Struikkamperfoelie

← Terug naar Bomen
Struikkamperfoelie
Bloei/vrucht

Lonicera ligustrina var. yunnanensis

Belangrijkste tip

Dit is een wintergroene struikkamperfoelie en geen geurende klimplant. Het kleine blad en de sterke reactie op snoei maken hem juist zeer geschikt voor snelle bonsaiverfijning.

Oorspronkelijke herkomst

Centraal-China. De veel gebruikte naam Lonicera nitida geldt bij Kew als synoniem van Lonicera ligustrina var. yunnanensis.

Eigenschappen

Struikkamperfoelie is een dichte, wintergroene struik met zeer kleine, glanzende tegenoverstaande bladeren en boogvormige takken. Kleine crèmekleurige bloemen verschijnen in het voorjaar en kunnen later enkele blauw-paarse bessen geven. Dit is niet de bekende slingerende, sterk geurende kamperfoelie.

Voor- en nadelen als bonsai

Zeer geschikt voor bonsai door het kleine blad, snelle hergroei na snoei en gemakkelijke vertakking. De krachtige groei vraagt veel onderhoud; dicht loof moet worden uitgedund en de vrij gladde bast kan snel draadlittekens krijgen.

Standplaats als bonsai

Buiten in zon tot halfschaduw. Meer licht geeft compactere groei, maar voorkom uitdroging van de kleine schaal. Bescherm de wortelkluit bij langdurige zware vorst.

Groei

Snelgroeiende wintergroene struik die na snoei sterk opnieuw uitloopt. Daardoor is clip-and-grow bijzonder effectief.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, hellend, bezemachtig, meerstammig, cascade/halfcascade en shohin; vrijwel alle natuurlijke struikvormen zijn mogelijk.

Vormsnoei

Structuursnoei aan het einde van de winter of vroege voorjaar. De soort kan sterk teruglopen, maar verdeel zeer zware reducties over meerdere fasen bij oude bomen.

Onderhoudssnoei

Tijdens het groeiseizoen nieuwe scheuten regelmatig terugknippen tot ongeveer twee à drie bladparen. Houd de binnenkant van de kroon licht en luchtig.

Fijnsnoei

Selecteer jonge scheuten op positie en richting en knip vaak licht voor snelle ramificatie. Voorkom opeenhoping van meerdere takken op één punt.

Bladsnoei / ontbladeren

Volledige ontbladering is niet nodig. Selectief blad en te dichte scheuten verwijderen is voldoende om licht naar binnen te brengen.

Wortelsnoei

Verpot in het vroege voorjaar. De soort verdraagt wortelwerk redelijk goed, maar behoud bij oudere bomen voldoende fijne wortels en combineer het niet met extreme kroonreductie.

Knopbeheer

De soort maakt gemakkelijk nieuwe scheuten na snoei. Selecteer vroeg de gewenste uitlopers en verwijder ongewenste scheuten voordat knobbels ontstaan.

Bloei- en vruchtbeheer

Bloemen en bessen zijn klein en schaars en meestal geen hoofddoel. Wie vruchten wil zien, laat in het voorjaar een deel van de bloeiende scheuten ongesnoeid.

Bedraden

Bedrading kan voor jonge takken, maar snoei is meestal de belangrijkste vormtechniek. Controleer draad vaak vanwege snelle diktegroei.

Bemesten

Van voorjaar tot nazomer regelmatig en evenwichtig bemesten. Vermijd overdreven stikstof bij een verfijnde boom, omdat dit lange scheuten bevordert.

Watergifte

Houd de kluit gelijkmatig vochtig maar goed gedraineerd. De kleine bladeren verdampen minder dan grote loofbomen, maar een ondiepe schaal kan bij zon en wind toch snel uitdrogen.

Substraat

Luchtig, stabiel en goed drainerend; de soort verdraagt uiteenlopende pH-waarden. Akadama met puimsteen/lava is een bruikbaar uitgangspunt.

Verpotten

In het vroege voorjaar; jonge krachtige bomen vaker dan oude verfijnde exemplaren. Laat de wortelkluit bepalen wanneer verpotten werkelijk nodig is.

Ziekten en problemen

Schildluis, wolluis, bladluis en soms meeldauw kunnen voorkomen. Bruin blad kan ook ontstaan door droogte, te nat substraat, wind of vorstschade.