TRADITIE & CONSTRUCTIE

Marietmolen

← Terug naar de tijdlijn

2019 · januari – juni

De bolling van de Kap

Voor- en achterkeuvel en spantbenen van de Marietmolen

Wanneer de zware balken van de kap eenmaal op hun plaats liggen, kan de kap verder worden opgebouwd. Aan de voor- en achterzijde ontstaan daarbij het voorkeuvelens en het achterkeuvelens. Dit zijn niet alleen de zichtbare voor- en achterkant van de kap, maar complete constructies van balken, luiken en ramen.

Het achterkeuvelens en de korte spruit

Aan de achterzijde van de kap ligt de korte spruit tussen de twee voeghouten. Samen met de windpeluw aan de voorzijde en de lange spruit verder naar voren vormt deze een belangrijk deel van het zware houten raamwerk van de kap.

Op en rond de korte spruit heb ik het achterkeuvelens opgebouwd. Hierin komen twee kleine deurtjes en een raam. Onder het raam wordt de staart van de molen bevestigd.

Aan de uiteinden van de korte spruit worden de korte schoren van de staartconstructie bevestigd. Deze helpen voorkomen dat de staart tijdens het kruien scheef wordt getrokken. De lange en korte schoren zorgen er samen bovendien voor dat de staart goed op zijn plaats blijft.

Zoals bij verschillende andere zichtbare balken van de Marietmolen heb ik ook de uiteinden van de korte spruit voorzien van sierlijke koppen. Technisch zijn ze niet noodzakelijk, maar juist zulke details geven de kap het uiterlijk van een traditionele molen.

De lange spruit

De lange spruit ligt dwars tussen de voeghouten en steekt aan beide zijden van de kap naar buiten.

Aan de uiteinden worden de lange schoren van de staart bevestigd. Tijdens het kruien worden via deze schoren de krachten van de staart op de kap overgebracht. Daarmee is de lange spruit een belangrijk onderdeel van de constructie waarmee de gehele kap op de wind wordt gezet.

In de buurt van de lange spruit bevindt zich ook de burgemeester, of steunder. Deze loopt evenwijdig aan de voeghouten onder de windpeluw en is aan de achterzijde met de lange spruit verbonden. De burgemeester helpt het gewicht van de bovenas en het gevlucht te dragen.

Ook de uiteinden van de lange spruit heb ik afgewerkt met sierlijke koppen. Zo blijft ook hier de traditionele uitstraling behouden.

De spantbenen

Daarna kon de eigenlijke vorm van de kap worden opgebouwd.

De kapspanten heb ik volledig uit eikenhout gemaakt. Een spant bestaat uit twee spantbenen. Samen bepalen deze de karakteristieke ronde vorm van de molenkap. De bolling is niet alleen voor het uiterlijk belangrijk. Binnen in de kap moet voldoende ruimte blijven voor het grote bovenwiel, de vang en de overige onderdelen van het gaande werk.

De spantbenen worden stuk voor stuk passend gemaakt en nauwkeurig ten opzichte van elkaar uitgericht. Bij een gebruikelijke bovenkruier worden de kapspanten bevestigd op de spantring, die via de roosterhouten met de voeghouten is verbonden.

Wanneer alle spanten op hun plaats staan, ontstaat langzaam de herkenbare vorm van de kap. Pas dan wordt goed zichtbaar hoeveel ruimte er nodig is om het bovenwiel en de vang vrij in de kap te kunnen laten draaien.

Het voorkeuvelens

Aan de voorzijde bevindt zich het voorkeuvelens, opgebouwd rondom de windpeluw en de hals van de bovenas.

De windpeluw is een van de zwaarst belaste balken van de kap. Hier rust via het halslager een belangrijk deel van het gewicht van de bovenas en het complete gevlucht op.

In het voorkeuvelens heb ik twee kleine deurtjes aangebracht. Tussen deze deurtjes loopt de bovenas naar buiten. Rond de as komen afwaterplaten die ervoor moeten zorgen dat regenwater zoveel mogelijk buiten de kap blijft.

Aan weerszijden van de hals bevinden zich de keerstijl en weerstijl. Deze begrenzen en ondersteunen de bovenas zijdelings. Vooral de keerstijl heeft een belangrijke functie: deze vangt de neiging van de draaiende as op om zijwaarts te rollen. Daarom wordt de keerstijl bij traditionele molens vaak nog extra geschoord.

Bij de Marietmolen heb ik de ruimte rond de hals verder met passende blokken en opvulstukken afgewerkt, zodat de bovenas goed wordt geleid en de krachten netjes in de kapconstructie worden opgenomen.

De kap krijgt haar vorm

Met het voor- en achterkeuvelens, de spruiten en de eiken spantbenen begon de verzameling zware balken steeds meer op een echte molenkap te lijken.

Juist in dit gedeelte van de molen komen veel functies samen. De bovenas moet worden gedragen en geleid, het bovenwiel en de vang moeten voldoende ruimte hebben, de staart moet de krachten van het kruien kunnen overbrengen en tegelijkertijd moet de kap sterk genoeg blijven om windbelasting en het gewicht van het gevlucht op te nemen.

Daarbij vond ik het belangrijk om niet alleen naar de constructie te kijken. De sierlijke koppen, kleine deurtjes en de ronde vorm van de kap maken uiteindelijk ook het verschil tussen een puur technische constructie en een molen die er werkelijk als een traditionele poldermolen uitziet.