Vlakke jeneverbes

← Terug naar Bomen
Vlakke jeneverbes
Conifeer

Juniperus horizontalis

Belangrijkste tip

Benut de natuurlijke kruipvorm. Volle zon, selectieve snoei en goede drainage geven het beste compacte bonsailoof.

Oorspronkelijke herkomst

Subarctisch Noord-Amerika tot het noorden van de Verenigde Staten.

Eigenschappen

Zeer laag, matvormend en kruipend groeiende jeneverbes met grijs- tot blauwgroen loof en kleine donkerblauwe besachtige kegels. De natuurlijke horizontale groei is sterk bruikbaar voor cascade en windswept ontwerpen.

Voor- en nadelen als bonsai

Ideaal voor lage, hellende, cascade- en rotsstijlen en zeer winterhard. De kruipgroei moet bij rechtopstaande stijlen sterk worden gecorrigeerd. Zoals andere jeneverbessen loopt hij niet betrouwbaar opnieuw uit op volledig kaal hout.

Standplaats als bonsai

Altijd buiten, bij voorkeur volle zon tot lichte halfschaduw. Zeer winterhard; bescherm in een kleine schaal alleen tegen langdurige extreme wortelbevriezing. Goede drainage is essentieel.

Groei

Sterk horizontaal en spreidend. Eindpunten kunnen lange matvormende scheuten maken; binnenste vertakking blijft alleen sterk met voldoende licht.

Geschikte stijlvormen

Cascade, halfcascade, hellend, winderig, rots-/wortel-over-rots, shohin en laag informele rechtopvorm.

Vormsnoei

Vroege lente of late herfst. Gebruik de natuurlijke horizontale lijn, maar verwijder kruisende en concurrerende takken selectief. Laat groen op iedere behouden tak.

Onderhoudssnoei

Lange kruipende scheuten terugknippen naar gezonde zijgroei. Niet scheren als bodembedekker/haag; dichte loofmassa selectief openen.

Fijnsnoei

Sterke buitenste groeipunten uitdunnen en zwakke binnenste groei sparen. Zorg voor licht en lucht in loofkussens.

Bladsnoei / ontbladeren

Geen ontbladering. Alleen oud of bruin loof gericht verwijderen.

Wortelsnoei

Vroege voorjaar, gematigd en met behoud van fijne wortels. Niet samen met zware styling.

Knopbeheer

Werk met groeipunten en loofmassa. Sterke horizontale uiteinden terugnemen en binnenste zwakke punten behouden.

Bloei- en vruchtbeheer

Besachtige kegels zijn sierlijk maar niet essentieel. Verwijder zware vruchtzetting bij verzwakte of recent verpotte bomen.

Bedraden

Goed te bedraden; de lage natuurlijke takken laten zich goed naar cascade of rotsvormen sturen. Draad regelmatig controleren.

Bemesten

Voorjaar tot vroege herfst regelmatig en matig. Niet te zwaar stikstof geven wanneer compacte groei gewenst is.

Watergifte

Hoewel de soort droogtetolerant is in de volle grond, mag een bonsaischaal niet uitdrogen. Laat de bovenlaag licht opdrogen en geef dan grondig water; permanent natte wortels vermijden.

Substraat

Luchtig en goed drainerend; akadama met puimsteen, lava en/of kiryu.

Verpotten

Vroege voorjaar, bij jonge bomen vaak om de twee tot drie jaar, oude bomen minder vaak. Wortels geleidelijk reduceren.

Ziekten en problemen

Kan last hebben van bladluizen, schildluis, coniferenspint, Phytophthora, kanker en honingzwam. Ook roestschimmels kunnen jeneverbessen aantasten. Langdurig nat substraat is een belangrijk teeltrisico.