
Cotoneaster horizontalis
Volle zon, voldoende zomerwater en regelmatig terugknippen leveren een compacte boom met bloemen en rode vruchten. De correcte Nederlandse naam is Vlakke dwergmispel.
Oorspronkelijke herkomst
Centraal- en Zuid-China en Taiwan.
Eigenschappen
Vlakke dwergmispel is een lage, breed uitgroeiende, meestal bladverliezende struik met karakteristieke bijna visgraatachtige zijtakken. Kleine witroze bloemen verschijnen in het voorjaar en worden gevolgd door rode vruchten en vaak oranjerode herfstkleur.
Voor- en nadelen als bonsai
Voordelen zijn kleine bladeren, fijne twijgen, bloemen, rode vruchten, goede snoeitolerantie en geschiktheid voor kleine bonsai. Nadelen zijn stijver wordende oude takken, hoge waterbehoefte in zomer en gevoeligheid voor onder meer bacterievuur en wortelrot.
Standplaats als bonsai
Buiten in volle zon voor compacte groei, bloei en vruchtzetting; geef op zeer hete zomerdagen eventueel lichte middagschaduw. Hoewel de soort winterhard is, moet een kleine bonsaischaal tegen strenge vorst en uitdrogende winterwind worden beschermd.
Groei
Maakt gemakkelijk nieuwe scheuten en verdraagt frequent terugknippen. De natuurlijke horizontale vertakking is bruikbaar in een bonsai-ontwerp en oude planten kunnen snel een overtuigende stam en bast tonen.
Geschikte stijlvormen
Shohin, kifu/chuhin, informeel rechtop, hellend, cascade en halfcascade, meerstammig en rotsbeplanting. De horizontale takstructuur leent zich goed voor brede of overhangende ontwerpen.
Vormsnoei
Oudere takken bij voorkeur in het voorjaar corrigeren. Cotoneaster verdraagt stevige snoei, maar verdeel grote ingrepen bij oud of verzwakt materiaal over meerdere seizoenen.
Onderhoudssnoei
Knip jonge scheuten tijdens het groeiseizoen herhaaldelijk terug nadat zij voldoende zijn verlengd. Houd bij bloeiende exemplaren rekening met bloem- en vruchthout.
Fijnsnoei
Selecteer jonge scheuten op richting en knip terug voor korte internodiën. Dun zeer dichte zones uit zodat licht en lucht tot in de kroon komen.
Bladsnoei / ontbladeren
Volledige ontbladering is niet nodig als standaardtechniek. Verwijder alleen selectief te grote of schaduwende bladeren bij een sterke boom.
Wortelsnoei
Jonge bomen kunnen in het vroege voorjaar behoorlijk krachtig aan de wortels worden gesnoeid. Werk bij oudere bomen geleidelijker en behoud altijd voldoende fijne wortels.
Knopbeheer
Verwijder overbodige scheutknoppen in te dichte zones en spaar goed geplaatst kort bloem-/vruchthout wanneer bloei en bessen gewenst zijn.
Bloei- en vruchtbeheer
Laat vruchten alleen in verhouding tot de kracht en grootte van de boom staan. Dun een zeer zware vruchtzetting uit zodat kleine takken niet overbelast raken en de boom niet onnodig wordt uitgeput.
Bedraden
Jonge takken zijn redelijk buigzaam; oudere takken worden stijf en kunnen breken. Bedraad voorzichtig of gebruik spandraden en controleer insnoeren geregeld.
Bemesten
Tijdens het groeiseizoen regelmatig uitgebalanceerd bemesten. Voor bloei en vruchten is voldoende fosfor/kalium nuttig; vermijd buitensporig veel stikstof waardoor lange grove scheuten ontstaan.
Watergifte
In de zomer heeft Cotoneaster veel water nodig. Geef grondig zodra de bovenlaag begint op te drogen. In de winter de kluit slechts licht vochtig houden. Vermijd voortdurend doorweekt substraat vanwege wortelrot.
Substraat
Een standaard luchtig, goed drainerend bonsaimengsel is geschikt; Cotoneaster verdraagt een brede pH-range. Het mengsel moet in de zomer genoeg vocht vasthouden zonder zuurstofarm te worden.
Verpotten
Jonge bomen eventueel jaarlijks, oudere bomen meestal om de twee à drie jaar, steeds in het vroege voorjaar. Verpot wanneer wortelkluit en drainage daar aanleiding toe geven.
Ziekten en problemen
Mogelijke problemen zijn bladluis, schildluis, rupsen, spint, bacterievuur, bacteriële aantastingen, meeldauw, bladvlekken en wortelrot. Cotoneaster horizontalis geldt als wat minder gevoelig voor bacterievuur dan sommige andere Cotoneasters, maar controle blijft nodig.
