1984
Adriaens krijgt de opdracht.
Adriaens krijgt de opdracht
Op 31 augustus 1983 werd de houten bovenbouw aanbesteed. Zeven molenmakersbedrijven schreven op het werk in. Gebroeders Adriaens uit Weert kwam als laagste inschrijver uit de bus en kreeg de opdracht voor het molenmakerswerk.
Het jaar voordat ik bij Adriaens begon, waren mijn collega’s in Weert dus al bezig met de voorbereidingen en de eerste onderdelen van het nieuwe houten achtkant. Dat achtkant vormt in feite het skelet van de molen. Het bestaat uit enorme houten stijlen, legeringsbalken, veldregels, korbelen en kruisverbanden die samen een stijve maar toch enigszins flexibele constructie vormen.
Toen ik in 1984 bij Adriaens kwam werken, stapte ik daardoor midden in een bijzonder project.
Veel onderdelen werden eerst in onze werkplaats in Weert vervaardigd en passend gemaakt. Bij zo’n molen werk je niet met gewone balkjes. Het zijn zware houtconstructies en traditionele verbindingen die precies in elkaar moeten passen. Een fout van een paar centimeter ergens onderin kan tientallen meters hoger een groot probleem worden.
Van Weert naar Kinderdijk
Begin mei 1984 waren voldoende onderdelen gereed om de bovenbouw in Kinderdijk te gaan monteren. Op 9 mei begon het transport vanuit Weert.
Dat was nog een hele onderneming. De molen staat midden in het molengebied en de bouwplaats was voor zware vrachtwagens niet bereikbaar. De onderdelen werden daarom eerst over de weg naar Kinderdijk gebracht en vervolgens met een ponton over het water naar de molen vervoerd.
Op 12 mei 1984 begon officieel de montage van de houten bovenbouw. Gedeputeerde I. Günther plaatste met behulp van een kraan een ondertafelelement op de nieuwe stenen onderbouw. Daarna kon het houten geraamte van de molen verder omhoog worden opgebouwd.
Voor mij werd Kinderdijk vanaf dat moment voor langere tijd mijn werkplek.
Een half jaar werken aan de molen
Alles bij elkaar heb ik ongeveer een half jaar in Kinderdijk gewerkt. We bouwden het achtkant verder op, brachten de verschillende balklagen en verbindingen aan en werkten steeds verder naar boven.
Het bijzondere van molenbouw is dat timmerwerk, constructiewerk en machinebouw eigenlijk door elkaar heen lopen. Het houten achtkant moet niet alleen een gebouw vormen. Het moet ook alle krachten van een wiekenkruis van bijna dertig meter kunnen opnemen en tegelijkertijd ruimte bieden aan de assen, tandwielen, de koningsspil en het maalwerk.
Langzaam kreeg de molen weer zijn oude vorm. Eerst het enorme houten geraamte, daarna de kapconstructie, rietlatten, rietdekking en steeds meer onderdelen van het gaande werk. Uiteindelijk verschenen ook de roeden en het wiekenkruis weer boven het landschap.
Werken tijdens de winter van 1984-1985
Een deel van het werk viel midden in de strenge winter van 1984-1985.
Dat ben ik nooit vergeten.
De Overwaard lag dichtgevroren en op de bouwplaats was het werkelijk berenkoud. Vooral ’s morgens vroeg, tussen het hout, steen en metaal van de molen, voelde de kou genadeloos aan. Volgens mijn herinnering zakte de temperatuur ’s nachts zelfs tot onder de -20 °C.
Dat laatste kan ik voor Kinderdijk zelf niet exact uit de historische meetgegevens bevestigen, maar de herinnering past wel bij die uitzonderlijke winter. Januari 1985 was zeer koud en elders in Nederland werden temperaturen beneden -20 °C gemeten. In Deelen werd op 8 januari zelfs -24,2 °C geregistreerd.
Na zo’n koude werkdag hoefden we gelukkig niet terug naar Weert.
We konden overnachten bij de familie Van de Vries in Overwaard Molen No. 5. Daar sliep ik op zolder. Buiten vroor het dat het kraakte, maar onder een flink pak dikke dekens was het er toch heerlijk slapen.
Juist die tegenstelling is me altijd bijgebleven: overdag werken aan een enorme houten molenconstructie in de snijdende winterkou en ’s avonds in een eeuwenoude molen bij de familie binnenkomen en op zolder onder een stapel dekens kruipen.
De molen komt weer tot leven
In de loop van 1984 en begin 1985 werd de molen steeds completer. Het nieuwe achtkant werd met riet bekleed, de kap werd afgewerkt en het gaande werk werd opgebouwd.
Ook het wiekenkruis kwam terug. De nieuwe roeden bleken uiteindelijk iets te kort, doordat de beganegrondvloer bij de herbouw hoger was komen te liggen. Ze moesten daarom worden verlengd. Daardoor kreeg de molen uiteindelijk een vlucht van ongeveer 29,5 meter en was hij enige tijd zelfs een van de molens met de grootste vlucht van Nederland.
Op de baard van de nieuwe molen kwamen de jaartallen:
1740 – 1984
Daarmee werd zichtbaar gemaakt dat het geen willekeurige nieuwe molen was, maar de herbouw van de molen die sinds 1740 op deze plek had gestaan.
Uiteindelijk kostte de herbouw ongeveer 960.000 gulden, aanzienlijk minder dan de aanvankelijk geraamde 1,2 miljoen. Dat was mede mogelijk doordat veel werkzaamheden efficiënt en met veel eigen inzet werden uitgevoerd.
26 april 1985
Vier jaar na de brand was Overwaard Molen No. 2 weer terug in het landschap van Kinderdijk.
Op 26 april 1985 werd de herbouwde molen officieel in gebruik gesteld door Prins Claus.
Voor bezoekers is het tegenwoordig gewoon weer een van de karakteristieke molens van Kinderdijk. Voor mij is Molen No. 2 iets anders.
Ik zie er nog steeds de enorme balken in die we in Weert en Kinderdijk hebben bewerkt. Ik denk aan het opbouwen van het houten achtkant, de traditionele verbindingen en het werken hoog boven de grond. Maar ook aan die ijskoude winter, de dichtgevroren Overwaard en de avonden in Molen No. 5.
Het was een van mijn eerste grote projecten als molenmaker en een periode die ik nooit ben vergeten.
En misschien is dat wel het mooiste aan het molenmakersvak: wat wij daar in 1984 met onze handen hebben opgebouwd, staat ruim veertig jaar later nog altijd in Kinderdijk.
