
Alnus glutinosa
Behandel zwarte els als een vochtminnende soort: voldoende zon voor compacte groei, maar nooit een droge wortelkluit. Voor verfijning is groeikracht beheersen belangrijker dan hard snoeien.
Oorspronkelijke herkomst
Europa en Noord-Afrika via West-Azië tot West-Siberië en Iran.
Eigenschappen
Zwarte els is een krachtige, bladverliezende oever- en moerasboom. Hij vormt ronde tot omgekeerd eironde bladeren, katjes en kleine houtige elzenproppen. De wortels leven samen met stikstofbindende Frankia-bacteriën en verdragen veel vocht en tijdelijk zuurstofarme bodem beter dan de meeste loofbomen.
Voor- en nadelen als bonsai
Pluspunten zijn snelle wortel- en scheutgroei, een natuurlijke oude-boomuitstraling en goede reactie op terugknippen. Aandachtspunten zijn het vrij grote blad, sterke grove groei bij veel voeding en de zeer hoge waterbehoefte. Daardoor past hij vooral bij middelgrote en grote bonsai en bij oeverachtige ontwerpen.
Standplaats als bonsai
Het hele jaar buiten, in volle zon tot halfschaduw. Houd de schaal in de zomer koel en voorkom uitdroging. De soort is zeer winterhard, maar bescherm een kleine bonsaischaal tegen langdurig volledig doorvriezen en uitdrogende winterwind.
Groei
Sterke voorjaars- en zomergroei met krachtige wortelvorming. De top en uiteinden kunnen snel dominant worden; regelmatige selectie en voldoende licht in de binnenkroon zijn nodig voor fijne vertakking.
Geschikte stijlvormen
Informeel rechtop, bezemvorm, meerstammig, bos/groep, wortel-over-rots en natuurlijke oever- of moerasboomstijl.
Vormsnoei
Grote structuurcorrecties bij voorkeur na bladval in late herfst of vroege winter. Laat bij grote wonden een passende stomp of wondrand staan en werk niet tegelijk zwaar aan de wortels.
Onderhoudssnoei
Laat nieuwe scheuten eerst uitlopen en knip ze na afharding terug. Verwijder waterloten en te sterke topscheuten vroeg om de groeikracht over de kroon te verdelen.
Fijnsnoei
Knip sterke scheuten terug tot twee à drie bladeren of bruikbare zijknoppen. Laat zwakke binnenvertakking langer doorgroeien zodat zij niet wordt verdrongen.
Bladsnoei / ontbladeren
Geen volledige ontbladering als standaardtechniek. Bij een zeer gezonde boom kan in de vroege zomer selectief groot blad worden verwijderd om licht in de kroon te brengen.
Wortelsnoei
Vroeg in het voorjaar vóór of bij het zwellen van de knoppen. Zwarte els maakt snel veel wortels; jonge bomen kunnen relatief vaak worden verpot, maar behoud steeds voldoende fijne wortels.
Knopbeheer
Dun opeenstaande knoppen en sterke eindknoppen uit. Spaar knoppen op zwakke takken en op plaatsen waar nieuwe binnenvertakking gewenst is.
Bloei- en vruchtbeheer
Katjes en elzenproppen kunnen karakter geven. Bij jonge of verzwakte bonsai kun je een overvloed verwijderen zodat de energie naar groei en herstel gaat.
Bedraden
Clip-and-grow is vaak het veiligst. Bedraad zo nodig na bladval of na afharding van de scheuten; controleer vaak omdat jonge takken snel verdikken.
Bemesten
Van voorjaar tot nazomer regelmatig, maar bij verfijnde bomen gematigd om groot blad en lange internodiën te beperken. Na verpotten eerst herstel afwachten.
Watergifte
Zeer belangrijk: laat de kluit tijdens actieve groei nooit uitdrogen. Zwarte els verdraagt natte omstandigheden uitstekend; in warm zomerweer mag het substraat duidelijk vochtiger blijven dan bij de meeste bonsaisoorten, zolang de wortelzone niet langdurig anaeroob en verrot raakt.
Substraat
Luchtig maar relatief vochtvasthoudend. Akadama met puimsteen/lava en eventueel een beperkt vochtvasthoudend organisch aandeel werkt goed. Stem drainage en waterretentie af op de warme zomerstandplaats.
Verpotten
Vroeg in het voorjaar vóór het openen van de knoppen. Jonge bomen kunnen door sterke wortelgroei jaarlijks of tweejaarlijks controle nodig hebben; oudere bonsai alleen wanneer de wortelkluit of het substraat dat vereist.
Ziekten en problemen
Let op elzenbladvlo, bladmineerders, Phytophthora en honingzwam. De meest voorkomende teeltfout in schaal is echter uitdroging in zomerhitte.
