Sleedoorn

← Terug naar Bomen
Sleedoorn
Bloei/vrucht

Prunus spinosa

Belangrijkste tip

Volle zon, bloeihout sparen en grotere snoei bij voorkeur in de zomer. Houd Prunus-wonden klein en werk schoon.

Oorspronkelijke herkomst

Europa tot Centraal-Azië en Iran, plus Noordwest-Afrika. De soort is inheems in België en Nederland.

Eigenschappen

Sleedoorn is een dichte, bladverliezende, doornige struik of kleine boom. Witte bloemen verschijnen zeer vroeg, vaak vóór het blad; in najaar volgen donkerblauwe steenvruchten. Oud hout krijgt snel een ruig, natuurlijk karakter.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn kleine bladeren, vroege bloei, vruchten, sterke terugloop en zeer karaktervol oud hout. Nadelen zijn scherpe doorns, sterke wortelopslag en de Prunus-gevoeligheid voor zilverblad en andere schimmel-/bacterieziekten.

Standplaats als bonsai

Buiten in volle zon voor compacte groei, bloei en vruchtzetting. Lichte halfschaduw is mogelijk. Bescherm een kleine schaal tegen uitdroging en tijdens extreme vorst tegen doorvriezen.

Groei

Krachtige, vaak stekelige nieuwe groei en sterke neiging tot wortelopslag. Bloei ontstaat op ouder hout en korte scheuten.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, hellend, meerstammig, raft, literati en natuurlijke oude-haagvorm; deadwood kan het ruige karakter versterken.

Vormsnoei

Grote snoei bij voorkeur in de zomer, vooral waar zilverblad een risico is. Vermijd grote wonden in koude, natte perioden en gebruik schoon gereedschap.

Onderhoudssnoei

Na de bloei of in zomer te lange scheuten terugnemen en wortelopslag verwijderen. Spaar kort bloem- en vruchthout.

Fijnsnoei

Laat jonge scheuten eerst voldoende blad vormen en kort ze daarna terug. Houd de kroon open en behoud zwakker binnenhout.

Bladsnoei / ontbladeren

Geen standaard volledige ontbladering. Selectieve bladsnoei alleen bij sterke, gezonde bomen.

Wortelsnoei

Vroeg in het voorjaar bij verpotten. Verwijder krachtige, cirkelende wortels geleidelijk en gebruik wortelopslag niet als reden voor te agressief wortelwerk.

Knopbeheer

Sterke eindknoppen en ongewenste basale scheuten tijdig verwijderen; bloemknoppen op kort ouder hout sparen.

Bloei- en vruchtbeheer

Beperk vruchtzetting bij jonge, kleine of verzwakte bomen. Sleedoornvruchten zijn zwaar ten opzichte van fijne bonsaitakken.

Bedraden

Jonge takken kunnen worden bedraad; let op doorns en op insnoeren. Oud hout kan stijf en bros zijn.

Bemesten

Vanaf na de bloei tot nazomer regelmatig maar gematigd bemesten. Voor verfijnde bloeiende bomen niet voortdurend veel stikstof geven.

Watergifte

Tijdens actieve groei gelijkmatig vochtig houden zonder waterverzadiging. Vooral bloei, vruchtzetting en hete zomerdagen vragen voldoende water.

Substraat

Luchtig, goed drainerend standaard bonsaisubstraat met voldoende vochtbuffer, bijvoorbeeld akadama, puimsteen en lava.

Verpotten

Vroeg in het voorjaar vóór het uitlopen. Jonge bomen om de paar jaar, oudere exemplaren alleen wanneer wortelkluit of substraat dit nodig maken.

Ziekten en problemen

Gevoelig voor onder meer zilverblad, blossom wilt, bladluizen en rupsen. RHS adviseert bij risico op zilverblad snoei in het midden van de zomer. Let ook op bacteriekanker, vruchtrot en wortelopslag.