
Robinia pseudoacacia
Kies bij voorkeur een middelgrote of grote bonsai zodat de samengestelde bladeren in verhouding blijven. Geef veel zon, snoei sterke scheuten herhaaldelijk terug en laat zwakke takken langer groeien. Bedraad alleen jong hout en controleer draad vaak. Beperk grote snoeiwonden, verwijder wortelopslag direct en draag handschoenen bij werkzaamheden aan doornige scheuten.
Oorspronkelijke herkomst
Oorspronkelijk uit het oosten en midden van de Verenigde Staten. De soort is sinds het begin van de zeventiende eeuw in Europa aangeplant en is daar op veel plaatsen ingeburgerd. Valse acacia kan zich sterk uitbreiden door zaad en vooral door wortelopslag.
Eigenschappen
Een snelgroeiende, bladverliezende boom uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). Kenmerkend zijn de geveerde bladeren met ovale deelblaadjes, jonge twijgen met vaak twee scherpe steunblad-doorns, diep gegroefde grijsbruine bast en geurende witte bloemtrossen in het late voorjaar of de vroege zomer. Na de bloei kunnen platte bruine peulen ontstaan. De soort bindt stikstof via wortelknolletjes en vormt gemakkelijk wortelopslag.
Voor- en nadelen als bonsai
Voordelen zijn de zeer snelle groei, snelle stamverdikking, fraaie ruwe bast, goede winterhardheid, sterke wondreactie bij jonge delen en opvallende geurende bloei. De soort verdraagt veel zon, warmte en tijdelijke droogte. Nadelen zijn de grove samengestelde bladeren, lange internodiën, broze takken, scherpe doorns, krachtige wortelopslag en de neiging om na harde snoei lange waterscheuten te maken. Grote snoeiwonden kunnen inrotten en oude takken lopen niet altijd betrouwbaar terug. Vooral geschikt voor middelgrote en grote bonsai.
Standplaats als bonsai
Het hele jaar buiten op een zonnige, luchtige plaats. Veel zon bevordert compacte groei en bloei. Bescherm een pas verpotte boom tijdelijk tegen felle middagzon en harde wind. De soort is winterhard, maar bescherm de wortelkluit in een kleine schaal tegen langdurige strenge vorst en uitdrogende oostenwind.
Groei
Zeer krachtig en snel. Nieuwe scheuten kunnen in één groeiseizoen lang worden en de stam verdikt snel. De groei is meestal sterker aan de top en aan uiteinden van takken. Robinia reageert op snoei vaak met meerdere nieuwe scheuten en wortelopslag, maar terugknoppen op zeer oud kaal hout is niet volledig betrouwbaar. Jonge takken verhouten snel en worden daarna broos.
Geschikte stijlvormen
Geschikt voor informeel rechtopgaand (Moyogi), vrij rechtopgaand, bezemstijl (Hokidachi), dubbel- en meerstammige vormen en grotere landschaps- of bosbeplantingen. Door de grove bladeren en lange bladstelen is een zeer kleine shohin minder geschikt. Cascadevormen zijn mogelijk maar minder natuurlijk voor de soort.
Vormsnoei
Voer grote vormsnoei bij voorkeur uit in het late voorjaar of de vroege zomer wanneer de boom sterk groeit en wonden beter kunnen reageren. Vermijd zeer grote sneden en hol ze niet overdreven uit, omdat het hout gevoelig kan zijn voor inrotting. Laat bij twijfel een stomp staan en werk die later gefaseerd bij. Draag handschoenen vanwege de doorns.
Onderhoudssnoei
Laat sterke scheuten vijf tot acht deelblaadjes of meerdere knopen maken en snoei daarna terug tot één of twee goed geplaatste knopen. Rem de top en sterke uiteinden vaker dan zwakke binnen- en lage takken. Verwijder wortelopslag, ongewenste waterscheuten en kruisende scheuten vroeg. Houd voldoende blad aan zwakke takken om terugsterven te voorkomen.
Fijnsnoei
Selecteer na de eerste groeigolf per knooppunt maximaal twee bruikbare scheuten. Kort lange internodiën vroeg terug en bouw vertakking op met clip-and-grow. Door de krachtige groei moet dit meerdere keren per seizoen worden herhaald. Een zeer fijne vertakking is moeilijk; werk daarom met een iets grotere boommaat en ruimere kroonstructuur.
Bladsnoei / ontbladeren
Volledige ontbladering wordt niet als standaardbehandeling aanbevolen. Bij een zeer gezonde, krachtige boom kan begin zomer beperkt worden uitgedund door enkele grote samengestelde bladeren te verwijderen of lange bladstelen terug te nemen. Laat altijd voldoende blad staan, vooral op zwakke en binnenste takken. Ontblader niet in hetzelfde jaar als zwaar verpotten of ingrijpende vormsnoei.
Wortelsnoei
Snoei de wortels in het vroege voorjaar zodra de knoppen beginnen te zwellen. Robinia maakt krachtige, vlezige en lange wortels; verwijder vooral dikke neerwaartse, cirkelende en beschadigde wortels en behoud voldoende fijne zijwortels. Werk geleidelijk aan een vlakke nebari. Verwijder ongewenste wortelopslag volledig bij de oorsprong.
Knopbeheer
Dun sterke knop- en scheutclusters vroeg uit tot twee goed geplaatste scheuten. Behoud knoppen die naar buiten en licht zijwaarts gericht zijn. Rem sterke topknoppen en laat zwakke lage knoppen langer doorgroeien. Controleer na harde snoei regelmatig op nieuwe waterscheuten en verwijder ongewenste exemplaren voordat ze verdikken.
Bloei- en vruchtbeheer
Bloemtrossen verschijnen meestal op voldoende oud, goed belicht hout in het late voorjaar of de vroege zomer. Snoei alle nieuwe groei daarom niet voortdurend kort wanneer bloei gewenst is. Na de bloei kunnen uitgebloeide trossen en peulen worden verwijderd om energie te sparen. Laat slechts beperkt peulen rijpen op een sterke boom. De bast, bladeren en zaden kunnen schadelijke stoffen bevatten; houd snoeiafval en zaden uit de buurt van kinderen en huisdieren.
Bedraden
Bedraad jonge, nog buigzame scheuten vroeg in het seizoen. Oudere takken worden snel stijf en bros en kunnen plotseling breken. Gebruik daarom liever spandraden of geleidelijke buiging voor dikkere takken. Controleer draad wekelijks tijdens de sterke groei, want insnoeren kan snel optreden. Bescherm de bast op drukpunten.
Bemesten
Bemest vanaf het moment dat het blad is uitgehard tot de nazomer regelmatig maar niet zwaar. De soort groeit van nature zeer krachtig en bindt stikstof, waardoor een hoge stikstofgift snel grove scheuten en grote bladeren geeft. Gebruik bij een verfijnde boom een gematigde organische mest. Na de bloei mag tijdelijk iets sterker worden gevoed. Verminder stikstof vanaf augustus en geef in het vroege najaar eventueel licht kaliumrijk voor afrijping. Bemest niet direct na verpotten.
Watergifte
Houd het substraat tijdens actieve groei gelijkmatig vochtig, maar laat de bovenlaag licht opdrogen voordat opnieuw ruim wordt gegoten. Een sterk groeiende Robinia in volle zon gebruikt veel water. Voorkom langdurig drijfnatte grond, vooral na wortelsnoei en in de winter. In rust slechts zoveel water geven dat de kluit niet uitdroogt.
Substraat
Gebruik een luchtig, zeer goed drainerend mengsel dat toch voldoende vocht vasthoudt. Een bruikbaar uitgangspunt is akadama, puimsteen en lava in ongeveer gelijke delen. Voor jonge bomen in opbouw kan iets meer vochthoudend materiaal worden gebruikt. Vermijd zware, verdichte potgrond; de krachtige wortels hebben veel zuurstof nodig.
Verpotten
Verpot jonge bomen ongeveer om de één tot twee jaar en oudere bomen om de twee tot vier jaar, afhankelijk van de wortelgroei. Doe dit in het vroege voorjaar bij zwellende knoppen. Snoei sterke wortels gefaseerd, veranker de boom stevig en bescherm hem na het verpotten enkele weken tegen harde wind, felle middagzon en late vorst. Begin pas weer met bemesten wanneer duidelijke nieuwe groei zichtbaar is.
Ziekten en problemen
De soort is sterk, maar kan worden aangetast door bladmineerders, bladluizen, spint, schildluizen en houtboorders. Schimmels en houtrot kunnen binnendringen via grote of slecht drogende snoeiwonden. Geel blad kan ontstaan door langdurig nat substraat, wortelschade of een tekort aan sporenelementen. Broze takken, doorns, agressieve wortelgroei en terugkerende wortelopslag zijn belangrijke praktische aandachtspunten.
