Veldesdoorn

← Terug naar Bomen
Fijne loofboom

Acer campestre

Belangrijkste tip

Een sterke, lokale bonsaisoort voor ons klimaat. Veel licht, herhaald terugknippen en beheerste voeding leveren kleine bladeren, korte internodiën en een overtuigende oude-boomvorm.

Oorspronkelijke herkomst

Van nature in een groot deel van Europa, waaronder België en Nederland, verder oostwaarts tot Iran en ook in Noord-Algerije.

Eigenschappen

Winterharde bladverliezende esdoorn met meestal vijf afgeronde bladlobben, kurkachtige richels op sommige jonge takken en geel tot oranje herfstkleur. De bladeren en internodiën reduceren goed bij consequente bonsaicultuur en oude stammen krijgen een sterke, gegroefde bast.

Voor- en nadelen als bonsai

Een van de beste Europese loofbomen voor bonsai: sterk, goed terugknoppend, tolerant voor snoei en geschikt voor fijne vertakking. De groei kan in opbouw erg krachtig zijn en lange internodiën maken; grote bladeren vragen licht, goede snoei en beheerste bemesting.

Standplaats als bonsai

Het hele jaar buiten. Volle zon geeft compacte groei en goede herfstkleur; bij extreme hitte kan lichte middagbescherming bladschade beperken. Zeer winterhard, maar bescherm zeer kleine schalen bij langdurige strenge vorst.

Groei

Krachtig in voorjaar en vroege zomer en vaak met een tweede groeigolf na snoei. Sterke topgroei moet worden geremd om lage takken en binnenvertakking in balans te houden.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, bezemstijl, hellend, meerstammig, shohin, wortel-over-rots en bos/groepsbeplanting.

Vormsnoei

Grote takken bij voorkeur in rust of rond het einde van de bladperiode snoeien, wanneer de sapdruk laag is. Werk grote snoei gefaseerd en vermijd onnodig grote wonden.

Onderhoudssnoei

Laat nieuwe scheuten enkele bladparen maken en snoei daarna terug tot één of twee bladparen. Sterke top- en eindgroei eerder terugnemen dan zwakke binnenste takken.

Fijnsnoei

Selecteer per knoop maximaal twee goed geplaatste scheuten. Regelmatig clip-and-grow levert korte internodiën en fijne ramificatie op.

Bladsnoei / ontbladeren

Bij sterke, gezonde en goed gevestigde bomen kan gedeeltelijke of volledige ontbladering in vroege zomer worden gebruikt voor bladverkleining en een tweede fijne groeigolf. Niet toepassen op zwakke of recent verpotte bomen.

Wortelsnoei

In het vroege voorjaar bij zwellende knoppen. De soort verdraagt wortelsnoei goed, maar behoud voldoende fijne wortels en combineer geen extreem wortelwerk met zware kroonreductie.

Knopbeheer

Voor het uitlopen knopclusters uitdunnen tot twee goed geplaatste knoppen. Sterke bovenste knoppen sterker reduceren en zwakke binnenknoppen sparen.

Bloei- en vruchtbeheer

De onopvallende bloemen en gevleugelde samara’s zijn meestal ondergeschikt aan de bonsaivorm. Verwijder een zware zaadzetting wanneer een jonge of verfijnde boom daardoor kracht verliest.

Bedraden

Bedraad in rust of nadat jonge scheuten zijn afgehard. Bescherm de bast en controleer regelmatig omdat draad tijdens sterke groei snel kan insnoeren.

Bemesten

Van knopopening tot nazomer regelmatig bemesten. In de opbouwfase mag sterker worden gevoed; bij een verfijnde boom vanaf het voorjaar gematigder om internodiën en blad kleiner te houden.

Watergifte

Houd de kluit gelijkmatig vochtig en geef ruim water zodra de bovenlaag begint op te drogen. De soort verdraagt in volle grond enige droogte, maar een bonsaischaal mag in warme perioden niet uitdrogen.

Substraat

Algemeen luchtig bonsaimengsel, bijvoorbeeld akadama, puimsteen en lava. Goede drainage combineren met voldoende vochtvasthoudend vermogen.

Verpotten

Meestal om de twee tot drie jaar bij jonge bomen, oudere verfijnde bomen minder vaak. Verpot in het vroege voorjaar wanneer de knoppen beginnen te schuiven.

Ziekten en problemen

Meeldauw, bladluis, spint, verticillium en te natte wortels kunnen problemen geven. Bladverbranding ontstaat vooral bij uitdroging, hete wind of verzwakte wortels.