2018 · juli – december
De Burgemeester
De kapconstructie van de Marietmolen
De kap is een van de technisch meest interessante delen van de Marietmolen. Hier komen de bovenas, het kruiwerk, de vang en een groot deel van de dragende constructie samen. Alles moet stevig zijn, maar tegelijkertijd nauwkeurig genoeg om de bovenas in de juiste stand te kunnen afstellen.
De bovenas komt onder een helling van ongeveer 12 tot 13 graden in de kap te liggen. Die schuine stand is noodzakelijk om het wiekenkruis voldoende vrij van de molenromp te houden.
Wanneer de wind langs de romp stroomt, wordt het luchtpatroon verstoord. Vooral wanneer een wiek onder langs de molen passeert, komt deze tijdelijk in minder gunstige lucht terecht. Door het wiekenkruis verder van de romp te plaatsen, wordt die invloed zoveel mogelijk beperkt. De helling van de bovenas speelt daarbij een belangrijke rol.
De basis van de kap
De eerste helling wordt al gemaakt op de overring. Hierop heb ik zogenaamde slagstukken aangebracht. Deze vormen als het ware het begin van de schuine opbouw van de kap.
Op de overring komen vervolgens de zware voeghouten te liggen. Deze vormen de belangrijkste langsbalken van de kapconstructie.
Om nog meer helling te creëren, heb ik de voeghouten aan de voorzijde dikker uitgevoerd dan aan de achterzijde. Ter plaatse van de overring zijn ze nauwkeurig ingelaten. Zo wordt de gewenste hoek niet op één plaats gemaakt, maar stap voor stap door de hele kapconstructie opgebouwd.
De uiteinden van de voeghouten heb ik afgewerkt met sierlijke koppen. Dat heeft geen technische noodzaak, maar zulke details horen voor mij wel bij het uiterlijk van een traditionele molen.
Aan de voeghouten komen verder het roosterwerk en de spantring. Ook heb ik aan de uiteinden zwaluwstaartverbindingen gemaakt voor de windpeluw en de korte spruit.
Aan de binnenzijde zijn de uitsparingen aangebracht voor de ijzerbalk en de penbalk.
De ijzerbalk
De ijzerbalk wordt met een combinatie van een pen- en slisverbinding tussen en op de voeghouten geplaatst.
Ik heb deze verbinding bewust iets ruimer gemaakt. Hierdoor kan ik de balk later met behulp van spieën nog nauwkeurig uitrichten en afstellen. Bij een constructie als deze is dat belangrijk, want kleine afwijkingen kunnen verderop een behoorlijke invloed hebben op de stand van de assen en tandwielen.
In de ijzerbalk heb ik de uitsparing gemaakt voor de boventaats van de koning. Hierin komen lagerblokken, de zogenaamde neuten, van PON. Deze worden vervolgens afgedekt met het poortstuk.
De penbalk
De penbalk wordt op vergelijkbare wijze met de voeghouten verbonden. Ook hier heb ik rekening gehouden met de mogelijkheid om later nog kleine correcties met spieën te kunnen uitvoeren.
De penbalk is zwaar uitgevoerd en speelt een belangrijke rol bij het opnemen van de krachten van de bovenas. Door de vorm en positie van deze balk wordt opnieuw een deel van de benodigde helling van de bovenas verkregen.
Zo wordt de uiteindelijke hoek van ongeveer 13 graden niet door één onderdeel bepaald, maar door het samenspel van verschillende delen van de kap.
De windpeluw
Aan de voorzijde van de voeghouten komt de zware windpeluw. Deze is met zwaluwstaartverbindingen in de voeghouten ingelaten.
De windpeluw is een belangrijk dragend onderdeel, omdat de voorzijde van de bovenas hierop rust. Samen met de slagstukken, voeghouten en penbalk brengt zij de bovenas steeds dichter bij de juiste hellingshoek.
De laatste kleine afwijkingen kan ik later corrigeren met opvulhout onder de bovenas en tussen de keerstijlen.
Ook in de windpeluw heb ik twee kleine deurtjes aangebracht. Daarnaast komen hier de afwaterplaten rondom de bovenas, zodat regenwater zo goed mogelijk buiten de kap wordt gehouden.
De lange spruit
Dwars over de voeghouten ligt de lange spruit. In het midden wordt deze ondersteund door de burgemeester, ook wel steunder genoemd.
Aan de lange spruit worden de lange schoren bevestigd. Samen met de staart vormen deze een belangrijk deel van de constructie waarmee de kap later kan worden gekruid en op de wind kan worden gezet.
Ook hier heb ik de uiteinden weer voorzien van sierlijke koppen.
Alles moet uiteindelijk samenkomen
De kapconstructie bestaat uit veel afzonderlijke balken, verbindingen en ondersteuningen, maar uiteindelijk moet alles als één geheel functioneren.
De bovenas moet precies op zijn plaats liggen, het wiekenkruis moet voldoende vrij van de romp blijven en de kap moet sterk genoeg zijn om de krachten van wind, wieken en gaande werk op te nemen. Tegelijkertijd moet de hele kap ook nog kunnen draaien op het kruiwerk.
Juist daarom vond ik dit een bijzonder onderdeel om te bouwen. Bij de kap merk je hoe slim een traditionele molen eigenlijk in elkaar zit. Iedere balk heeft zijn eigen functie, maar pas wanneer alles goed op elkaar aansluit, ontstaat een constructie die zowel sterk als verstelbaar is.
Langzaam veranderde een verzameling losse eiken balken zo in een echte molenkap, waarin techniek, traditionele houtverbindingen en nauwkeurigheid samenkomen.
