2017 · juli – december
Kruiwerk
Het schuifkruiwerk van de Marietmolen
Om de wieken goed op de wind te kunnen zetten, moet de complete kap van de Marietmolen kunnen draaien. Dat draaien van de kap wordt in molentaal kruien genoemd. Het kruiwerk vormt daarbij de verbinding tussen het vaste houten achtkant en de draaibare kap.
Bij de oorspronkelijke Overwaardmolen gebeurt dit met een rollenkruiwerk. Voor de Marietmolen heb ik bewust voor een andere oplossing gekozen: een schuifkruiwerk met glijblokken.
De kruivloer
De basis van het kruiwerk wordt gevormd door de eikenhouten kruivloer. Deze bestaat uit acht afzonderlijke delen die met slisverbindingen aan elkaar zijn gekoppeld tot één gesloten ring.
In de kruivloer heb ik 24 glijblokken van essenhout aangebracht. Deze zijn met zwaluwstaartverbindingen in het eikenhout ingelaten en extra geborgd, zodat ze tijdens het kruien niet kunnen verschuiven.
Mijn keuze voor glijblokken in plaats van rollen was heel bewust. Een rollenkruiwerk loopt bijzonder licht, maar bij mijn relatief kleine molen wilde ik juist wat meer weerstand hebben. De kap ligt daardoor rustiger en stabieler op het achtkant wanneer de molen draait. Het kruien kost iets meer kracht, maar dat vind ik bij een molen van deze afmetingen juist een voordeel.
De overring en de helling van de bovenas
Boven het kruiwerk ligt de overring. Ook deze heb ik opgebouwd uit acht delen eikenhout.
Op de overring liggen de slagstukken. Deze brengen de eerste kleine helling in de kapconstructie aan. Dat is belangrijk voor de uiteindelijke stand van de bovenas.
De bovenas moet uiteindelijk ongeveer 13 graden schuin in de kap komen te liggen. Hierdoor komt het wiekenkruis voldoende naar voren en kunnen de wieken netjes langs de molenromp draaien.
Die volledige hoek wordt niet op één plaats gemaakt. De slagstukken zorgen al voor een deel van de benodigde helling. Verderop in de kapconstructie wordt deze hoek verder opgebouwd met onder andere de voeghouten, windpeluw en andere ondersteuningen van de bovenas.
Zo ontstaat de gewenste stand geleidelijk in de hele kapconstructie.
De kuip
Rondom het kruiwerk bevindt zich de kuip. Deze houdt de draaiende kap op zijn plaats en voorkomt dat deze zijwaarts van het achtkant kan verschuiven.
De kuip bestaat uit acht delen merantihout, die met hakverbindingen tot één ring zijn samengevoegd.
Aan de binnenzijde heb ik 24 essen kruineuten aangebracht. Deze vormen de contactpunten tussen de draaiende kap en de kuip. Essenhout is hiervoor goed geschikt omdat het taai en slijtvast is. De kruineuten zorgen ervoor dat de kap tijdens het kruien gecontroleerd langs de kuip kan bewegen.
Aan de onderzijde van de kuip heb ik een sponning gefreesd. Hierin wordt later het lood aangebracht dat de overgang tussen de ronde kuip en de achtkantige romp netjes afsluit. Behalve voor de afwerking is dit ook belangrijk om regenwater buiten de houten constructie te houden.
De kuip zelf is stevig tegen de kruivloer geschroefd. Aan de buitenzijde wordt het geheel uiteindelijk voorzien van een aluminium bekleding, zodat het hout goed beschermd blijft tegen regen en andere weersinvloeden.
Een kleine afwijking van het origineel
Bij de bouw van de Marietmolen probeer ik de oorspronkelijke molen zoveel mogelijk te volgen. Toch is het soms verstandiger om bewust van het origineel af te wijken.
Het schuifkruiwerk is daar een goed voorbeeld van. Technisch gezien had ik ook het oorspronkelijke rollenkruiwerk op schaal kunnen nabouwen, maar voor een relatief kleine molen zou dat naar mijn idee te licht lopen. Met de essen glijblokken krijg ik wat extra weerstand en daarmee een stabielere kap.
Dat is ook een terugkerend uitgangspunt bij de Marietmolen: het origineel vormt de basis, maar de schaal en de praktische werking bepalen soms de uiteindelijke oplossing.
