Vingerboom

← Terug naar Bomen
Vingerboom
Binnen/tropisch

Heptapleurum arboricola

Belangrijkste tip

Veel licht, warmte en een gelijkmatig vochtige kluit zijn de basis. Vorm vooral met snoei; gebruik draad slechts beperkt. Botanisch heet deze soort nu Heptapleurum arboricola; Schefflera arboricola is het bekende synoniem.

Oorspronkelijke herkomst

Hainan en Taiwan. De zeer bekende naam Schefflera arboricola is tegenwoordig een botanisch synoniem van Heptapleurum arboricola.

Eigenschappen

Vingerboom is een wintergroene tropische struik met handvormig samengestelde bladeren op lange bladstelen. Bij warmte en hoge luchtvochtigheid kan hij luchtwortels vormen. Het hout blijft relatief zacht en de bast wordt niet sterk gegroefd.

Voor- en nadelen als bonsai

Voordelen zijn sterke groei bij warmte, goede reactie op terugknippen, eenvoudige stekvermeerdering en de mogelijkheid tot luchtwortels. Nadelen zijn relatief grote samengestelde bladeren, zachte en breukgevoelige takken, weinig natuurlijke bastveroudering en gevoeligheid voor kou.

Standplaats als bonsai

Zeer licht en warm. Ideaal is ongeveer 18–22 °C; laat de temperatuur niet onder circa 10 °C zakken en vermijd koude tocht. In de zomer kan hij buiten staan wanneer de nachten warm zijn, na geleidelijke gewenning aan direct zonlicht.

Groei

Groeit krachtig bij warmte en veel licht. Bij weinig licht worden internodiën en bladeren groter en neemt de vertakking af. In een koele, donkere winter vertraagt de groei sterk.

Geschikte stijlvormen

Informeel rechtop, meerstammig/clump, bosgroep, wortel-over-rots en banyanachtige vormen met luchtwortels. Door het grote samengestelde blad werkt een middelgrote of grotere bonsai vaak overtuigender dan een zeer kleine boom.

Vormsnoei

Voer grotere correcties uit tijdens krachtige actieve groei, vooral van late lente tot zomer. Knip boven een blad waarvan de richting past bij de gewenste nieuwe scheut; de okselknop onder de snede bepaalt vaak de nieuwe groeirichting.

Onderhoudssnoei

Laat nieuwe scheuten eerst verlengen en knip ze vervolgens regelmatig terug om vertakking op te bouwen. Werk vooral met clip-and-grow; dat is bij deze zachte houtsoort betrouwbaarder dan zwaar bedraden.

Fijnsnoei

Selecteer sterke scheuten en knip terug tot enkele gezonde bladeren. Houd zwakkere zones langer zodat de groeikracht zich gelijkmatiger over de kroon verdeelt.

Bladsnoei / ontbladeren

Een zeer sterke, warme en goed belichte boom kan worden ontbladerd om meer vertakking en tijdelijk kleiner blad te stimuleren. Pas dit niet routinematig toe op een zwakke boom of bij onvoldoende licht.

Wortelsnoei

Verpot en snoei wortels bij voorkeur in het voorjaar wanneer actieve groei begint. De dikke, vlezige wortels breken gemakkelijk; werk daarom voorzichtig en combineer geen extreem wortelverlies met zware kroonsnoei.

Knopbeheer

Stuur de kroon vooral via scheutselectie. Verwijder ongewenste okselscheuten vroeg en laat zwakke delen langer doorgroeien voordat sterke zones opnieuw worden teruggenomen.

Bloei- en vruchtbeheer

Bloei en vrucht zijn voor deze soort als bonsai meestal niet het doel. Richt de energie op blad, vertakking, stam en eventuele luchtwortels.

Bedraden

Bedraad alleen jonge, nog soepele scheuten en buig geleidelijk. Oudere takken en stammen zijn zacht maar kunnen plots breken. Controleer draad zeer vaak omdat actieve scheuten snel dikker worden.

Bemesten

Tijdens actieve groei regelmatig matig bemesten. Van voorjaar tot herfst kan vaker worden gevoed; in de winter alleen wanneer de boom onder voldoende licht en warmte werkelijk doorgroeit. Bemest niet direct na sterk wortelwerk.

Watergifte

Houd de wortelkluit gelijkmatig vochtig en laat hem niet volledig uitdrogen. Geef grondig water en laat overtollig water weglopen. In een koele winter minder vaak gieten, maar ook dan uitdroging voorkomen.

Substraat

Luchtig, stabiel en goed drainerend, maar niet extreem droog. Een bonsaimengsel met akadama en puimsteen/lava, eventueel met een beperkt vochtvasthoudend organisch aandeel, werkt goed.

Verpotten

Gewoonlijk ongeveer om de twee jaar in het voorjaar; oudere exemplaren wanneer de wortelkluit vol raakt. Behandel de vlezige wortels voorzichtig en zet de boom na het verpotten warm, licht maar tijdelijk uit harde zon en tocht.

Ziekten en problemen

Schildluis komt regelmatig voor; daarnaast kunnen spint en wolluis optreden. Bladval wijst vaak op kou, tocht, lichtgebrek of waterstress. Langdurig zuurstofarm, nat substraat kan wortelrot veroorzaken.