Valse acacia

← Terug naar Bomen
Valse acacia
Bloei/vrucht

Robinia pseudoacacia

Belangrijkste tip

Volle zon, een middelgrote of grote boommaat en herhaald clip-and-grow passen het best bij Robinia. Beperk stikstofrijke voeding, verwijder wortelopslag tijdig en plan harde snoei buiten de sterke voorjaars-sapstroom.

Oorspronkelijke herkomst

Van nature in het oostelijke en oost-centraal deel van de Verenigde Staten. Kew noemt onder meer Alabama, Georgia, Kentucky, Maryland, North Carolina, Pennsylvania, South Carolina, Tennessee, Virginia en West Virginia. In Europa is de soort op veel plaatsen ingeburgerd en kan hij invasief gedrag vertonen.

Eigenschappen

Een snelgroeiende, bladverliezende boom uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). Kenmerkend zijn de geveerde bladeren met ovale deelblaadjes, jonge twijgen met vaak twee scherpe steunblad-doorns, diep gegroefde grijsbruine bast en geurende witte bloemtrossen in het late voorjaar of de vroege zomer. Na de bloei kunnen platte bruine peulen ontstaan. De soort bindt stikstof via wortelknolletjes en vormt gemakkelijk wortelopslag.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn de zeer snelle groei, snelle stamverdikking, fraaie ruwe bast, goede winterhardheid, sterke wondreactie bij jonge delen en opvallende geurende bloei. De soort verdraagt veel zon, warmte en tijdelijke droogte. Nadelen zijn de grove samengestelde bladeren, lange internodiën, broze takken, scherpe doorns, krachtige wortelopslag en de neiging om na harde snoei lange waterscheuten te maken. Grote snoeiwonden kunnen inrotten en oude takken lopen niet altijd betrouwbaar terug. Vooral geschikt voor middelgrote en grote bonsai.

Standplaats als bonsai

Het hele jaar buiten op een zonnige, luchtige plaats. Veel zon bevordert compacte groei en bloei. Bescherm een pas verpotte boom tijdelijk tegen felle middagzon en harde wind. De soort is winterhard, maar bescherm de wortelkluit in een kleine schaal tegen langdurige strenge vorst en uitdrogende oostenwind.

Groei

Zeer krachtig en snel. Nieuwe scheuten kunnen in één groeiseizoen lang worden en de stam verdikt snel. De groei is meestal sterker aan de top en aan uiteinden van takken. Robinia reageert op snoei vaak met meerdere nieuwe scheuten en wortelopslag, maar terugknoppen op zeer oud kaal hout is niet volledig betrouwbaar. Jonge takken verhouten snel en worden daarna broos.

Geschikte stijlvormen

Geschikt voor informeel rechtopgaand (Moyogi), vrij rechtopgaand, bezemstijl (Hokidachi), dubbel- en meerstammige vormen en grotere landschaps- of bosbeplantingen. Door de grove bladeren en lange bladstelen is een zeer kleine shohin minder geschikt. Cascadevormen zijn mogelijk maar minder natuurlijk voor de soort.

Vormsnoei

Voer harde structuur- en taksnoei bij voorkeur uit na de sterke zomerontwikkeling, grofweg late zomer tot vroege herfst, of na bladval. Vermijd zware snoei tijdens de sterke sapstroom in het voorjaar omdat Robinia dan kan bloeden. Grote wonden kunnen slecht sluiten of inrotten; werk daarom gefaseerd en houd sneden zo klein mogelijk.

Onderhoudssnoei

Tijdens het groeiseizoen lange nieuwe scheuten regelmatig terugknippen. Samengestelde bladeren kunnen voor de verhouding worden teruggebracht tot enkele deelblaadjes. Verwijder wortelopslag direct tenzij die bewust voor een meerstammige vorm wordt gebruikt.

Fijnsnoei

Bouw vertakking op met clip-and-grow en selecteer na een groeiflush goed geplaatste zijscheuten. Door de lange internodiën en samengestelde bladeren wordt zeer fijne ramificatie moeilijk; een middelgrote tot grote bonsai geeft meestal de beste verhouding.

Bladsnoei / ontbladeren

Volledige ontbladering wordt niet als standaardbehandeling aanbevolen. Bij een zeer gezonde, krachtige boom kan begin zomer beperkt worden uitgedund door enkele grote samengestelde bladeren te verwijderen of lange bladstelen terug te nemen. Laat altijd voldoende blad staan, vooral op zwakke en binnenste takken. Ontblader niet in hetzelfde jaar als zwaar verpotten of ingrijpende vormsnoei.

Wortelsnoei

Verpot en snoei wortels in het voorjaar wanneer de boom uit rust komt. Verwijder vooral dikke, cirkelende en neerwaartse wortels maar behoud voldoende fijne wortels. Combineer geen zware wortelsnoei met zware bovengrondse snoei.

Knopbeheer

Dun sterke knop- en scheutclusters vroeg uit tot twee goed geplaatste scheuten. Behoud knoppen die naar buiten en licht zijwaarts gericht zijn. Rem sterke topknoppen en laat zwakke lage knoppen langer doorgroeien. Controleer na harde snoei regelmatig op nieuwe waterscheuten en verwijder ongewenste exemplaren voordat ze verdikken.

Bloei- en vruchtbeheer

Bloemtrossen verschijnen meestal op voldoende oud, goed belicht hout in het late voorjaar of de vroege zomer. Snoei alle nieuwe groei daarom niet voortdurend kort wanneer bloei gewenst is. Na de bloei kunnen uitgebloeide trossen en peulen worden verwijderd om energie te sparen. Laat slechts beperkt peulen rijpen op een sterke boom. De bast, bladeren en zaden kunnen schadelijke stoffen bevatten; houd snoeiafval en zaden uit de buurt van kinderen en huisdieren.

Bedraden

Bedraad jonge, nog buigzame scheuten vroeg in het seizoen. Oudere takken worden snel stijf en bros en kunnen plotseling breken. Gebruik daarom liever spandraden of geleidelijke buiging voor dikkere takken. Controleer draad wekelijks tijdens de sterke groei, want insnoeren kan snel optreden. Bescherm de bast op drukpunten.

Bemesten

Bemest vanaf het moment dat het blad is uitgehard tot de nazomer regelmatig maar niet zwaar. De soort groeit van nature zeer krachtig en bindt stikstof, waardoor een hoge stikstofgift snel grove scheuten en grote bladeren geeft. Gebruik bij een verfijnde boom een gematigde organische mest. Na de bloei mag tijdelijk iets sterker worden gevoed. Verminder stikstof vanaf augustus en geef in het vroege najaar eventueel licht kaliumrijk voor afrijping. Bemest niet direct na verpotten.

Watergifte

Houd het substraat tijdens actieve groei gelijkmatig vochtig, maar laat de bovenlaag licht opdrogen voordat opnieuw ruim wordt gegoten. Een sterk groeiende Robinia in volle zon gebruikt veel water. Voorkom langdurig drijfnatte grond, vooral na wortelsnoei en in de winter. In rust slechts zoveel water geven dat de kluit niet uitdroogt.

Substraat

Gebruik een luchtig, zeer goed drainerend mengsel dat toch voldoende vocht vasthoudt. Een bruikbaar uitgangspunt is akadama, puimsteen en lava in ongeveer gelijke delen. Voor jonge bomen in opbouw kan iets meer vochthoudend materiaal worden gebruikt. Vermijd zware, verdichte potgrond; de krachtige wortels hebben veel zuurstof nodig.

Verpotten

Jonge bomen ongeveer om de twee jaar in het voorjaar; oudere exemplaren alleen wanneer worteldichtheid en drainage dat nodig maken. Gebruik een luchtig, goed drainerend substraat en begin pas weer met normale bemesting nadat duidelijke nieuwe groei zichtbaar is.

Ziekten en problemen

Over het algemeen sterk, maar bladluizen, spint, schildluis, mineerders en honingzwam kunnen voorkomen. Grote snoeiwonden kunnen inrotten. Praktische aandachtspunten zijn broze takken, doorns, agressieve wortelopslag, mogelijke sapbloeding na verkeerd getimede snoei en giftige plantendelen.