bloei of vroeg in het voorjaar uit. Behandel het fijne, oppervlakkige wortelstelsel voorzichtig en verwijder nooit te veel wortels in één keer.

Knopbeheer

Dun te sterke groeiknoppen na de bloei uit en behoud de bloemknoppen die nodig zijn voor de volgende bloei. Controleer in de nazomer voordat je nog snoeit.

Bloei- en vruchtbeheer

Verwijder uitgebloeide bloemen en zaaddozen, zodat de plant geen onnodige energie verbruikt. Beperk de bloei bij een zwakke of pas verpotte boom.

Bedraden

Bedraad bij voorkeur kort na de bloei, wanneer jonge takken nog soepel zijn. Werk voorzichtig, want het hout kan bros zijn en de dunne bast beschadigt gemakkelijk.

Bemesten

Bemest met een milde meststof voor zuurminnende planten. Begin na de bloei of zodra de nieuwe groei is afgehard en bouw in de nazomer af. Gebruik geen kalkhoudende producten en bemest niet op een droge of verzwakte wortelkluit.

Watergifte

Houd het substraat gelijkmatig vochtig en laat de wortelkluit nooit volledig uitdrogen. Gebruik bij voorkeur regenwater of ander kalkarm water. Geef pas opnieuw water nadat je de vochtigheid hebt gecontroleerd; voorkom zowel droogte als langdurige waterverzadiging.

Substraat

Gebruik een luchtig, zuur en kalkarm substraat dat vocht vasthoudt maar overtollig water snel afvoert. Kanuma is hiervoor geschikt, eventueel gemengd met een kleine hoeveelheid puimsteen.

Verpotten

Verpot bij voorkeur direct na de bloei of vroeg in het voorjaar, afhankelijk van soort en conditie. Bescherm het fijne, oppervlakkige wortelstelsel en verwijder niet te veel wortels in één keer. Gebruik opnieuw een zuur en kalkarm substraat.

Ziekten en problemen

Mogelijke problemen zijn chlorose door kalkrijk water of een te hoge pH, wortelrot, uitdroging, bladverbranding en een zwakke bloei na verkeerd getimede snoei. Controleer ook op bladluis, spint en schimmelaantastingen.