Taxus

← Terug naar Bomen
Taxus
Conifeer

Taxus baccata

Belangrijkste tip

Taxus kan juist wél uitstekend uit oud hout terugknoppen. Houd wortels luchtig, bescherm de schaal tegen extreme wintercondities en draag handschoenen bij intensief snoei- of deadwoodwerk.

Oorspronkelijke herkomst

Azoren en grote delen van Europa tot Noord-Iran, plus Noordwest-Afrika.

Eigenschappen

Taxus baccata is een langzaam groeiende, zeer langlevende wintergroene conifeer met donkergroene naalden en roodbruine schilferende bast. Vrouwelijke planten kunnen rode, besachtige zaadmantels (arillen) dragen. Taxus onderscheidt zich van veel andere coniferen doordat hij zeer goed uit oud hout kan terugknoppen.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn uitstekende terugknop op oud hout, klein loof, karaktervolle bast, harde deadwood en grote schaduwtolerantie. Nadelen zijn trage groei, stijve oude takken, vlezige vorstgevoelige wortels in een schaal en hoge giftigheid van vrijwel alle plantdelen.

Standplaats als bonsai

Buiten met veel licht tot halfschaduw. In hete, droge perioden beschermen tegen felle middagzon. In winter de schaal beschermen tegen harde vorst in combinatie met zon en ijzige wind; de vlezige wortels zijn gevoeliger dan een taxus in volle grond.

Groei

Relatief traag maar sterk. Na krachtige snoei kan taxus zelfs op oud, kaal hout nieuwe knoppen vormen, mits de boom gezond en vitaal is.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, hellend, literati, cascade/halfcascade, meerstammig en vooral oude deadwood-/jin-/shari-stijlen.

Vormsnoei

Taxus kan sterk in oud hout worden teruggesnoeid. Grote structuurcorrecties bij een gezonde boom bij voorkeur gefaseerd uitvoeren; laat de boom tussen zware ingrepen herstellen.

Onderhoudssnoei

Nieuwe scheuten tijdens het groeiseizoen terugknippen nadat ze voldoende zijn verlengd. Dun te dichte zones uit zodat licht de binnenkroon bereikt en terugknop wordt gestimuleerd.

Fijnsnoei

Selecteer jonge scheuten en verwijder in zomer waar nodig oude naalden voor licht en fijne vertakking. Zwakke zones niet even hard behandelen als sterke toppen.

Bladsnoei / ontbladeren

Geen volledige ontbladering. Oude naalden kunnen selectief worden verwijderd; behoud altijd voldoende actief loof.

Wortelsnoei

Bij verpotten kan een sterke gezonde taxus redelijk wortelsnoei verdragen, maar werk bij oude bomen geleidelijk. Bescherm de vlezige wortels tegen uitdroging en vorst na verpotten.

Knopbeheer

Nieuwe knoppen selecteren om te dichte clusters te voorkomen en de kracht te verdelen. Terugknop op oud hout benutten voor nieuwe primaire en secundaire vertakking.

Bloei- en vruchtbeheer

Taxus is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op verschillende planten. Rode arillen zijn sierlijk, maar zaadvorming kan bij kleine of zwakke bomen worden beperkt. De zaden en overige plantdelen zijn giftig; alleen het rode vruchtvlees van de aril zelf bevat niet dezelfde taxanen, maar het omsluit een giftig zaad.

Bedraden

Jonge twijgen zijn flexibel; oudere takken zeer hard en stijf. Bedraden kan vrijwel jaarrond bij een sterke boom, maar grote buigingen geleidelijk uitvoeren en levende sapbanen beschermen bij deadwoodwerk.

Bemesten

Tijdens het groeiseizoen regelmatig bemesten, bijvoorbeeld organisch elke vier weken of vloeibaar in lagere, frequente dosis. Zwakke bomen eerst kracht laten opbouwen voordat zware styling volgt.

Watergifte

Water geven zodra het substraat begint op te drogen. Niet permanent nat houden, maar de kluit ook niet volledig laten uitdrogen. Kalkarm sproeiwater op het loof kan nuttig zijn bij hard leidingwater.

Substraat

Luchtig en goed drainerend standaard bonsaisubstraat. Taxus verdraagt een brede pH, zolang wortels voldoende zuurstof krijgen.

Verpotten

Om de twee tot vier jaar, bij zeer oude exemplaren langer. Vroeg in het voorjaar is praktisch; bescherm na verpotten tegen harde vorst en uitdrogende wind.

Ziekten en problemen

Schildluis, wolluis en taxuskever/snuitkever kunnen schade geven; larven van snuitkevers vreten aan wortels. Wortelrot/Phytophthora ontstaat vooral bij te natte omstandigheden. Alle delen behalve het vlezige rode arilweefsel zijn sterk giftig; zaden zijn eveneens giftig.