TRADITIE & CONSTRUCTIE

Marietmolen

← Terug naar de tijdlijn

2012 · juli – december

Uit de grond

Fundering

Nu het ontwerp van de molen steeds verder vorm kreeg, kon ook buiten het echte bouwwerk beginnen. En zoals bij iedere molen begint alles onderaan: met een goede fundering.

De plaats van de molen had ik inmiddels bepaald. Daarbij had ik niet alleen rekening gehouden met de beschikbare ruimte in de tuin, maar ook met de molenbiotoop, de vijver aan de voorzijde en de plaats waar het water achter de molen weer op een hoger niveau moest worden afgevoerd.

Voordat er gegraven kon worden, moest eerst het exacte middelpunt van de molen worden vastgelegd.

Eerst het achtkant uitzetten

Op het hart van de toekomstige molen heb ik een metalen buis in de grond geslagen en deze nauwkeurig waterpas gesteld. Dit werd mijn vaste referentiepunt voor de complete bouw.

Vanuit dit middelpunt kon ik vervolgens de vorm van de molen uitzetten.

Met planken maakte ik op de grond een achtkant op ware schaal van mijn model. De planken werden goed vastgezet, zodat de maten tijdens het uitgraven niet konden verschuiven.

Dat achtkant bepaalde vanaf dat moment de positie van vrijwel alles wat daarna gebouwd zou worden: de fundering, de veldmuren en uiteindelijk het houten achtkant erboven.

Een paar U-profielen brengen me op een idee

Tijdens het voorbereiden van de fundering kwam ik in de schuur nog een paar stalen U-profielen tegen.

Zoals dat bij zo’n project wel vaker gebeurt, ontstond daardoor ineens een nieuw idee.

De molen zou een behoorlijk zwaar bouwwerk worden. Beton, metselwerk, een eikenhouten achtkant, de kap, het gevlucht en alle technische onderdelen zouden samen een flink gewicht gaan vormen.

Wat als ik de molen ooit zou moeten verplaatsen?

Wanneer zo’n constructie rechtstreeks op een gewone betonplaat staat, wordt dat vrijwel onmogelijk zonder hem gedeeltelijk af te breken.

Daarom besloot ik de twee U-profielen mee in de betonplaat te storten. Ook maakte ik voorzieningen aan de plaat waarmee de complete fundering in de toekomst eventueel kan worden opgetild of verplaatst.

Waarschijnlijk zal het nooit nodig zijn.

Maar als je tijdens de bouw al de mogelijkheid hebt om zoiets mee te nemen, kun je dat beter meteen doen dan er later achter komen dat het niet meer kan.

De betonplaat

Na het uitgraven van de fundering heb ik de bodem eerst volledig bekleed met landbouwfolie.

Daarop legde ik verschillende betontegels. Die gebruikte ik als afstandhouders en ondersteuning voor de betonwapening en de twee U-profielen.

Vervolgens kwamen de betonmatten op hun plaats.

De uiteindelijke betonplaat heb ik ongeveer 15 centimeter dik gemaakt. Daarmee ontstond een stevige basis die niet alleen het gewicht van de molen moest kunnen dragen, maar ook de krachten moest opnemen wanneer de molen bij flinke wind daadwerkelijk zou draaien.

Niet alles kan exact schaal 1:6

Bij het maken van de fundering kwam ik opnieuw tegen iets aan waar je bij schaalbouw voortdurend rekening mee moet houden.

Als ik werkelijk alles exact met een factor zes zou verkleinen, zouden sommige betonnen wanden simpelweg te dun worden.

Op papier klopt zo’n schaalmaat natuurlijk wel, maar in de praktijk moet een constructie ook nog gemaakt kunnen worden en sterk genoeg blijven.

Daarom heb ik de wanden van de fundering bewust dikker uitgevoerd dan de exacte schaalmaat.

Alleen de wand tussen de waterloop en de bak waarin het onderwiel komt te draaien kon wel ongeveer volgens de oorspronkelijke verhouding worden uitgevoerd.

Dat soort kleine aanpassingen horen bij het bouwen van een functionerend schaalmodel.

Mijn uitgangspunt bleef altijd dat de molen zo natuurgetrouw mogelijk moest worden, maar constructieve betrouwbaarheid ging vóór absolute schaalzuiverheid.

De bekisting

Voor de bekisting kon ik materiaal gebruiken dat ik nog had liggen.

Ik had nog een aantal platen geplastificeerde spaanplaat, normaal gebruikt voor plafondwerk. Voor een bekisting die maar één of enkele keren gebruikt hoeft te worden bleken deze platen uitstekend geschikt.

Het gladde oppervlak heeft bovendien het voordeel dat het beton na het verwijderen van de bekisting relatief netjes achterblijft.

Omdat de fundering behoorlijk ingewikkeld was, kon ik hem niet in één keer storten.

Daarom heb ik de bekisting in drie afzonderlijke delen opgebouwd.

Eerste storting

Als eerste maakte ik de bekisting voor een groot gedeelte van de fundering.

Daarin werden ook de eerder geplaatste wapening, U-profielen en de benodigde draadeinden opgenomen.

Na het storten moest dit gedeelte eerst voldoende uitharden voordat ik verder kon.

De waterloop en het onderwiel

Daarna kwam het ingewikkeldere gedeelte rond de waterloop en de bak voor het onderwiel.

Hier moesten verschillende functies dicht bij elkaar worden gecombineerd.

Aan de ene kant stroomt straks daadwerkelijk water door de molen.

Direct daarnaast draait een houten tandwiel.

En die twee moeten absoluut van elkaar gescheiden blijven.

Het houten onderwiel mag namelijk niet permanent nat worden. Hout en een voortdurend vochtige omgeving zijn voor zo’n nauwkeurig gemaakt tandwiel geen goede combinatie.

Daarom moest vooral dit gedeelte van de fundering betrouwbaar waterdicht worden.

Watervast beton

Voor het beton heb ik daarom Amirol toegepast om het beton watervast te maken.

Het doel daarvan was duidelijk: de ruimte waarin het houten onderwiel komt te draaien moet droog blijven, terwijl slechts een kleine afstand verder het water door de waterloop stroomt.

Dat is een belangrijk verschil met een eenvoudige siervijver.

Hier moest het beton onderdeel worden van een daadwerkelijk functionerend maalwerk.

De tweede bekisting vormde het gedeelte aan één zijde van de waterloop en de bak voor het onderwiel.

De derde bekisting maakte vervolgens de andere wand van de waterloop compleet.

Na iedere storting moest ik eerst wachten totdat het beton voldoende was uitgehard voordat de volgende bekisting kon worden opgebouwd.

Langzaam ontstond zo uit drie afzonderlijke stortingen één complete funderingsconstructie.

Draadeinden als verbinding door de hele molen

Tijdens het storten heb ik ook verschillende draadeinden in het beton mee ingestort.

Die kregen later een belangrijke functie.

Mijn bedoeling was om de gemetselde veldmuren en het houten ondertafelement niet alleen op elkaar te laten rusten, maar ze constructief met elkaar te verbinden.

Met de draadeinden kon ik beton, metselwerk en het ondertafelement later als het ware als één sandwichpakket tegen elkaar trekken.

De krachten uit het houten achtkant worden daardoor rechtstreeks naar de fundering doorgeleid.

Zeker bij een draaiende molen vond ik dat een prettig idee.

Want ook al is mijn molen maar schaal 1:6, een gevlucht met een hoogste punt van bijna vijf meter kan bij stevige wind nog steeds behoorlijke krachten op de constructie uitoefenen.

De verhoging achter de molen

De waterloop moest bovendien nog een niveauverschil krijgen.

Het hele doel van een poldermolen is immers om water van een lager naar een hoger niveau te brengen.

Aan de voorzijde komt straks de vijver. Het scheprad pakt daar het water op en brengt het ongeveer 25 tot 30 centimeter omhoog.

Aan de achterzijde van de molen moest daarom een verhoogd gedeelte worden gemaakt waarin het opgevoerde water terechtkomt.

Die definitieve hoogte kon ik pas goed bepalen nadat het scheprad en de onderas waren gemonteerd. Daarom heb ik dat gedeelte bewust nog niet meteen definitief gemaakt.

Eerst moest ik precies zien waar de schoepen hun water zouden lossen.

Pas daarna kon de achterliggende waterloop op de juiste hoogte worden afgewerkt.

Van daaruit zou het water uiteindelijk via het bassin, beekje en de waterval weer naar de vijver terugstromen.

De dekplaat

Als laatste moest er aan de voorzijde van de waterloop nog een betonnen dekplaat worden gemaakt.

Daarmee werd de funderingsconstructie rondom de waterloop afgesloten en kreeg het geheel opnieuw extra stevigheid.

Toen ook die plaat was gestort, begon de fundering eindelijk de vorm te krijgen die ik in CATIA al zo vaak had bekeken.

Tot dat moment bestond mijn molen vooral uit tekeningen, losse onderdelen en machines.

Nu stond er voor het eerst iets permanent in de tuin. Een massieve betonnen basis met daarin al verschillende voorzieningen.

Vanaf dit moment kon de molen eindelijk echt omhoog gaan groeien.