
Salvia rosmarinus
Volle zon, een zeer drainerend substraat en matige water- en mestgift. Snoei vooral jong groen en wees voorzichtig met oud hout en wortels.
Oorspronkelijke herkomst
Het Middellandse Zeegebied, van Zuid-Europa en de Balkan tot Noord-Afrika, Cyprus en Türkiye.
Eigenschappen
Rozemarijn is een aromatische, wintergroene houtige struik met smalle leerachtige bladeren en meestal blauwe tot paarsblauwe bloemen. De botanisch geaccepteerde naam is Salvia rosmarinus; Rosmarinus officinalis is de bekende oudere naam.
Voor- en nadelen als bonsai
Voordelen zijn klein wintergroen blad, geur, bloei en snel oud ogende, ruwe stammen. Nadelen zijn de gevoeligheid voor langdurig nat substraat, beperkte winterhardheid van de wortels in een kleine schaal en het onbetrouwbare herstel uit zeer oud kaal hout.
Standplaats als bonsai
Buiten in volle zon, warm en luchtig. Bescherm in België en Nederland een bonsaischaal tegen langdurige strenge vorst, koude natte wind en winterse waterverzadiging. Een koele, zeer lichte en vorstvrije of vrijwel vorstvrije overwintering is veilig voor gevoelige exemplaren.
Groei
De sterkste groei valt in perioden met veel licht en milde tot warme temperaturen. De plant kan in hete, droge zomerperioden tijdelijk trager groeien.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, hellend, literati, halfcascade, meerstammig en oude mediterrane struikvorm.
Vormsnoei
De beste algemene vormsnoei volgt op de bloei in het late voorjaar of de vroege zomer. Een te grote plant kan in het voorjaar worden teruggenomen, maar laat bij een oude bonsai altijd voldoende gezonde groene scheuten staan.
Onderhoudssnoei
Knip jonge scheuten tijdens het groeiseizoen regelmatig terug om de kroon compact te houden. Snoei niet voortdurend tijdens droogte of hitte en vermijd diepe sneden in oude, kale takdelen.
Fijnsnoei
Laat nieuwe scheuten eerst verlengen en kort ze daarna terug tot de gewenste vertakking, steeds met groen loof op de behouden tak.
Bladsnoei / ontbladeren
Niet ontbladeren. De kleine bladeren hoeven niet kunstmatig te worden verkleind.
Wortelsnoei
Wortelwerk terughoudend uitvoeren in het voorjaar wanneer de plant duidelijk weer groeit. Verwijder nooit een groot deel van de wortelmassa tegelijk en combineer geen zware wortel- en kroonsnoei.
Knopbeheer
Verwijder ongewenste nieuwe scheuten vroeg en verdeel de groeikracht door sterke toppen tijdig terug te nemen.
Bloei- en vruchtbeheer
De bloemen zijn een sierwaarde. Na de bloei kunnen uitgebloeide toppen worden teruggeknipt; zaadvorming is voor bonsai meestal niet belangrijk.
Bedraden
Jonge takken kunnen worden bedraad, maar oudere rozemarijntakken worden bros. Buig geleidelijk en controleer de draad vaak.
Bemesten
Matig bemesten tijdens actieve groei. Gebruik geen zware stikstofgift; rozemarijn groeit van nature goed op arme tot matig voedselrijke grond. Stop of verminder sterk tijdens koude stilstand.
Watergifte
Geef grondig water en laat daarna de bovenlaag duidelijk opdrogen voordat opnieuw wordt gegoten. Laat de kluit nooit volledig uitdrogen, maar langdurig natte wortels zijn een groter risico dan bij veel loofbomen.
Substraat
Zeer luchtig en snel drainerend, bijvoorbeeld akadama, puimsteen en lava met een beperkt organisch aandeel. Vooral in winter moet overtollig water onmiddellijk kunnen wegvloeien.
Verpotten
Verpot in het voorjaar zodra actieve groei op gang komt. Beperk wortelsnoei en bescherm na het verpotten tijdelijk tegen nachtvorst en uitdrogende wind.
Ziekten en problemen
RHS noemt onder meer rozemarijnkever, schuimcicaden, bladcicaden, schildluis, meeldauw, Verticillium en voet-/wortelrot. In bonsaischalen zijn winterse nattigheid, wortelrot en uitdroging na te zwaar wortelwerk de grootste praktische risico’s.
